Zijn laatste wapenfeit als rentmeester van de Maatschappij van Welstand was de aankoop van de hervormde pastorie van Nuenen, het huis waar Vincent van Gogh heeft gewoond en geschilderd. Het veilig stellen van een dierbaar stukje grond, van een plek met emotie - voor Leen Kaptein is het misschien wel de essentie geweest van zijn werk als rentmeester.
Bij zijn afscheid, na 31 jaar bij 'de Maatschappij', is hij onlangs met pensioen gegaan, gaf hij een aantal mensen het boek 'Hoe God verdween uit Jorwerd' van Geert Mak cadeau. Omdat hij het gevoel had dat het een verhaal over hemzelf was.
Voorin schreef hij: “Mensen houden van plekken, en plekken houden van mensen” en refereerde aan de 'plek' die ze samen deelden. “Grond is altijd emotie”, zegt hij. “In het verleden zijn er niet voor niets drie kabinetten gevallen op de grondpolitiek. Grond doet mensen iets. Ik heb dertig jaar bij pachters op de boerderij aan de tafel gezeten en hun koekjestrommel leeggegeten. En elke keer kwam de vraag aan de orde: hoe moet het nu verder, met het land, met het bedrijf.”
De Maatschappij van Welstand. De naam klinkt al even stokoud als de club is, binnenkort 175 jaar. Ooit opgericht in het zuiden van Nederland om kleine protestantse gemeenten in stand te houden en hervormde boeren, die in de roomse gebieden in een diaspora leefden, ondersteuning te geven.
Na de 'bevrijding van het protestantisme' dat tot 1795 in de Generaliteitsgebieden de lakens had uitgedeeld, dreigde een leegloop in de hervormde gemeenschapjes. De notaris, de koddebeier, de schout en de schepenen en veel ambtenaren - vaak van boven de rivieren aangesteld in het Brabantse en Limburgse land - werden er op veel plaatsen uitgeschopt. Zolang er nog minstens vijftig hervormde zielen in het dorp rondliepen, betaalde de overheid duizend gulden per jaar voor de predikant.
Beneden de vijftig zielen verviel het rijkstractement. De veelal arme boeren die overbleven, brachten nog wel geregeld een ham en een stel eieren naar de pastorie om de dominee in leven te houden, maar die duizend gulden konden zij niet opbrengen.
In die situatie werd de Maatschappij van Welstand opgericht. “Niet om zieltjes te winnen”, zegt Kaptein. “De mensen van het eerste uur, zoals de grootvader van Vincent van Gogh, waren tolerante lieden. Maar zij vonden het heel belangrijk dat er een protestantse gemeente bleef bestaan naast de katholieke, om te weten dat je niet alleen maar met je eigen club bezig bent.
De Maatschappij kocht met geld van vermogende figuren boerderijen aan en verpachtte die aan protestantse boerengezinnen met een stuk of wat kinderen. Zo bleven er minstens vijftig protestanten in het dorp, was het rijkstractement voor de predikant veilig gesteld en hadden de boeren een bestaan. Geen vetpot overigens, het was vaak 'erm' op het zand.''
Volgens zijn kleinzoontje was Kaptein 'de baas van de boeren'. Volgens de dikke Van Dale inde hij de rente (de pacht) en volgens de pachters van Welstand (de boeren) was hij hun praatpaal en raadgever.
Zelf noemt Kaptein een rentmeester een regisseur. “Je weet van allerlei dingen een klein beetje. Ik ben geen boer en geen jurist. Als een boer een juridisch probleem heeft en een advocaat in de arm neemt, verstaan ze elkaar niet: een boer weet alles van de prijs van een big, maar niks van jurisprudentie en een advocaat kent het verschil tussen een big en een varken niet. Dan ben ik de trait d'union. Ook tussen boer en architect. Ik kan geen stal tekenen, maar wel aangeven hoe die moet worden gebouwd en in de gaten houden wat de financiële consequenties zijn.”
Kaptein wilde bij zijn pensioen geen receptie, wél een afscheid van alle pachters die her en der in het zuiden een boerderij van Welstand runnen.
