Het is bijna te mooi om waar te zijn: Tsjetsjenië heeft na twee onzinnige, barbaarse en vernietigende oorlogsjaren een president gekozen met wie iedereen blij lijkt te zijn. Er viel weinig aan te merken op de presidents- en parlementsverkiezingen van deze week, daarover waren Europese waarnemers en journalisten vrijwel eensgezind. Zelfs Rusland, dat zeer wantrouwig was, heeft nu voluit erkend dat er niets mis was met de verkiezing van Aslan Maschadov. De mannen in het Kremlin denken dat er met deze Maschadov goed te praten valt.
Dat had het Kremlin wel eerder mogen bedenken. Dan hadden de levens van vijfduizend Russische soldaten en tienduizenden Tsjetsjenen gespaard kunnen blijven. Ruslands strijdkrachten hadden dan niet te kijk hoeven staan als een bezopen zootje ongeregeld, dat het moest afleggen tegen gewapende Tsjetsjeense burgers onder het bevel van dezelfde Maschadov die nu president is geworden.
Misschien dat er toch nog iets moois kan groeien op de verschroeide Tsjetsjeense aarde. Maar het wezenlijke meningsverschil tussen Moskou en de Tsje-tsjenen wacht nog op een oplossing. Rusland blijft weigeren Tsjetsjenië staatkundige onafhankelijkheid te gunnen. Met wat inventiviteit moet daar iets voor te verzinnen zijn. Een toverformule met het plooibare begrip 'soevereiniteit' moet te vinden zijn. Nu de Tsjetsjenen hun feitelijke onafhankelijkheid hebben gewonnen is de hoofdzaak dat ze een nieuw leven kunnen opbouwen. Daarvoor is veel geld nodig, meer dan de Russen zouden kunnen betalen als ze dat al zouden willen.
De oliepijpleiding die door Tsjetsjenië loopt, zou uitkomst kunnen bieden. De Russen willen graag dat nieuwe olievelden in de Kaspische Zee via de Tsjetsjeense pijp worden leeggepompt. De Tsjetsjenen kunnen daar geld aan verdienen. Zo zou de olie - die voor de Russen misschien de werkelijke aanleiding is geweest voor deze oorlog - nu alsnog goed werk kunnen doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.