De auteur is woordvoerder van de Nederlandse Moslimraad en secretaris van de Overleggroep joden christenen moslims. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Zeker, ook moslims kunnen een goed gesprek met duidelijke standpunten wel waarderen. En als het in hun vermogen ligt, zoeken ook zij de dialoog. Maar er is een wezenlijk verschil tussen een vrijblijvend gesprek, een interreligieuze dialoog en een bekeringsactie. Ik neem aan dat de organisatie Evangelie en Moslims, waartoe Rentier behoort, het eerst genoemde niet tot doel heeft; voor vrijblijvendheid is geen organisatie nodig. De vraag is of 'Evangelie en Moslims' een dialoog wil voeren of wil bekeren. Ik durf te stellen dat deze twee doeleinden elkaar uitsluiten.
In het huidige taalgebruik staat 'dialoog' voor het serieuze gesprek tussen mensen met een verschillende levensbeschouwing. Een dergelijke gedachtenwisseling veronderstelt gelijkwaardigheid en wederzijds respect en is concreet onuitvoerbaar wanneer de gesprekspartners niet redelijk goed met elkaar kunnen communiceren of als er onvoldoende wederzijds vertrouwen is. Dat laatste kan het geval zijn wanneer een van de partijen zich niet veilig en geaccepteerd voelt, of als er sprake is van een grote machtsongelijkheid. In die zin is dialoog een exercitie in menselijke gelijkwaardigheid. Dat men elkaars meningen niet geheel deelt is een gegeven feit en hoeft geen obstakel te zijn. Ieder behoudt het recht op eigen mening en mag die uiten zonder opdringerigheid.
Maar het is niet gemakkelijk om trouw te blijven aan deze principes. Elke groepering kent haar fanatici - moslims en christenen. En de scheidslijn tussen eigen overtuiging en vooringenomenheid is soms dun.
De verkondigingslust van sommige christenen lijkt op de drang die moslims soms voelen om anderen van de superioriteit van de islam te overtuigen. Het schijnt gelijk op te gaan, maar in de praktijk is er een verschil. Gezien de sociaal zeer ongelijke positie van moslims en christenen in Nederland komt een al te krachtige christelijke verkondiging zeer bedreigend over op moslims als minderheid en blokkeert daardoor juist de kansen op een echte dialoog.
De reactie op een bekeringscampagne is grotere argwaan en meer geslotenheid. De tactiek van Rentier om niet met moslim-organisaties, maar uitsluitend met individuele moslims contact te zoeken, wordt al gauw uitgelegd als azen op enkelingen die om de een of andere reden los geraakt zijn van hun gemeenschap. Misschien bedoelt hij dat niet zo, maar uit zijn benadering blijkt weinig inzicht in de relatie individu-gemeenschap zoals die door de meeste moslims wordt ervaren.
Een andere vraag betreft Rentiers informatieverschaffing over de islam. Hoe kan degene die ons wil bekeren begrip voor ons kweken en informatie geven over de islam op een manier “dat moslims zichzelf erin herkennen”? Ik wil niemands goede bedoelingen ontkennen, maar er wordt al zo vaak over ons gesproken en nog te weinig met ons. Dat kan nooit integratiebevorderend zijn. Wat zouden christenen voelen als moslims het christendom interpreteren, maar christenen zelf nauwelijks aan het woord laten? Uitleg over de islam door een christen is per definitie incompleet en mag niet worden gezien als vervanging voor de stem van moslims zelf. Alle boekenkennis ten spijt missen christelijke islamkenners toch de kern: het islamitisch geloof.
Ik verwacht mijn eigen godsdienst te mogen definiëren. En ik ben geïnteresseerd in een debat met christenen - niet om de ander te bekeren of om bekeerd te worden, maar om visies te vergelijken. Ik wil me laten ontroeren door de veelsoortigheid van godsopenbaringen en het universele verlangen van mensen naar vervolmaking. Ook al volg ik een andere weg, toch ben ik geïnteresseerd in christelijke leerstellingen die me al zo lang hebben verbaasd, zoals erfzonde en incarnatie. Mijn eerbied voor het christendom hoop ik beantwoord te zien met christelijke eerbied voor waarden van de islam.
In het middenveld tussen exclusivistisch fanatisme en grenzeloos relativisme vraag ik me af waarom er slechts één ware weg zou kunnen zijn. Maar het beoordelen ervan laat ik graag over aan God. Voor mij telt bij godsdienst vooral het perspectief van geestelijke groei en innerlijke vrede.
Als mensen zijn we in zekere zin allemaal gevangenen van onze eigen paradigma's - het geheel van opvoeding en onderricht dat onze opvattingen heeft gevormd. Niemand van ons kan zich geheel aan de beperkingen daarvan onttrekken. Dat wat Rentier “de essentiële waarheidsvraag” noemt is door geen van ons met zekerheid te beantwoorden. Het is niet aan mensen om namens God te oordelen of de goddelijke genade te begrenzen. Wij kunnen alleen proberen ons eerlijk en integer te gedragen en zo goed mogelijk mens te zijn en godsdiensten benutten als methoden om dat te bereiken.
De vraag is niet wie er gelijk heeft, want die veronderstelling koesteren we allemaal, maar hoe spirituele vervulling en sociale rechtvaardigheid het best verwerkelijkt kunnen worden. Wat heeft mijn medemens aan mijn hoge idealen; wat breng ik ervan in praktijk? Godsdienstigheid kan alleen gedijen op grond van menselijkheid. Als we toch de waarde van onze eigen religies willen bewijzen, dan aan de hand van persoonlijke en maatschappelijke vruchten die zij voortbrengen. Verscheidenheid van godsdienstige wegen is geen tekortkoming, maar een rijkdom.
Ik stel voor dat wij niet langer streven naar bekering van anderen, maar samen willen leven voor Gods aangezicht, en ons onthouden van oordelen over dat wat wij onvoldoende kennen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.