*

 
dossier

Archief

Deelnemers aan zeden-debat concluderen dat gebrek aan fatsoen ook leuk kan zijn

KRISTA KROON − 22/01/96, 00:00

UTRECHT - In de grote afrekening met de jaren zeventig weerklinkt ook de roep om de terugkeer van normen en waarden. De alles-moet-kunnen-mentaliteit heeft een gebrek aan normbesef veroorzaakt, is het verwijt. Verschijnselen als voetbalvandalisme en graffiti zouden tekenend zijn voor de verloedering van de maatschappij.

De vraag of de Nederlandse samenleving inderdaad aan zedenverwildering ten prooi is, lijkt veel mensen bezig te houden. Een debat over 'Het verval van de zeden' in de Utrechtse discussiezaal De Salon was gisteren geheel uitverkocht. Het publiek nam vol vuur deel aan de discussie onder leiding van Paul Schnabel, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg in Utrecht.

Veel van de bezoekers en forumleden gaan ervan uit, dat er inderdaad sprake is van moreel verval sinds de revolutionaire jaren zeventig. Ieder van hen heeft zo zijn eigen ideeën over wat de verloedering nu eigenlijk inhoudt. De een noemt de commerciële televisie, waar een 'doorlopende voorstelling van deviantengedrag' te zien is. Anderen ergeren zich aan neuspeuteren in het openbaar, zwartrijden, of het ellebogenwerk bij de ingang van de trein. Een lerares klaagt dat haar leerlingen zo op seks belust zijn. Over de vermeende onbeschoftheid van de hedendaagse jeugd wordt veel gepraat. Maar andere bezoekers vinden dat stigmatiserend: “Kinderen van nu zijn veel eerlijker dan wij vroeger”, zegt een man.

Waardenpakket

Niet alle aanwezigen zijn overtuigd van de teloorgang van de samenleving. Cultuuronderzoeker Hans van der Loo wijst erop dat volgens recent onderzoek Nederlanders over het algemeen zeer gelukkig zijn. Mensen kiezen tegenwoordig hun eigen 'waardenpakket'. Ook discussieleider Schnabel waarschuwt tegen een 'eindtijdgevoel'. “Dat jongeren veel met seks bezig zijn, is echt niks nieuws. Er is ook veel ten goede veranderd. We zijn nu gevoelig voor zaken als discriminatie en seksuele intimidatie.” Gebrek aan fatsoen kan leuk zijn, vinden Schnabel en Van der Loo, daarbij wijzend op het succes van cabaretier Paul de Leeuw.

Daarentegen meent CDA-kamerlid Hans Hillen te spreken namens de 'zwijgende meerderheid', die moeite heeft met het moderne gebrek aan fatsoen. De overheid moet volgens hem krachtdadiger optreden en het woord 'gedogen' uit haar vocabulaire schrappen. Het moet duidelijk zijn waar mensen zich aan hebben te houden. Aan de andere kant vindt hij dat normvervaging een probleem is van burgers, niet van de overheid. Hij keert zich tegen André Klukhuhn van Studium Generale in Utrecht. Die roept op tot een 'bakken-sabotage-actie': zolang de overheid milieu-onvriendelijke maatregelen neemt als de uitbreiding van Schiphol, heeft het geen zin om braaf naar de glasbak te gaan. Oftewel: laat de overheid het goede voorbeeld geven.

Praatjesmakers

Gerry van der List, wetenschappelijk medewerker van de Teldersstichting en columnist, vindt net als Hillen dat niet de overheid of de markt het verval van de zeden veroorzaakt. De ware schuldigen zijn de 'linkse praatjesmakers' die met hun vrijheid-blijheidsdenken allerlei problemen hebben gebagatelliseerd, zoals de moeilijkheden die gepaard gingen met de instroom van migranten. Het grote aantal migranten vermindert volgens Van der List het gemeenschapsgevoel. André Klukhuhn reageert fel: “Welja, we peuteren in onze neus omdat we een Marokkaanse buurman hebben.” Hans Hillen ziet overigens ook een verband tussen 'medelanders' en normvervaging: in sommige landen is zoiets als wildplassen heel gewoon, weet het Kamerlid.

De oplossingen die tijdens de verhitte discussie worden aangedragen blijven wat vaag. Inez van Eijk, publiciste op het gebied van etiquette, pleit voor het opwaarderen van de fantasie. Als mensen zich meer inleven in anderen, houden ze meer rekening met elkaar. Gerry van der List wil een terugkeer naar basiswaarden op school, in de media en in het gezin. Hans Hillen zoekt de oplossing in een herwaardering van het gezin - onder meer door een ministerie van Familiezaken - en 'de' godsdienst.

Wat de centrale waarde moet zijn in de beoogde zedelijke 'lessen' van ouders en leerkrachten, daarover bestaat opmerkelijk genoeg overeenstemming: respect voor de medemens. Paul Schnabel vat samen: “Elkaar de ruimte laten, zonder elkaar te hinderen.”

mailIcon print |