*

 
dossier

Archief

'Ik jank heel wat af met mijn mondharmonica'

IMCO LANTING − 11/01/97, 00:00

Wanneer Tim Welvaars praat over zijn eerste ontmoeting met Toots Thielemans, krijgt zijn stem iets onmiskenbaar plechtigs. Toots, de grote mondharmonica-virtuoos Toots, die acht jaar geleden voor het eerst zijn muzikale geheimen aan hem prijs gaf. Het is de man die Tim de weg wees. Die van de mondharmonica. Tim (45): “Toots deelde me mee dat ik zijn eerste en enige leerling was.”

“We hebben het helemaal nog niet over mijn cd gehad,” zegt Tim na anderhalf uur. Hij lacht, omdat hij beseft dat dat zijn eigen schuld is. De toekomst doet hem nou eenmaal niet zo veel. Terugkijken is veel zinvoller, in zijn geval. “Achteraf zie ik altijd wat de zin was van mijn daden. Ik heb mijn hele leven mijn hart gevolgd. Dingen gedaan die ik leuk vond. De rode draad zie ik nu pas.”

Hij is blij eindelijk te weten waar hij al die tijd mee bezig is geweest en waar het goed voor was. Tims cv paste tenslotte allang niet meer op een A4-tje. “Van jongsaf aan wilde ik communiceren met mensen. Mijn dingen met anderen delen. Daarom ging ik na mijn diensttijd op mijn motor naar Israël. Dat land lag voor de hand, omdat drie van mijn vier grootouders joods waren. Ik wilde weleens weten wat dat volk daar voor elkaar had gebokst. Bovendien kon ik pianospelen en ik was ervan overtuigd dat je als pianist overal ter wereld je geld kon verdienen. In mijn binnenzak had ik ook een mondharmonica meegenomen, voor het geval dat.”

Het lukte Tim om als pianist te werken in kibboetsim. Hij ontmoette jongeren van talloze culturen (“Chinezen, Amerikanen, zelfs mensen uit landen waar ik nog nooit van had gehoord”) en maakte muziek met ze. Hij zong, speelde piano en zo af en toe haalde hij zijn 'bluesharp' uit zijn binnenzak.

“Dan zaten we met honderd totaal verschillende mensen het hele Beatles-repertoire te zingen. Geweldig. Boeiend was ook hoe allerlei muzikale invloeden daar bij elkaar kwamen. Zo speelde een jongen uit de Oekraïne regelmatig op zijn accordeon en iemand uit Oklahoma had zijn viool meegebracht. Dan kwam ik erbij zitten en speelden we samen jiddische liedjes.”

Geïnteresseerd en nieuwsgierig als hij was, voerde Tim talloze gesprekken met kibboetsimbewoners over de pil, mensenrechten en eetgewoontes. Tussen neus en lippen door leerde hij 'nog even' Hebreeuws. De Israël-ervaring noemt hij de interessantste ervaring in zijn leven. Niet in de laatste plaats vanwege het abrupte einde. “Ik was met mijn motor de Sinaï-woestijn ingereden en kwam er op een gegeven moment achter dat het later was dan ik dacht. Het was inmiddels 45 graden en ik moest terug naar de bewoonde wereld. Doordat ik over een berg heen moest, verbrandde de hele motor. Ik heb hem toen naar Nederland verscheept, maar er was niets meer aan te doen.”

Tim liet zich niet ontmoedigen door zijn in de prak gereden motor. In twee maanden tijd had hij met een baantje in de bloemen een nieuwe verdiend. En weg was hij weer. Nu naar St. Tropez. In de Club Méditerranee kon hij als badmeester terecht. Want Tim was naast muzikaal ook erg sportief. Het had voor hem alles te maken met gezond blijven. Roken deed hij niet, drinken evenmin en hij deed alles om een goede conditie te houden. En als badmeester in St. Tropez lukte dat. Zijn vroegere werk bij de reddingsbrigade gebruikte hij als referentie. Natuurlijk hield zijn dag niet op als het zwembad sloot. 's Avonds vermaakte hij Clubbezoekers met zijn pianomuziek en schijnbaar terloops pakte hij dan ook vaak zijn mondharmonica, toen al zijn onafscheidelijke vriend.

