*

 
dossier

Archief

Dick Raaijmakers tussen schoonheid-lelijkheid

KEES POLLING − 28/09/95, 00:00

De Raaijmakers-expositie in het Haags Gemeentemuseum duurt t/m 29 oktober. In het Festival In de Branding zijn te zien 'Hermans Hand' (i.s.m. Holland Dans Festival; Theater aan het Spui, 19 t/m 21/10), 'Brand!!' (Korzotheater, 26/10) en 'Scheuer im Haag' (een uitgewerkte versie van 'Der Stein'; Koninklijk Conservatorium, 27 en 28/10).

In het zaaltje bevinden zich drie installaties afkomstig uit de recente Holland Festival-produktie 'De val van Mussolini'. Een dikke, lange, metalen buis maakt het meeste lawaai. Afwisselend aanhoudend en schoksgewijs wordt hij over metalen schragen getrokken. Het geluid is snerpend en gemeen, pijnlijk bijna. Het is verbonden met een ronddraaiende 'deur' met rode lichtbanen. Met de draai wordt de opening groter of kleiner. Elke beweging wordt kracht bijgezet door de buis. Raaijmakers ontleende het thema aan de Laurel & Hardy-film 'The Night Owls' uit 1930. Daarin beklimmen de dikke en de dunne een muur, passeren een deur en wurmen zich door een raam.

Een stuk zachter zijn beide andere installaties. Achterin de zaal wordt het slot van 'De val van Mussolini' verbeeld: de executie van Mussolini en zijn maitresse. Terwijl een stroboscoop het gebeuren verlicht, vallen beide figuren - voorgesteld door platte, gezichtsloze poppen - als waren ze zojuist neergeschoten, langzaam ieder naar een kant. De derde installatie bestaat uit een metalen balk, een groot formaat autowiel, metalen kubussen en acht poppen. Eén daarvan is Mussolini, die af en toe door een strakke kabel omhoog wordt getrokken.

De installaties heten 'Deur', 'Vlucht' en 'Dood'. Het is niet moeilijk de namen bij de installaties te plaatsen. De buis en de van omvang veranderende opening vormen 'Deur', de kruisiging is 'dood', en die waarbij Mussolini uit een menigte wordt geplukt, is 'Vlucht'.

Wat is er zo leuk aan het werk van Dick Raaijmakers? Mij boeit de wisselwerking tussen fascinatie en irritatie en de tegenstelling tussen schoonheid en lelijkheid. En de puurheid, kinderlijk en onbevangen: eigenschappen van echte kunst. De 65-jarige (anti-)componist, (muziek)filosoof, (muziek)theatermaker en beeldend (geluids)kunstenaar schept er genoegen in de rol van geluid, cq muziek, te onderzoeken. Ik herinner me zijn elpee 'Ballad Erlkönig/5 Canons', uitgebracht in 1981 door Donemus (Composers' Voice 8103). Die plaat bevatte elektronische muziek, al zou je het ook lawaai kunnen noemen. Toch fascineerde die 'muziek' door de compromisloze houding van de maker, door de onmiskenbare logica van het georganiseerde geluid en door de onloochenbare muzikaliteit van de 'composities'. Herrie? Jazeker. Maar in zekere zin ook muziek, in ieder geval 'anti-muziek', en dat blijft muziek, want 'muziek' over muziek. Raaijmakers ontleedt in zijn werk muziek in klank en klank in ruis. Met name de combinatie muziek en theater is hiervoor geschikt, zoals dit voorjaar bleek in de Theatergroep Hollandia-produktie 'Der Stein' en natuurlijk in 'De val van Mussolini. Ook in de twee performances, 'Probe' en 'Volta', waarmee hij tijdens de opening van de expositie in het Haags Gemeentemuseum de Ouborgprijs voor beeldende kunst 1995 in ontvangst nam.

Aan Raaijmakers, wiens tentoonstelling deel uitmaakt van het aan zijn werk gewijde Festival In De Branding in Den Haag, werd de Ouborgprijs 1995 (f10.000, een video en een expositie) toegekend voor zijn 'beeldende oeuvre'.

Merkwaardig, deze prijs voor een componist en theatermaker. Raaijmakers beaamt dat: “Ik hou mij niet bezig met beeldende kunst. En wat ik er wel aan doe, is onlosmakelijk verbonden aan een produktie. Het zijn geen autonome werken die samen een oeuvre vormen.”

Volgens de jury is deze prijs echter zeer op zijn plaats voor Raaijmakers: “Hij vervaardigt literaire, filmische, theatrale en vooral ook beeldende produkties, waarin hij het spanningsveld tussen kunst en techniek op een steeds wisselende wijze origineel en stimulerend aan de orde weet te stellen.”

De twee performances gaven goed Raaijmakers instelling weer. Inhoudelijk gingen ze over 'mislukken' en 'nadoen'. Hij haalde het voorbeeld aan van een componist die een orkeststuk schrijft.

“Het kan niet anders of het gaat ergens fout. De componist schrijft een stuk, uit een vlaag van Goddelijke inspiratie. Dat werk gaat naar de kopieerder, die het netjes af moet leveren aan het orkest. De kans op fouten is daar al zeer groot. Bij het orkest buigt de dirigent zich er over; diens interpretatie herbergt opnieuw een kans op fouten. Vervolgens repeteren dirigent en orkest het stuk. Inspiratie en inzet, of het gebrek daarvan, bepalen het klinkende resultaat, dat op zijn beurt weer door iedere bezoeker anders wordt ervaren. Zou het nou niet makkelijker zijn als God die muzikale inspiratie direct aan de musici influisterde, of, nog beter, direct aan de luisteraars? Dan zou je al die kansen op fouten voorkomen.”

'Probe' is gebaseerd op 'Orchesterprobe', een film van Karl Valentin uit 1933. Daarin gaat van alles mis tussen de dirigent en de slagwerker. Terwijl een filmfragment van zo'n vijf minuten op een doek boven het toneel werd geprojecteerd, speelde Raaijmakers onder het doek zo goed mogelijk de rol van de slagwerker: diens bewegingen, diens gestuntel, alles deed hij na. Zijn enige vrijheid bestond uit het plastisch verduidelijken van de te bespreken onderwerpen. Zodra de slagwerker en de dirigent over fietsers praatten, hield de performer een houten fiets omhoog; als het ging over vliegen, greep hij naar een vliegtuig. Dat probeerde hij tenminste, want de helft van de keren was hij te laat. 'Probe' is een kostelijk stukje theater over 'falen', maar ook over 'muziek', want het onderwerp is muziek, al klinkt er nauwelijks muziek. En zelfs over 'vallen', Raaijmakers' grote fascinatie, die al zeker twintig jaar zijn werk beheerst, want er werd heel wat gevallen in 'Probe'.

'Volta' is van heel andere orde. In deze performance van een paar uur, werd de door Allesandro Volta in 1800 gerealiseerde 'Zuil van Volta', de eerste elektrische batterij, op reuzenschaal nagedaan. Geholpen door vier assistenten vervaardigde Raaijmakers een anderhalve meter hoge 'zuil' van koperen en zinken platen en ruim 2000 kilo in verdund zuur doordrenkte textiele vodden. Na het aanbrengen van de laatste plaat moest deze 'kolossale batterij' een lampje doen opgloeien. Gehinderd door de zwavelzuurdampen, die al snel op mijn keel en ogen sloegen, heb ik dat resultaat niet afgewacht. De komende weken wacht me nog genoeg Raaijmakers in het Festival In de Branding.

mailIcon print |