*

 
dossier

Archief

De gruwelijke zwerftocht van Aruna uit Goma

ILONA EVELEENS − 09/11/96, 00:00

GOMA - Drie oranje limonadekratten versperren de doorgang van de noordelijk uitvalsweg uit de Zaïrese stad Goma. In de verte is het rebellenleger verwikkeld in een vuurgevecht met de Hutu-extremisten. De doffe knallen van mortieren zijn duidelijk te horen.

In de schaduw van een ruïne langs de weg zitten drie rebellen. “We worden aangevallen en we moeten het vuren beantwoorden. We proberen zo min mogelijk te schieten, want er zitten daar ook veel vluchtelingen. Maar we moeten ons verdedigen.”

De gevechten die een eind maken aan de eenzijdige wapenstilstand van de Tutsi-rebellen, vinden plaats bij het vluchtelingenkamp Mugunga, 15 kilometer ten noordwesten van Goma. Verhalen over het kamp komen van inwoners van Goma, die de stad een week geleden ontvluchtten toen die werd veroverd door het rebellenleger.

De 41-jarige Aruna is net terug in Goma. Hij is zwaar onder de indruk van zijn omzwervingen. Op zijn terugtocht naar de stad moest hij langs het volgens hem overvolle Mugunga-kamp. De Zaïrees onderhandelde vijf uur met Hutu-extremisten voordat zij hem toestemming gaven verder te gaan. “Ik zag lijken bij het kamp. Ze moeten zijn omgekomen bij gevechten, want ze hadden bijna allemaal wonden.” Vrienden en buren omringen Aruna voor zijn armoedige woning en luisteren naar zijn relaas. Aruna, die zijn familie heeft achtergelaten in een dorpje achter het kamp, is geschokt over de situatie in Mugunga. “De vluchtelingen zijn omringd door extremisten. Ze kunnen er niet uit. De Hutu-extremisten laten hun eigen mensen niet gaan. Er is niets te eten en te drinken en ik hoorde dat er cholera heerst.”

Deze informatie van ooggetuigen bevestigt de woorden van Jacques de Milliano van Artsen zonder Grenzen (AzG). Terwijl hij enkele uren illegaal met journalisten door Goma rijdt, vertelt hij van lokale hulpverleners te hebben gehoord dat cholera en dysenterie in het gebied zijn uitgebroken.

“Er ontwikkelt zich hier een enorm drama. De Interahamwe gebruikt de vluchtelingen als een menselijk schild. Bovendien zijn groepen Zaïrezen in grote problemen gekomen.” Jacques de Milliano heeft brieven bij zich voor twee rebellen-commandanten, Laurent Kabila en André Kisase Ngandu. Daarin vraagt Artsen zonder Grenzen hulporganisaties binnen te laten voor humanitaire hulp aan het getroffen gebied.

- Vervolg op pagina 5

Hongerend Goma voedt zich met muziek Waar blijven de hulpverleners? VERVOLG VAN PAGINA 1

AzG wil een internationaal militaire interventie om veilige zones voor vluchtelingen te creëren. De Interahamwe, de milities van Hutu-extremisten, en het voormalige Rwandese leger (FAR) moeten volgens het voorstel worden ontwapend, geïsoleerd en berecht. De Hutu-vluchtelingen zouden zo spoedig mogelijk terug moeten keren naar Rwanda.

“We realiseren ons dat het een reuze taak is. Maar in de afgelopen twee jaar is bewezen dat de zachte diplomatie een soort stervensbegeleiding is. Die rol weigeren wij. De humanitaire agenda is hier onlosmakelijk verbonden met die van de politiek”, vertelt de Milliano.

Hij steekt zijn vreugde over zijn illegale bezoek niet onder stoelen of banken. Ook al lukt het niet om het AzG-complex te bereiken. De toegang is hermetisch afgesloten door rebellensoldaten.

De bevolking van Goma is aan het bekomen van de schrik. Voedsel is uiterst schaars en drinkwater wordt niet langer gezuiverd. De straten van de stad zijn bezaaid met documenten uit kantoren die zijn geplunderd. Overal ligt ook Zaïrees geld op straat. de inwoners nemen niet de moeite om het op te rapen. Er is tenslotte niets te koop.