Hij besefte echter nog niet dat dat instrument met dat ielige geluidje jaren later voor hem van levensbelang zou zijn. Er waren nog te veel dingen die hij leuk vond. Zoals de opleiding voor sportleraren. “Op die school ontmoette ik mijn vrouw, met wie ik al heel lang gelukkig ben, dus die tijd heeft ook zin gehad.”

Met zijn vrouw, die danseres was, richtte hij in 1979 de eerste officiële rock-'n- roll-school in Nederland op, Amsrock in Amsterdam. Samen dansten ze in de wereldtop van de rock-'n-roll en waren vijf keer Neerlands besten. Ondertussen speelde hij tenorsaxofoon in het orkest van het Hilversums conservatorium.

En toen was daar die live-opname voor de Vara-radio. Hij zou tenorsaxofoon spelen en wist ook niet precies waarom hij zijn mondharmonica zo nodig moest meenemen. Maar op het moment dat het zijn beurt was om een solo te doen, pakte Tim zijn bluesharp en begon te spelen. De verrassing voor Tim kwam, toen orkestleider Jerry van Rooijen na de opnamen op hem afstapte en aanbood hem in contact te brengen met Toots Thielemans: 'Als iemand op deze wereld je de kneepjes van het mondharmonicaspelen kan bijbrengen, dan hij wel.'

“En daar ging ik, naar Brussel, naar de grote Toots, die door zoveel muzikanten werd aanbeden. Op die dag leerde hij me hoe ik de mondharmonica zo vast moest houden, dat de tonen perfect klonken, en hij raadde me aan een chromatische harmonica te kopen, om ook de halve tonen te kunnen pakken.”

“Daarna zei hij heel droog: 'Tim, als je goed wilt worden, dan moeten andere instrumenten daarvoor wijken'. Ik zei: 'Dan moet ik zeker een jaar in een hutje ergens in Frankrijk gaan zitten'. Geschokt was ik, toen hij sprak: 'Ja, daar kun je weleens gelijk in hebben'.”

Toch ging Tim. Hij verkocht Amsrock en vertrok met vrouw en twee jonge kinderen naar de Provence voor wat hij nu 'een celibatair jaar' noemt. Tien uur per dag oefende hij in alle rust op zijn harmonicaatje tussen de fruitbomen en de zonnebloemen. “Dat jaar heeft me onnoemelijk rijk gemaakt. Alles aan geuren en kleuren heb ik mee teruggenomen. Ik voel nog steeds dat er altijd een vleugje Provence door mijn muziek zit. Daar heb ik geleerd echt van de mondharmonica te houden. De warmte, de liefde, zo puur als in dat instrument had ik het nooit gehoord.”

Tim wist na terugkomst uit Frankrijk eindelijk wat hem te doen stond. Hij moest groot worden op dat minuscule instrument, waar hij zijn gevoel zo optimaal in kwijt kan (“Ik jank heel wat af met mijn mondharmonica”). “Alles wat ik heb gedaan, van badmeester tot pianist, komt samen in die mondharmonica. Mijn drang om gezond te blijven, want voor dit instrument heb je een ijzeren conditie nodig, en de behoefte te communiceren en te delen. Van workaholic ben ik mondharmonicaholic geworden.”

Gisteren stonden de leraar Toots (75) en zijn leerling Tim dan eindelijk naast elkaar op een heus podium. Welvaars ontving uit handen van de maestro, die onverwacht uit zijn woonplaats Brussel was gekomen, het eerste exemplaar van zijn eerste cd 'Colors of the wind'. Toots: “Hij is erg vooruit gegaan. Ik denk dat hij meer cd's gaat verkopen dan ik.”

mailIcon print |