Van een onzer verslaggevers DEN HAAG - Eindeloos zaagde de Utrechtse advocaat mr. P. H. Doedens de getuigen gistermiddag door over wat ze nou hebben gezien op 11 augustus vorig jaar toen de 8-jarige Marcello van een flatgalerij in Schiedam naar beneden viel of werd gegooid.
“Heeft u door de emotie niet dingen gezien die u niet gezien heeft”, vroeg Doedens aan getuige mevrouw Van der Velde. Heftig schudde ze met haar hoofd van nee: “Zó erg ben ik niet in de war, hoor!” Met een handgebaar onderstreepte de gepensioneerde getuige Oomen dat hij nog steeds het beeld voor zich ziet van naar beneden gevallen jongen. En ook de oude dame Holyhoek had de fatale gebeurtenissen nog 'op haar netvlies gegrift.'
Maar genadeloos vergeleek Doedens keer op keer de verklaringen bij de politie, de rechter-commissaris en de rechtbank met wat de vier gedagvaarde getuigen zich gisteren in hoger beroep wisten te herinneren van de val van Marcello. En daar zat menig keer wat licht tussen.
Over de bovenkleding van de vermeende dader bijvoorbeeld, een 54-jarige flatbewoner die woedend de voetballende Marcello zou hebben achtervolgd en van de achtste verdieping naar beneden gegooid. Eerst wist getuige Van der Velde niet wat de vermeende moordenaar aan had. Later was ze er rotsvast van overtuigd dat hij een wit t-shirt droeg. Getuige Holyhoek wist met evenveel stelligheid dat de verdachte die dag een wollen trui droeg.
Ook Van der Velde's versie van hóe het jochie over de balustrade zou zijn gewerkt, wijzigde in het afgelopen jaar. De dader gooide het jongetje aan beide benen over het galerijhek, zei ze in haar eerste verklaring. Kort erna sprak ze over beide armen. En voor de rechtbank in april en ook nu weer zei ze dat de moordenaar Marcello aan voet en been van de flat naar beneden gooide. “Bent u wel in staat geweest het goed te zien?”, vroeg de befaamde raadsman nog maar eens aan de enige getuige die zelf de moord zag gebeuren. “Jáwel, ik heb het wél gezien”, hield ze vol overtuiging vol.
Ze liet zich niet van de wijs brengen door het eindeloze gezaag en gezeur van Doedens. Ook niet toen die op de proppen kwam met haar vader die eerst ook sprak van een gooipartij en later van een onbesuisde klimpartij met noodlottige afloop. Tot zijn diepe spijt kon Doedens de bejaarde vader van de hoofdgetuige niet meer zelf aan de tand voelen. Hij lijdt sinds een half jaar aan hartkloppingen en geheugenverlies.
De verdachte zelf beperkte zijn bijdrage tot één zin: “Ik heb het niet gedaan en ben onschuldig.” Omdat z'n cliënt 'stottert en daardoor dingen kan zeggen die hij niet zo bedoelt', werd de verdachte op Doedens verzoek merkwaardig genoeg vrijgesteld van verder verhoor.
Op 31 oktober formuleert de procureur-generaal zijn eis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.