*

 
dossier

Archief

Noaberschap is in gemeente Olst niet meer wat het geweest is

Door: redactie − 18/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers OLST - De een noemt het betuttelend, de ander een schending van de privacy, een derde pure politieke propaganda, maar burgemeester M. Appel-de Waart van het Overijsselse Olst heeft geen greintje spijt van haar oproep aan de inwoners van haar gemeente, om beter te letten op de noden van armlastige medeburgers.

Sterker nog: het effect van haar appèl op goed 'noaberschap' heeft haar stoutste verwachtingen overtroffen. “Volgens onze gegevens zouden ongeveer 250 gezinnen in Olst op of onder het bestaansminimum leven. De helft daarvan kennen we via de sociale dienst. Van het deel dat we niet kennen is sinds mijn oproep tijdens de nieuwjaarsreceptie vijftien procent aangemeld. Zelf heb ik elf reacties gehad, bij de sociale dienst zijn er zes binnengekomen. Daar ben ik hartstikke blij mee, want wij hadden op hoogstens twee à drie procent respons gerekend.”

De burgemeester kwam op het idee voor haar oproep via een inwoonster van Olst die haar eind vorig jaar op straat staande hield, om haar het financiële probleem van een kennis voor te leggen. “Het ging om een gezin met drie kinderen dat moet rond zien te komen van 1800 gulden in de maand. Uit nader onderzoek bleek dat dat gezin ten onrechte geen gebruik maakte van vier bijzondere regelingen. Bij elkaar goed voor 3000 gulden per jaar. Die zaak is inmiddels geregeld, maar het zette me aan het denken. Er zijn veel meer gezinnen die zichzelf tekort doen. Sommigen uit onwetendheid, anderen omdat ze te vaak hun neus gestoten hebben, maar de meesten omdat ze hun armoe ontkennen voor de buitenwereld.”

Het probleem waarvoor Appel-de Waart zich geplaatst wist, was: hoe bereik je die mensen? “Niet via de geëigende weg”, concludeerde ze aan de hand van de cijfers. “Daarom heb ik een beroep gedaan op het noaberschap dat in deze regio nog traditie is. Elkaar helpen, daar waar nodig. Wat ik wil bereiken is het bespreekbaar maken van het probleem. Het speelt heus niet alleen in Olst. Ik heb reacties gekregen uit het hele land. Mensen schreven me brieven, waarin ze al hun ellende uitstortten. Daar zaten heel schrijnende gevallen tussen.”

Vervolg op de oproep van de burgemeester vormt een onderzoek in samenwerking met de universiteit van Nijmegen, waarin via een steekproef de noden en behoeftes van de armlastigen worden geïnventariseerd en waaruit een plan van aanpak moet worden geformuleerd. De nieuwe armoedegevallen krijgen bezoek van een maatschappelijk werker, die hen helpt bij het verkrijgen van de hun toekomende financiële regelingen.

Toch zijn niet alle ingezetenen van Olst even gelukkig met de actie van hun burgemeester. A. Bindels uit de Diepenveenseweg spreekt zelfs van “goedkope politieke propaganda. Nergens wordt zoveel gedaan aan burenhulp als juist hier. Het opsporen van armen is bij uitstek een taak van de gemeente. Die weet alles van iedereen. Zelfs of iemand tien of elf tenen heeft. Laat ze een streep trekken onder een bepaald inkomensniveau, en iedereen daaronder benaderen. Maar val ons er niet mee lastig.”

De 75-jarige mevrouw Nienhuis woont in een zelfstandige bejaardenwoning in Olst. Volgens haar is het noaberschap lang niet meer wat het geweest is. “Vroeger was het allemaal een stuk beter. Tegenwoordig zie je haast niemand meer. Tijdens de vorstperiode heeft iemand een keer een boodschap voor me gedaan. Da's al. Maar ik red me wel, hoor. M'n dochter woont wat verder weg, maar komt nog elke maand langs.” Ze juicht de oproep van de burgemeester toe. “Mij hoor je niet klagen, maar voor mensen die het echt nodig hebben, vind ik het een goede zaak.”

Mevrouw Regterschot uit de Geraniumstraat heeft van de oproep van de burgemeester niets gehoord. “Of ik mijn armlastige buurman of kennis zou aanmelden bij de gemeente? Dat weet ik niet. Dat zou ik eerst met m'n man moeten overleggen.”

mailIcon print |