Zomer 1996 vroeg Trouw het ministerie van onderwijs om een elektronisch bestand met de prestatiegegevens van alle scholen, uitgesplitst naar schoolsoort. Het ging om de slaag-, zittenblijf- en uitvalpercentages en de gemiddelde cijfers voor de examenvakken Nederlands, Engels, wiskunde en Latijn. Die gegevens zijn sinds 1994 openbaar, want scholen moeten ze opnemen in een jaarverslag. Dat jaarverslag leidt echter vaak een stoffig bestaan. Behalve dan voor de onderwijsinspectie. Die stopt de cijfers in een databank en gebruikt ze voor analyses. Het ministerie hanteert de aantallen examenkandidaten en geslaagden bij de bekostiging van scholen.
Het ministerie was in eerste instantie alleen bereid om de namen en adressen van scholen te overleggen, mits Trouw voor deze, reeds op kosten van de belastingbetaler verzamelde gegevens, een kleine vierduizend gulden wilde neertellen. Daartegen ging Trouw in beroep, omdat de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) alleen het in rekening brengen van kopieerkosten toestaat. Dat was voor de ambtenaren van Onderwijs reden tot interdepartementaal overleg, omdat het kabinet wil dat een deel van de elektronische overheidsinformatie buiten de WOB wordt gesteld. Dan blijft het mogelijk geld te verdienen met overheidsinformatie, zoals het ministerie van onderwijs op kleine en het CBS op grote schaal doet.
Trouw ging ook in beroep tegen de weigering de gevraagde gegevens te geven. Bijna een jaar later, in juni, besloot de staatssecretaris de cijfers gratis te verstrekken. Het gaat om de aantallen examenkandidaten, geslaagden en het percentage geslaagde allochtonen op elke school. Omdat slaagpercentages alleen weinig zeggen over de prestaties van scholen, zo laten nogal wat scholen veel leerlingen in het voor-examenjaar zitten om de percentages op te krikken, ging Trouw naar de rechter om ook de rest te krijgen. Over enkele weken zullen de schoolprestaties in een speciale bijlage worden besproken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.