*

 
dossier

Archief

Clinton zet vergeten continent op de kaart

ESTHER BOOTSMA − 04/04/98, 00:00

AMSTERDAM - Een zonnige kijk op Afrika. Dat heeft president Clinton de afgelopen twee weken willen bieden. Met gloedvolle woorden trok hij ten strijde tegen het negatieve imago van het Donkere Continent. Afgekloven thema's als aids, armoe en corruptie liet Clinton links liggen, hij prees juist de nieuwe Afrikaanse leiders en hun verworvenheden.

Het doel van de reis was bevooroordeelde Amerikanen een andere kant van Afrika te laten zien “waar de lijken niet de rivier afstromen”. Wat er op dit optimisme ook aan te merken valt, Clintons toer kan in elk geval historisch worden genoemd. Lange tijd moesten medewerkers van het Witte Huis vooral zorgen dat ellende uit Afrika niet op het bureau van de president terecht kwam. Het was dan ook alweer twintig jaar geleden dat een Amerikaanse president, Jimmy Carter, het continent even bezocht. Clinton zweette er nu maar liefst twaalf dagen de overhemden van zijn lijf - de langste reis in zijn carrière.

Er is sprake van een 'Afrikaanse renaissance', zei Clinton herhaaldelijk, een term die hij heeft geleend van vice-president Thabo Mbeki van Zuid-Afrika. Het einde van de apartheid gaf het startschot voor deze wedergeboorte, maar ook elders gaat het beter. Na twee decennia in een diep, diep dal te hebben verkeerd, kent Afrika nu een economische groei van gemiddeld vier procent. Er is nog steeds ondervoeding, analfabetisme, kindersterfte en werkloosheid, maar aan een paar hardnekkige oorlogen is in de jaren negentig een einde gekomen (Ethiopië, Mozambique, Liberia). En de democratisering schrijdt langzaam voort. Zo zijn de afgelopen twee jaar 26 Afrikaanse presidenten gekozen - al verliepen die verkiezingen niet overal even eerlijk.

Opmerkelijk is dat Clinton voor zijn reis van hoop en optimisme niet bepaald de beste democratische kindjes uit de klas heeft opgezocht. In drie van de zes bezochte landen (Ghana, Rwanda en Oeganda) zijn de leiders gewapenderhand aan de macht gekomen. Oeganda heeft de politieke partijen buitenspel gezet en het Rwandese bewind is geenszins van plan de macht te delen met de Hutu-meerderheid. Ook het socialistische bewind in Senegal verdient geen tien voor tolerantie.

Clintons keuzes waren dan ook vooral strategisch. Senegal, een Franstalig land, is door de VS uitgekozen voor training van troepen die een nieuwe Afrikaanse vredesmacht moeten vormen. Bovendien kon hij met een bezoek aan slaveneiland Gorée (van het Nederlandse Goeree) een punt scoren bij de zwarten in eigen land.

Wat de reis naar Oeganda en Rwanda betreft, die hielpen vorig jaar Mobutu uit Zaïre te verjagen, en de Amerikanen hopen dat het moslimbewind in Soedan straks eenzelfde lot beschoren is. Want Washington kan dan wel de lof zingen op Afrika, de reuzen Nigeria, Congo, Soedan en Angola zijn nog steeds probleemgevallen. Daar worden op grote schaal mensenrechten geschonden en heerst een instabiliteit die het hele continent bedreigt.

Maar daar wilde Clinton het niet over hebben op zijn positivo-toer. Wat opviel was zijn nederigheid tegenover zijn gastheren. Meerdere keren betuigde hij spijt over Amerikaanse zonden: de slavernij, de steun aan dictators tijdens de Koude Oorlog, de afzijdigheid bij de genocide in Rwanda. “Het lijkt wel alsof je Bob Dylan op de achtergrond hoort meezingen”, gruwde de hoofdredacteur van de American Spectator, R. Emmett Tyrell, die vond dat Clinton te diep in het stof boog voor landen met een traditie van wanbestuur en wreedheden.

Maar met name het excuus in Rwanda (dat eerst niet op het reisprogramma stond), heeft een belangrijke toezegging opgeleverd., ,Overal in de wereld zaten mensen als ik in hun kantoren, dag na dag, die niet volledig de diepte en snelheid beseften waarmee jullie deze onvoorstelbare terreur werden binnengesleurd'', zei Clinton tegen zijn Rwandese publiek. We mogen nooit meer werkloos toekijken, beloofde hij emotioneel.

De vraag is of Clinton zich aan deze belofte zal houden als puntje bij paaltje komt. De lont brandt in het gebied van de Grote Meren, en in Rwanda worden dagelijks mensen vermoord. Maar het Amerikaanse Congres is afkerig van het sturen van troepen naar Afrika, sinds in Somalië dode Amerikaanse soldaten door de straten werden gesleurd. De Afrikanen moeten voortaan zelf maar hun oorlogen oplossen.

Vandaar ook de voorliefde van de VS voor eigenzinnige strategen, zoals de Oegandese president Yoweri Museveni. Het zijn mannen die van de VS mogen experimenteren met eigen vormen van democratie, en van wie ze ook kritiek dulden. Zo hekelde Museveni bijvoorbeeld Clintons excuus voor slavernij. Het waren immers Afrikaanse koningen zelf, die hun eigen mensen gevangen namen en als slaven verkochten. “We zitten heus niet te wachten op een boetedoening”, zei Museveni, “we willen juist worden behandeld als serieuze partner.”

Degene die Clinton ronduit de les las, was Nelson Mandela. We zullen altijd bevriend blijven met Libië, Iran en Cuba, zei de Zuid-Afrikaanse president. Wie daar kritiek op heeft, zoals de Amerikanen, “die kan in het zwembad springen”. Afrikaanse nationalisten willen niet door Uncle Sam gedicteerd worden, zo maakte Mandela fijntjes duidelijk. Maar verder had hij volop lof voor Clinton. “In u ontwaar ik een verbondenheid met de idealen van de meest kwetsbare groepen in de maatschappij, een verbondenheid die diep vanuit uw hart en ziel komt”, zo prees hij de Amerikaanse president.

Al was Clintons reis vooral symbolisch, het feit dát hij hem maakte, is voor Afrika inderdaad van belang. Het zal de Afrikaanse renaissance nu niet direct een duw voorwaarts geven, maar kan wel zorgen voor een wedergeboorte van de westerse belangstelling. Zoals Clinton zelf fraai zei: “Als Amerikaanse beleidsmakers ooital dachten aan Afrika, vroegen ze: Wat kunnen we doen vóór Afrika? Of: Wat kunnen we doen áán Afrika? Dat waren verkeerde vragen. De juiste vraag vandaag de dag is: Wat kunnen we doen mét Afrika?”

mailIcon print |