“Ik heb zoveel met die mensen beleefd. Ik kwam niet alleen bij boeren om ze namens het bestuur te vertellen dat de pacht omhoog ging. Maar je werd ook ingeschakeld als een boerderij van de plaatselijke kerk moest verdwijnen vanwege dorpsuitbreiding, aanleg van een rijksweg of een gasleiding. In het spel met de overheid raakten ze nog wel eens in de verdrukking. Natuurlijk zijn er integere taxateurs, maar ook snippenschieters met wie ze geen kant opkonden. Als rentmeester weet je van wanten en kun je partij geven.”
Aan de keukentafel op de boerderij, daar was zijn werk. Daar praatte hij over ethische kwesties als: mag je klonen, hoe ga je met je vee om en waar laat je je stront. Daar hoorde hij de verhalen van eenzaamheid, van ziektes en van zorgen over de toekomst.
“Dan kom je bij een gezin met vier jongens. De man heeft de boerderij van zijn vader overgenomen, is nu 45 jaar en wil nog graag een jaar of tien, twaalf blijven boeren. De oudste zoon van twintig wil op het bedrijf komen, maar de jongste van tien ook. Uitbreiding van de boerderij zit er om allerlei redenen niet in. Dat is een probleem in een gezin, waar jij als rentmeester deelgenoot van bent.”
“Je hebt de wijsheid niet in pacht. Je kunt ze adviseren om te verhuizen, want daar blijven betekent geen toekomst. Maar je weet ook dat dat niet goed is voor de kerkelijke gemeenschap waar het gezin een actieve rol in speelt. Dan komt de emotie om grond en om een plek weer om de hoek kijken.”
Kaptein woont in Eindhoven, maar zijn ziel ligt op het platteland. Het Brabantse, of het Friese, zoals van Geert Mak. Je moet het platteland in stand houden. Je ziet het overal: “Als het platteland leegloopt, heb je een enorm probleem. Dan gaat het in de stad ook niet goed, dan verrot de stad. Daarom mag er wel eens wat meer rekening met de boer worden gehouden. Hij wordt afgerekend in zijn producten op de wereldprijs, terwijl hij het platteland in stand houdt.”
“Als de boer er niet meer is, kun je het schudden. Dan kan je niet meer skiën in de Alpen, dan verwildert het land en dan is het met het buitenleven gedaan. Ik heb dan ook zo'n moeite met het beleid van Natuurmonumenten, dat overal maar 'natuur' van wil maken. Ik ben niet tegen natuur, ik kom eruit voort, maar ik vind dat het landschap er is voor de mensen, het moet kunnen worden beleefd. Boeren hebben nog veel meer belangstelling voor het landschap dan de enkeling die er af en toe eens komt kijken. Geef hen daar ook een prijs voor. Dat hoeft geen salaris te zijn zoals de sterren van Joop van den Ende verdienen, maar zo dat hij kan bestaan.”
De Maatschappij van Welstand pot het geld uit de pacht niet op, maar laat het ook rollen in een aantal algemeen sociale projecten. In Bladel werd 25 jaar geleden een oude boerderij omgebouwd, zodat schoolklassen uit het basisonderwijs in de Randstad daar een week kunnen doorbrengen.
In het Zeeuwse Sint Laurens werd de monumentale herenboerderij Popkensburgh ingericht als woongemeenschap waar zo'n 25 ouderen als groep onder één dak leven.
En in Luxemburg runde de Maatschappij een tijd lang een centrum voor toeristen en ieder ander die in de hectische samenleving weleens het spoor bijster raakt.
Kaptein was steeds de motor, de rentmeester die zegt dat hij ooit is aangenomen 'als eenvoudige beheerder van wat boerderijtjes' maar zich ineens ook bezig moest houden met voorzieningen voor Amsterdamse scholiertjes en “groepsprocessen met ouderen.”
In Bladel komt hij Natuurmonumenten weer tegen. “Onze hoeve Ten Vorsel heeft altijd een functie voor mensen. Er is eeuwenlang geboerd en tegenwoordig komen er elke week 80 kinderen. Daar is nu een ecologische hoofdstructuur overheen gekomen. Vanwege een paar plantjes wordt een deel van het gebied afgesloten voor de kinderen, die daar juist hun beleving hebben, en voor de boeren die het landschap juist bewaren.”
Na zijn pensioen gaat hij op de hoeve in Bladel de tuin bijhouden en doet in Sint Laurens op geregelde tijden de schort voor om te koken voor de woongemeenschap. “D'r zijn nu eenmaal plekken waar je in leven van gaat houden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.