Naam: K. van der Panne Bedijf: Sociale Dienst Leiden Beslist over: bijstandsmaatschappelijk werkers Benodigd diploma: 'MBO-niveau'
“Het allerbelangrijkste is de motivatie. Mensen moeten kunnen uitleggen waarom zij juist hier willen werken,” zegt mevrouw Van der Panne. Met de 'produktie'-afdeling die zij leidt hebben uitkeringsgerechtigden te maken. Als voorzitter van sollicitatiecommissies heeft Van der Panne een belangrijke stem in de aanstelling van 'bijstandsmaatschappelijk werkers', zoals de functie officieel heet.
Opleiding doet er niet zoveel toe bij de Leidse sociale dienst. Kandidaten moeten op MBO-niveau kunnen werken, maar ze kunnen uit vele richtingen afkomstig zijn. Er zijn medewerkers met heel diverse opleidingen, zegt het hoofd. “We hebben veel MBO'ers en HBO'ers. Academici nemen we ook wel aan, maar die worden snel rusteloos, omdat ze willen doorgroeien.” Het aantal hoger opgeleiden moet niet te groot worden, want dan komt er te veel doorstroom, meent Van der Panne.
Bijstandsmaatschappelijk werkers moeten onder meer beschikken over administratieve vaardigheden en het vermogen om te plannen. Bovendien moeten zij administratieve werkzaamheden leuk vinden, want die nemen tachtig procent van de werktijd in beslag. Met cliënten praten en hen helpen is maar een klein onderdeel van het werk. “Sollicitanten hebben soms onrealistische verwachtingen. Ze willen 'leuke dingen doen' voor mensen met een minimuminkomen. Terwijl onze medewerkers doodgewoon moeten zorgen dat de uitkering goed en tijdig bij de mensen komt. Het is keihard werken.”
Maar al is het contact met de uitkeringsgerechtigden niet het grootste onderdeel van het werk, het is wel zeer belangrijk, zegt Van der Panne. Goede communicatieve vaardigheden staan dan ook hoog genoteerd als functie-eis. Is de sollicitant prettig in de omgang, en vooral: kan zij of hij argumenten goed verwoorden? “Vaak moet de ambtenaar moeilijke gesprekken voeren. Aan nieuwe cliënten stel je vragen over hun woonsituatie, relatie, vermogen, auto, enzovoort. Dat gaat natuurlijk ver. Verder neem je soms vervelende beslissingen, die je goed moet kunnen motiveren.”
Een sollicitant die de commissieleden niet aankijkt maakt een slechte indruk: “Zo iemand kan ik de spreekkamer niet insturen.” Hetzelfde geldt voor mensen die gedurende het hele gesprek extreem nerveus blijven. Bijstandswerkers mogen niet zomaar uit hun evenwicht te brengen zijn. Stressbestendigheid is het sleutelwoord. In onverwachte situaties, bijvoorbeeld als een uitkeringsgerechtigde agressief wordt, dient de bijstandswerker het hoofd koel te houden. “Als we onze twijfels hebben over een sollicitant, maken we het die persoon soms extra moeilijk”, vertelt het afdelingshoofd. “Als zo iemand dan toch kalm blijft, zegt dat wel iets.”
Om te ontdekken of kandidaten echt geschikt zijn, laat Van der Panne hen ook een psychologische test ondergaan. De sollicitatiecommissie wijkt zelden of nooit af van de uitslag van zo'n toets. De resultaten worden wel met iedere sollicitant afzonderlijk besproken. “Als een kandidaat aannemelijk kan maken dat een negatief advies onterecht is, kun je er nog eens over denken. Maar we kiezen nu eenmaal voor deze methode, dus de testuitslag weegt zwaar.”
Elke sollicitant moet zich aan de test onderwerpen. Alleen voor kandidaten uit etnische minderheidsgroepen wordt soms een uitzondering gemaakt, omdat de toetsen sterk cultuurbepaald zijn. “We vinden het belangrijk om meer allochtone medewerkers te krijgen, ook voor onze allochtone uitkeringsgerechtigden. Dan moet je soms een risico durven nemen, met een kandidaat die je niet test.”
De 'uitverkorenen' - meestal neemt de dienst in één ronde vijf tot acht medewerkers aan - krijgen eerst een interne opleiding van drie maanden. Daarna worden ze nog een half jaar begeleid door een ervaren bijstandsmaatschappelijk werker. De aanstelling is eerst voor een jaar en wordt vervolgens al dan niet omgezet in een vast dienstverband.
De benaming bijstandsmaatschappelijk werker roept associaties op met bevlogen hulpverleners die hun cliënten met raad en daad bijstaan. Maar mocht dat beeld al ooit juist geweest zijn, dan behoort het tot een grijs verleden. Het maatschappelijke is er wel af, zegt het afdelingshoofd. De sociale dienst doet hoogstens aan financiële dienstverlening. De bijstandswerker moet de uitkeringsgerechtigde controleren en de arbeidsmarkt opsturen. Sollicitanten die daartegen bezwaar hebben, vallen af. “Als mensen de nieuwe bijstandswet niet zien zitten, moeten ze hier niet komen werken.” Van der Panne vraagt dan ook aan kandidaten hoe zij denken over het 'uitstroombeleid'. Zij dienen enige 'realiteitszin' aan de dag te leggen.
Het ideale sollicitatiegesprek is inhoudelijk geanimeerd, zegt Van der Panne. Het is een groot pluspunt als kandidaten al iets over de functie weten. “Mensen die moeite hebben gedaan om zich te oriënteren hebben een streepje voor. Slechts weinig sollicitanten bellen van te voren om dingen te vragen.” De vijfkoppige sollicitatiecommissie luistert of de kandidaat enigszins beseft wat het werk inhoudt en wat er zoal van bijstandsambtenaren gevergd wordt.
Hierbij speelt ook de motivatie weer een grote rol. Kandidaten moeten kunnen vertellen waarom zij geschikt denken te zijn voor juist dit werk. Dat wil niet zeggen dat zij of hij overal een sluitend antwoord op hoeft te hebben. “Als iemand zegt: 'Dat heb ik nooit zo bekeken; dat weet ik niet direct', kan dat een heel goed antwoord zijn. Het is veel beter om zoiets eerlijk te zeggen, dan om maar wat te gaan kletsen. Als een cliënt met een ingewikkelde vraag komt, moet je ook kunnen toegeven dat je het eerst moet uitzoeken. Je mag nooit valse verwachtingen wekken.”
Toch blijft de beslissing om een sollicitant wel of niet aan te nemen altijd subjectief, besluit Van der Panne. De juiste uitstraling voor een kandidaat is nog min of meer objectief te omschrijven: energiek. “Dus niet onderuitgezakt, dat kan echt niet. Zo kun je cliënten nooit overtuigen.” Ook uiterlijke verzorging is belangrijk. “Kleren voor op het strand passen niet op het werk. Je hebt je te gedragen tegenover de cliënten. Zij zitten in de zwakste positie, daarom moet jij je aan hen aanpassen.” Maar dan blijft er nog het ongrijpbare gegeven dat het wel of niet klikt tussen de sollicitatiecommissie en de sollicitant. “Soms heb je geen goed gevoel over een kandidaat, al weet je niet precies waarom. Dat is weliswaar subjectief, maar je wilt niet te veel risico's nemen. Dan neem je toch liever een ander.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.