(C) TROUW, NEL VAN BETLEHEM
Het vroegere Stanleyville, naar de ontdekker van het gebied, is van strategisch belang voor de rebellen. Via deze stad zeggen ze te willen oprukken naar de hoofdstad Kinshasa, om het Mobutu omver te werpen. Het gunstige van Kisangani is dat het ligt aan de brede Zaïre-rivier; de rebellen kunnen er boten confisqueren om de meer dan duizend kilometers af te zakken naar de hoofdstad.
Met 400 000 mensen is Kisangani de op twee na grootste stad van Zaïre. Was het vroeger centrum van het slavenrijk van de Belgische koning Leopold II, nu is het centrum van diamanthandel en missionarissen. Verder is het armoe troef. Na de etnische onlusten begin jaren zestig is de stad nooit opgebouwd. De koloniale gebouwen zijn vervallen; op de benedenverdiepingen houden mensen kippen en geiten, zelf wonen ze erboven. Sinds het leger de stad in '91 en '93 leegplunderde, zijn de meeste winkels zelfs niet meer opengegaan. Al is het naar Zaïrese begrippen dicht bevolkt, Kisangani ziet er uit als een spookstad.
En nu zijn er weer nieuwe onlusten. Die zijn al begonnen met de komst van tienduizend ongedisciplineerde Zaïrese soldaten die door de rebellen uit het oosten zijn weggejaagd. Berooid als ze zijn, plunderen ze alles leeg. Volgens sommige bronnen zouden ze op hun strooptochten door de stad ook veel vrouwen verkrachten. Bij pogingen van het 41ste regiment om de losgeslagen collega's te ontwapenen, wordt er regelmatig geschoten.
“De veiligheidssituatie in de stad is heel slecht”, zegt een anonieme broeder, maar de Tutsi-rebellen zijn volgens hem nog ver weg. Ook hulporganisaties hebben nog geen Tutsi zien arriveren. “Op de weg tussen Kisangani en Walikale, waar tienduizenden vluchtelingen in het oerwoud zitten, zijn nog geen groepen rebellen gesignaleerd”, zo vernam Marti Waals, directeur van het Belgische Memisa, gisteren van medewerkers in het gebied.
De rebellen zouden ook de noordelijke route kunnen nemen, via de stad Beni die ze net hebben ingenomen, maar volgens Waals is die weg zo slecht dat ze er nooit overheen komen. “De meeste bruggen zijn ingestort, en de putten zijn zo diep dat camions erin verdwijnen.” Waals beschouwt de verklaring van een rebellencommandant gisteren, dat ze de buitenwijken van Kisangani al zijn genaderd, dan ook als oorlogsstrategie. Ook de Zaïrese regering ontkent dat de Tutsi's delen van de stad hebben ingenomen.
Het neemt niet weg dat de rebellen flink oprukken. Nadat ze donderdag Butembo innamen en vervolgens Beni (met behulp van het Oegandese leger, aldus Zaïre), zouden ze nu Bunia omsingeld hebben. Soldaten doen nauwelijks moeite om deze plaatsen te verdedigen; ze plunderen alles en gaan er als een haas vandoor. “Daarna komen de Mai-Mai”, zegt Waals, “en tenslotte de rebellen.” De etnische Mai-Mai hebben vroeger tegen de Tutsi's gevochten, maar zijn momenteel hun bondgenoot. Met rituelen als baden in gewijd water en naakt vechten, achten ze zich onkwetsbaar.
Door al deze vechtende groepen (en dan zijn de Rwandese Hutu-milities nog niet eens genoemd) is de situatie in het gebied onduidelijk en zeer gevaarlijk, zegt Waals. Gisteren hebben Unicef en twee andere hulporganisaties hun medewerkers al uit Kisangani geëvacueerd, wat ten koste zal gaan van het beetje hulp dat ze de arriverende vluchtelingen kunnen bieden.
In de stad zelf zijn nog maar vijfduizend mensen aangekomen na vijfhonderd kilometer lopen van Goma. Volgens Waals zitten er nog 150 000 vluchtelingen in het oerwoud rond Walikale. Ze zijn versnipperd in groepjes en durven zich vaak alleen 's nachts te verplaatsen. Er heersen ziektes als difterie en tbc, en volgens Waals moeten er al duizenden mensen in het woud zijn overleden.
De directeur van Memisa in Brussel en de broeder in Kisangani vinden dat er buitenlandse grondtroepen moeten komen. Niet alleen om de vluchtelingen te helpen, maar ook om de opmars van de Tutsi-rebellen tegen te gaan. “Als de internationale gemeenschap niets doet, en áls de rebellen hulp van buitenaf krijgen”, zegt Waals, “dan zijn ze op weg naar Kisangani.”
Niemand weet wat de rebellen precies willen: heel Zaïre veroveren, een bufferstaat in het oosten creëren of het oude Rwandese Tutsi-koninkrijk herstellen. Omdat de Alliantie van democratische strijdkrachten voor de bevrijding van Congo/Zaïre niet alleen uit Tutsi's bestaat, maar ook uit andere etnische groepen, is het mogelijk dat de rebellen het onderling nog niet eens zijn. Succesvol zijn ze wel. En een verovering van Kisangani zal de implosie van Zaïre hoe dan ook een stuk dichterbij brengen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.