*

 
dossier

Archief

'Ik lees de Koran als een goddelijke tekst'

TON CRIJNEN − 13/01/96, 00:00

Omdat hij weigert de Koran van kaft tot kaft als letterlijk gebeurd te accepteren werd korangeleerde Nasr Hamed Abu Zaid door een islamitische rechtbank in Cairo van zijn vrouw gescheiden verklaard en dreigden Egyptische fundamentalisten de professor te vermoorden. Nu zit hij, samen met zijn echtgenote, voor een afkoelingsperiode in Leiden en geeft er aan de universiteit gastcolleges.

Het Duitse Publik-Forum, Zeitung für kritischer Christen, zocht de Egyptenaar op en ontdekte dat hij, in tegenstelling tot wat zijn tegenstanders beweren, allesbehalve ongelovig is (“ik lees de Koran als een goddelijke tekst”). Alleen betrekt Abu Zaid bij zijn exegese nadrukkelijk het heden (“welke betekenis kan de tekst voor onze tijd hebben?”). Hij wil op deze manier de vele moslims in Egypte en daarbuiten die worstelen met de vraag hoe ze hun eigen opvattingen in overeenstemming kunnen brengen met de eeuwenoude leer van de islam, de helpende hand bieden.

“ Onze voorstelling van God zou ridicuul worden als wij de plekken in de Koran waar God als koning op een troon en met soldaten wordt afgeschilderd, letterlijk zouden nemen. Dat geldt in het bijzonder voor de vele boeken waarin exegeten troon, soldaten en engelen in ellenlange verhandelingen hebben beschreven.” Dat leidt af van de essentie: “Rechtvaardig en bevrijd leven, in vertrouwen op en geloof in God.”

Het feit dat hij de Koran literair en historisch-kritisch leest, betekent niet dat Abu Zaid het een achterhaald boek vindt. “Ik leef uit het geloof dat God in de Koran weliswaar binnen een bepaalde context wordt geopenbaard, maar dat Zijn boodschap zich richt tot ieder mens, waar deze zich ook bevindt.”

Dat neemt volgens hem niet weg dat men de Koran op kritische wijze moet uitleggen, zodat de boodschap duidelijk overkomt. “Wie die moeite niet neemt schuift al te gemakkelijk zijn eigen gedachten in de tekst waardoor een serieuze uitleg teniet wordt gedaan. Helaas gebeurt dat vaak. Daarom sta ik kritisch tegenover veel oppervlakkige 'politieke' vormen van exegese die de Koran misbruiken. Ze doen de tekst geweld aan, interesseren zich niet voor zijn literaire aard.”

Op de vraag of hij een mogelijkheid ziet voor een echte dialoog tussen moslims en christenen antwoordt Abu Zaid door eerst de joden erbij te betrekken en vervolgens te stellen dat, na eeuwen van wederzijds geweld en bitterheid, zich een cultuur van vriendschap tussen de drie moet ontwikkelen. Daarvoor is noodzakelijk dat men elkaars geloofsopvattingen echt respecteert en naar waarde schat.

“We moeten leren om het anderszijn van de ander en van de vreemde godsdienst te waarderen. In dit kader dienen wij onze verschillen, beginnend bij het beeld dat elk van God heeft, te respecteren. We verschillen van elkaar, maar ik sta niet hoger dan jij - en omgekeerd evenmin. We zijn verschillend, maar we kunnen samenleven.

Dit met elkaar verkeren geldt natuurlijk ook voor de mensen die niet thuishoren bij de drie religies van het Boek. In het boeddhisme, bij de hindoes, bij de natuurgodsdiensten is er ook heiligheid en een aanwezigheid van het goddelijke. Binnen de soefi-traditie van de islamitische mystiek kan men horen: “Allen geloven wij in God, maar we komen langs verschillende wegen tot Hem.”

Centrale band

Wat verbindt de religies? Abu Zaid: God. “Alle godsdiensten, onverschillig welke uitdrukkingsvorm ze hebben ontwikkeld, komen uiteindelijk van God. Zelfs wanneer, zoals in de natuurreligies, een afgodsbeeld of een steen aanbeden wordt. Wie tot een steen bidt vereert voor dit teken uiteindelijk het beeld van God. In zowel de Koran als de Bijbel staat dat alles door God is geschapen en dat het hele universum als een wegwijzer naar Hem kan worden bezien, als teken voor Zijn aanwezigheid. En dat de hele natuur Hem op eigen wijze prijst.”

Professor Abu Zaid acht het de taak van de interreligieuze theologische gemeenschap om samen “de zusterschap” onder alle mensen te bevorderen en hen ertoe te brengen te zamen het onrecht tussen arm en rijk wereldwijd te bestrijden.

De Duitse Bondsdagafgevaardigde Cem üzdemir, van Turkse afkomst, heeft de woorden van Abu Zaid niet gelezen, maar refereert in zijn pleidooi voor een multiculturele maatschappijvisie aan de Zwitserse christelijke theoloog Hans Küng die, evenals zijn Egyptische collega, een interreligieuze wereldethiek propageert.

üzdemir heeft zo zijn vraagtekens. In het Duitse blad, Evangelische Kommentare, schrijft hij: “Voor een fatsoenlijke samenleving en voor onderlinge tolerantie is het academisch propageren van een mondiale ethiek niet voldoende - hoe belangrijk en terecht ze ook is.” Waarna hij enkele concrete voorwaarden opsomt die ook vervuld moeten worden, wil men in het Westen het weer opkomend nationalisme en religieus fanatisme de kop kunnen indrukken: intercultureel en -religieus onderwijs, betere opvang van jongeren, een ecologisch gemotiveerde politiek.

Maar ook mondiaal dient er volgens üzdemir heel wat te veranderen - afbouw van nationaal egoïsme, rechtvaardige verdeling van de welvaart, bredere economische visie - wil “ons beschavingsmodel de wereld niet ruïneren en in de as leggen”.

Wat de parlementariër bemoedigt is het feit dat aanzetten voor globaal denken een lange traditie hebben. Als voorbeeld haalt hij twee uitspraken aan, de ene van een moslim, de andere van een christen.

“Hazreti Ali, de grote heilige van de Alevieten, zei: “Als de mens de behoefte voelt zichzelf te loven dan heeft hij het over zijn verstand, over zijn kennis, over zijn vriendelijkheid, over zijn goede hart. Wat een domheid! Het wezen van de domkop blijkt uit het feit dat hij op zijn afstamming pocht.” En de westerse denker Alexis de Tocqueville riep uit: “De democratie willen tegenhouden, betekent tegen God zelf vechten.”

mailIcon print |