*

 
dossier

Archief

Muskens noemt stuk kil, koud, zakelijk en onleesbaar

Door: redactie − 16/01/97, 00:00

Van onze redactie economie AMSTERDAM - De vakcentrales FNV, CNV en MHP én de werkgeversorganisatie VNO-NCW zijn groot voorstander van het (opnieuw) creëren van écht laaggeschoold werk, zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het nieuwe rapport bepleit. Maar volgens de Bredase bisschop Muskens verwacht de WRR juist veel te veel van werk. Hij noemt het rapport kil, koud en zakelijk.

Werkgevers- en werknemersorganisaties zeggen in een reactie beide dat er meer waardering voor laaggeschoold werk moet komen. Maar ze verschillen fors over de manier waarop dat soort banen moet worden geschapen.

Volgens de vakcentrale FNV verwacht het WRR-rapport Tweedeling in perspectief ten onrechte alle heil van de marktwerking. “Het is een echo uit het verleden, want marktwerking is uit!”, aldus woordvoerder J. Sprenger. De werkgevers, verenigd in VNO-NCW, vinden juist dat de WRR te weinig vertrouwen in de markt heeft. De raad wil immers dat juist de overheid in het onderwijs en de zorg het wegbezuinigde laaggeschoolde werk weer terughaalt. Volgens VNO-directeur A. Dortland ontstaan “echte banen vooral in de particuliere sector. En ook daar is veel eenvoudig werk verdwenen. De overheid dient als vangnet. Pas als blijkt dat de eenvoudige banen in de markt te weinig mensen aan het werk helpen, dan komt de overheid in beeld.”

De vakcentrales vinden dat laaggeschoold werk er niet moet komen op de manier waarop nu de Melkertbanen zijn gecreëerd. Daardoor hebben die banen de stigmatiserende term 'kunstbanen' gekregen. Het is maatschappelijk gewenste arbeid, dus moet het ook op de gewone traditionele manier worden gefinancierd, zo stellen ze.

VNO-NCW is blij dat de WRR opnieuw pleit voor een verlaging van het minimumloon. Maar dan moet wèl tegelijkertijd het stelsel van uitkeringen worden geïndividualiseerd, zodat geen enkel huishouden onder het sociaal minimum terecht komt.

Maar juist dat onderdeel van het rapport roept de voorspelbare weerstand bij de werknemersorganisaties op en ook bij de Arme kant van Nederland. FNV, CNV en MHP voelen niets voor het verlagen van het minimumloon. De FNV noemt het om die reden ook een 'tegenstrijdig' verhaal van de WRR. “Aan de ene kant wil het ongeschoold werk opwaarderen, maar tegelijkertijd de beloning verlagen. De tweedeling in de samenleving wordt mede veroorzaakt door het inkomen en het voortdurend bezuinigen op uitkeringen. Dan is het niet logisch om de beloning te verlagen.”

Volgens CNV-woordvoerder P. Kroon komt het laaggeschoolde werk er ook niet als het minimumloon wordt verlaagd. Een werkgever wil gewoon een goede kracht, en dan blijkt in de praktijk dat hij zelfs boven het minimumloon gaat betalen.''

De FNV ergert zich vooral aan de scherpe nuancering die de WRR aanbrengt in de discussie over toenemende armoede in Nederland. Volgens de WRR is het niet waar dat steeds meer mensen in armoede leven. Wel is het zo dat er een harde kern is die langdurig op een uitkering is aangewezen. En deze groep is de laatste jaren wèl in inkomen achtergebleven bij werkend Nederland. FNV-woordvoerder Sprenger: “De WRR ontkent de toenemende tweedeling. Dat is te gênant voor woorden. Onze rapporten wijzen op precies het tegenovergestelde. Waarom heb je anders de discussie over de koudetoeslag, betalen sommige gemeenten nu een deel van de ziekenfondspremie of het krantenabonnement? En nu ìs er eindelijk een discussie hierover op gang gekomen, en dan dreigt de WRR hier weer de scherpe kantjes vanaf te halen. Dat betreuren wij zeer.”

Ook de kerkelijke werkgroep 'De arme kant van Nederland' begrijpt het armoedeverhaal van de WRR niet. Vice-voorzitter H. Crijns wijst op de groep kanslozen en spreekt van het 'opstapeleffect'. Hoe meer voor de arbeidsmarkt ongunstige eigenschappen iemand heeft (vrouw, gekleurd, 40-plus of slecht geschoold) des te groter de kans dat men nooit meer aan de bak komen.

Crijns vindt dat de WRR veel te optimistisch is over de banengroei en wijst onder meer op de moeizame manier waarop Melkertbanen zijn gecreëerd. De Arme kant zegt dat de WRR 'rijp en groen' als baan meetelt. Alfa-hulpen in de thuiszorg verdienen gemiddeld zesduizend gulden per jaar; vaak zijn dat niet meer dan bijverdiensten om te overleven. Huishoudens, die mede afhankelijk zijn van dit soort banen, profiteren niet of nauwelijks van de gunstige conjunctuur in de economie.

Daar tegenover is de vakcentrale MHP juist blij dat de armoede-discussie in Nederland wat genuanceerd wordt. Volgens voorzitter Van Dalen zijn de inkomensverschillen in Nederland veel te gering om over een echte tweedeling te spreken. Van Dalen vindt het ook vreemd dat de politiek veronderstelt dat armoede alleen onder uitkeringsgerechtigden voorkomt. Zo krijgt alleen deze groep straks van het kabinet een koudetoeslag. “Maar er zijn ook werkende mensen met een minimum-inkomen en slechte behuizing, die het de afgelopen weken koud hadden.”

De Bredase bisschop Muskens mist in het WRR-rapport een visie op de mens. Alles draait om werk, werk en nog eens werk. Maar de de samenhang in de samenleving hangt ook af van andere verbanden, zoals verenigingen, meent Muskens die ook de te sterke nadruk op betaalde arbeid laakt.

Voor de bisschop is arbeid alleen niet zaligmakend; er wordt niet bij stilgestaan of mensen wel gelukkig kunnen zijn in hun werk. Bovendien is het rapport te globaal, blijven bepaalde categorieën, zoals mensen boven de veertig, buiten beschouwing. Want ondanks de gunstige banenprognose van de WRR, ziet Muskens veertig plussers nog niet aan het werk komen, als ze hun baan kwijt raken.

mailIcon print |