George, die voor het conflict een handel in Zaïrees houtsnijwerk had, wordt nijdig als hij naar de vluchtelingen wordt gevraagd. “En wij dan. We zitten ook in de ellende. Waarom zijn er geen hulpverleners. Het Rode Kruis en de andere hulporganisaties zijn net zo laf als het Zaïrese leger. Ze vluchten op een moment dat ze nodig zijn.” De jonge Zaïrees wil weinig kwijt over het rebellenleger dat nu de macht in handen heeft. Hij vindt dat ze zich gedisciplineerd gedragen, maar wil eerst afwachten hoe de situatie zich ontwikkeld.

Minder diplomatiek in zijn mening is de Belg Paul Verhoestraeten. Hij is betrokken bij het programma voor de bescherming van gorilla's in het nabij gelegen Virunga-park. “Ik heb geen medelijden met de vluchtelingen. Het is toch schandalig dat de Verenigde Naties mensen hebben gevoed die zich schuldig hebben gemaakt aan moord op één miljoen mensen in Rwanda. Bovendien vergeet de internationale wereld dat ook talloze onschuldige Zaïrezen lijden.”

Paul Verhoestraeten is één van de zeer weinige buitenlanders die zijn achtergebleven in Goma. Zijn riante villa biedt een fraai uitzicht op het Kivu-meer. Hij meent dat met de komst van de rebellen de situatie verbeterd is. Welke bevolkingsgroepen er allemaal aan de rebellenzijde meevechten, interesseert hem niet zoveel. “Ze komen overal vandaan. Uit alle delen van de Kivu-provincie, uit Rwanda, Burundi en zelfs uit Uganda. Nu hebben we tenminste geen last meer van de Hutu-bandieten die regelmatig het leven in de stad ontregelden.”

Grote zorgen maakt de Belg zich om de ongeveer 320 gorilla's die in het wildpark leven. “Het park is door de Interahamwe en de FAR gebruikt als militair oefenterrein. Ze hebben zeker vier gorilla's doodgeschoten. Maar we kunnen er niet heen.”

De meeste inwoners van Goma hebben hun radio afgestemd op de lokale Zaïrese zender Radio Star. Het grootste deel dan de dag schalt er vrolijke Zaïrese muziek uit de luidsprekers. “Muziek is goed voor getraumatiseerde mensen zoals hier in Goma”, meent Gabrielle Lukeka, jounalist bij radio STAR. “We zenden weliswaar geen nieuws uit maar wel allerlei nuttige informatie. We vertellen moeders wat ze moeten doen met hun kinderen als ze dissenterie hebben. Verder verwerken we stapels oproepen voor mensen die elkaar tijdens de gevechten zijn kwijtgeraakt.”

Radio Star staat boven op een heuvel. Aan de voet ligt het armoedige stadje Goma waar zo'n 200 000 mensen wonen. Volgens Gabrielle Lukeka heeft het radiostation, dat anderhalf jaar geleden begon, zijn onafhankelijkheid niet verloren. “We doen en zeggen wat we willen. Alleen heeft de rebellencomandant Kisase Ngandu een verklaring voorgelezen, waarin hij de mensen opriep om kalm te blijven en niet te vluchten, omdat daar geen reden voor was.”

Beneden in de stad lopen lange rijen mensen langs de straat op zoek naar voedsel. Vrachtwagens van het VN-Wereldvoedselprogramma stoppen op vaste punten en delen de laatste dozen koekjes uit. Vrouwen verkopen langs de weg een soort oliebollen die in vet op vuurtjes worden gebakken. Vanuit geïmproviseerde stalletjes bieden kinderen bananen aan.

Buiten bonen is er geen variatie in het voedsel van de bevolking. Wel rijkelijk in overvloed is alcohol. Terwijl het restaurant van het hotel Des Grand Lac niets te bieden heeft, doet de bar goede zaken met verkoop van bier.

De rebellen hebben het beter. Soldaten tonen een halfdonkere kamer waar een scala aan Franse wijnen en likeuren uitgestald staat. Daar tussenin staan kleine potjes dure Franse mosterd. Hoe ze eraan zijn gekomen laten ze in het midden. Wel is een soldaat met bloeddoorlopen ogen bereid om aan de hand van een landkaart uit te leggen hoe de strijd aan het verlopen is.

mailIcon print |