Wytze Scheringa wist het zeker: hij zou onderwijskunde gaan studeren aan de universiteit van Nijmegen. Tenslotte was hij pas 21, dus had hij nog tijd zat om wat extra's te studeren als hij de pabo achter de rug had. Niet dat hij geen zin had in lesgeven. In tegendeel, het leek hem geweldig om met kleuters te gaan werken. Zolang hij tenminste niet hoefde te blokfluiten, want daar had hij een uitgesproken hekel aan. Veel banen waren er echter twee jaar geleden niet in het onderwijs. Daar kon je maar beter rekening mee houden. Een leven als huisman, gecombineerd met twee dagen werken, leek hem eigenlijk ideaal.
Wytze is inderdaad onderwijskunde gaan studeren, vertelt hij op hetzelfde adres als twee jaar geleden. En wel meteen toen hij zijn pabo-papiertje had. Het duurde welgeteld drie maanden. “We kregen een paar doctoraalvakken die ik wel leuk vond omdat ze duidelijke linken hadden met de praktijk. Maar de propedeusevakken waren erg theoretisch.”
Wytze haalde voldoendes voor de werkstukken die hij moest maken. Maar toen het eerste echt zware tentamen eraan kwam besloot hij tot een test. Want hij had geen zin zich jaren de pleuris te werken. Hij leerde zoveel als hij dacht langere tijd te kunnen opbrengen. En hij haalde een akelige drie.
“Toen ben ik gestopt. Ik was bang dat ik het niet zou halen en dat ik dan mijn studiebeurs zou moeten terugbetalen. Het was ook wel een overgang. Tentamen over zeshonderd bladzijden, dat krijg je op de pabo niet. Maar van massaliteit had ik geen last. Ik had veel werkgroepen en die zijn klein. Een enkele keer waren er wel colleges in grote zalen. Dan kroop ik lekker bovenin. Fijn wel, als er niet zo op je wordt gelet.”
Wytze deed wat invalwerk voor zieke leerkrachten toen hij eenmaal had besloten de pijp aan Maarten te geven. Op een gegeven moment brachten zijn ouders een advertentie onder zijn aandacht van de Himalaya Rescue Dog Squad, een hulpverleningsorganisatie. Ze waren in Nepal op vakantie geweest en enthousiast teruggekomen. De hulporganisatie vroeg leerkrachten om als vrijwilliger in Nepal te gaan werken. En dat leek hen precies iets voor Wytze.
Het plan stond hem ook wel aan en hij solliciteerde. En een paar maanden later, in maart, liep hij rond in een piepklein dorpje in de Himalaya. “Dat was avontuurlijk werken daar”, vertelt hij. “De jongste kinderen spraken geen Engels dus daaraan kon ik geen les geven. Maar zo vanaf tien jaar verstaan ze je wel. Ik gaf geschiedenis, aardrijkskunde, natuurkunde, Engels en wiskunde aan wisselende groepen.” De pas afgestudeerde leerkracht sliep tussen zijn leerlingen op de slaapzaal in een oude boerderij. Het was een soort kostschool.
Achteraf vindt hij dat de drie maanden in het hooggebergte 'een aparte ervaring' is geweest. “Ik heb er niet beter van leren lesgeven, maar ik ben zekerder van mezelf geworden. Ik weet nu dat ik me kan redden als ik niet de hulpmiddelen heb die je hier wel ter beschikking staan. Voor de kinderen was het misschien beter geweest als ze iemand van de lerarenopleiding voortgezet onderwijs voor zich hadden gehad. Ik heb nooit geleerd om Engels te geven en de grammaticalessen van de havo zijn erg ver weg gezakt.”
Na de zomervakantie is hij werk gaan maken van solliciteren. Er gingen wel twaalf brieven de deur uit. Slechts in één geval leidde dat tot een gesprek: op zijn oude stageschool. “Als ik die eerste brieven teruglees begrijp ik wel dat ik toen niet op meer scholen uitgenodigd ben. Die waren niet zo goed. Ik had de sollicitatietraining van de pabo overgeslagen omdat ik dacht dat ik toch zou doorstuderen.”
Hij schreef op vacatures die niet verder waren dan anderhalf uur reizen van zijn huis in Nijmegen. Arnhem, Tiel, die contreien. Sommigen van zijn studiegenoten zijn wel verhuisd, maar de meesten vergaat het zoals hem. Slechts eentje heeft een vaste baan, weet hij.
Invalwerk was er niet na de zomer. Dat kwam pas na de herfstvakantie weer. Hij kwam op twee scholen terecht waar hij met grote reglemaat kan invallen. Hij is dus vaste invalkracht geworden. De laatste drie maanden heeft hij gemiddeld twee dagen per week werk gehad. “Ideaal is het niet. Je kan 's ochtends om 9 uur gebeld worden met de vraag of je kunt komen. Maar je hebt niet veel keus. En je leert er wel veel van, van al die verschillende scholen.”
Blokfluiten leert hij er niet van, die afkeer zal hij niet verliezen. “Ik vind het niet stom vind ofzo, ik kan het gewoon niet zo goed. Mischien begin ik er later aan als ik een eigen klas heb. Zingen met de kinderen gaat nu wel veel beter dan tijdens de stages, omdat er nu niemand op mijn vingers staat te kijken. Maar als ik ga blokfluiten in een invalklas wordt het een puinhoop. Dan gaan ze lachen. In plaats daarvan doe ik liedjes voor op de xylofoon.”
Wytze verdient met zijn twee dagen werk per week niet genoeg om zonder uitkering te kunnen rondkomen. “Daar zit ik niet mee hoor, ik ben blij dat er uitkeringen zijn. Bovendien is het voor mij een hoop geld, ik was gewend van een studiebeurs te leven.”
De dagen die hij niet werkt brengt hij door met sporten, sollicitatiebrieven schijven en lezen over onderwijs. “Je moet echt brieven blijven schrijven, maar ik reageer alleen op advertenties. Als je open solliciteert kom je hooguit op een invallijst terecht. En dat wil ik niet mijn hele leven doen.”
Uitgaan doet hij een stuk minder dan vroeger, eigenlijk alleen nog maar in het weekend. “Ik ben wel goed in laat naar bed gaan, maar niet in vroeg opstaan”, lacht hij. “Dat gaat ten koste van de les, daar heb ik dus vooral mezelf mee.”
Soms kijkt hij wel eens met een schuin oogje over de grenzen van de anderhalf uur reistijd heen. De Randstad, daar zou volop werk zijn in het basisonderwijs. Maar als Wytze de kranten bekijkt, blijkt daar niets van. “Het is waarschijnlijk vooral veel invalwerk.”
Hij heeft nooit overwogen om zijn ervaring in Nepal om te zetten in een Nederlandse baan. Lesprogramma's schrijven voor derde wereldorganisaties of een voorlichtingsbaan in die sector trekt hem niet. “De derde wereld had niet mijn speciale belangstelling toen ik daar naar toe ging en dat is niet veranderd. Ik ben daar vooral met mezelf bezig geweest.”
Wytzes grote droom blijft het werken met kleine kinderen, in een eigen klas. Hij heeft dan ook nooit spijt gehad van zijn opleiding, ook al zit het hem niet mee in de zoektocht naar werk. “Het zal wel komen. Desnoods ga ik me in januari toch maar op de Randstad richten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.