ANTWERPEN - Eigenlijk was het de bedoeling dat hij horlogemaker zou worden en de zaak van zijn vader zou overnemen. Maar de Zwitserse horloge-industrie bezweek onder het Japanse importgeweld. De loopbaan van Benjamin Muller nam een onverwachte wending: hij werd cantor. Met de krachtige, volle tenor van een operazanger en de bezieling die vereist is bij joodse liturgische muziek in de, typisch joods geworden, frygische toonladder verovert hij sindsdien het ene internationale podium na het andere.
Maar zijn hoofdtaak ligt nog altijd in de synagoge. Eerst in Montreal, daarna in Johannesburg en sinds twintig jaar in de Grote Synagoge van Antwerpen is hij degene die in de sabbatsdiensten, bij huwelijken, rouwdiensten en op joodse hoogtijdagen de gebeden en psalmen in de synagoge voorzingt.
Vijftien jaar geleden gaf Muller voor het laatst een concert in Nederland, in het Congresgebouw in Den Haag. Op 9 maart komt hij naar Amsterdam voor een gala-concert in het auditorium van het Rai-Congrescentrum. Op het programma staan cantorale (synagoge-)gezangen, jiddische volksmuziek met een religieus karakter, en modern-Hebreeuwse liederen met een religieus karakter.
De oppervoorzanger, zoals dat in het Vlaams heet, wordt begeleid door een koor dat is samengesteld uit leden van het Amsterdams Synagogaal koor en het koor van de Grote Synagoge in Antwerpen.
Top Samen met Naftali Hershtik en Ya'akov Motzken behoort Benjamin Muller tot de absolute wereldtop der cantorale muziek. In The Jerusalem Report van 25 januari 1996 werd hij bejubeld voor zijn optreden tijdens een speciaal cantoraal concert in het kader van het jaarlijkse Festival voor liturgische muziek in Jeruzalem. “Muller zou Pavarotti lessen in vocale expressie kunnen geven”, schreef een enthousiast recensent. “De grootste stem sinds Caruso”, vond een ander.
Niet bekend
De voorzang door chazzanim (Hebreeuws voor cantoren) in synagoges begon al ettelijke honderden jaren voor de christelijke jaartelling. In de grote tempel van Jeruzalem werd al gezongen en gemusiceerd. In de middeleeuwen werd de voorzang een echt specialisme; bij veel synagogen kregen voorzangers een vast salaris.
De meeste joodse liturgische melodieën zijn ontstaan uit en beïnvloed door de volksmuziek van de verschillende landen waar de joden in de diaspora terechtkwamen. Totdat in de 19de eeuw een nieuw tijdperk aanbrak met Solomon Sulzer, cantor in Wenen en de 'vader' der moderne chazzanim. Sulzer was namelijk de eerste die traditionele joodse melodieën vermengde met Europese klassieke muziek.
De eerste helft van de 20e eeuw wordt wel de gouden eeuw van de cantorale muziek genoemd. Superstar-cantoren als Rosenblatt - een van Mullers favoriete componisten -, Kwartin, Gershon Sirota en Mosje Koussevitzky slaagden er in die jaren in enorme menigten te trekken, zowel naar synagogen als naar concertzalen.
De meeste grote Europese cantoren emigreerden vóór de holocaust naar Noord-Amerika en Groot-Brittannië, en zetten daar hun carrière met succes voort. Maar over het geheel genomen is de rol van de cantor in de synagoge de laatste decennia afgenomen.
Symfonieën Om de traditionele religieus-muzikale erfenis van de joden ook voor niet-joden buiten de synagoge te behouden en er de bekendheid aan te geven, die zij naar zijn smaak verdient, heeft Benjamin Muller de afgelopen jaren twee joodse symfonieën gecomponeerd. Zes jaar geleden begon hij aan Paces en zojuist voltooide hij Tears of fire.
In Paces - 'Stappen' - geeft Muller de hele joodse geschiedenis weer, door een muzikale 'wandeling' te maken langs alle hoogtijdagen die het joodse jaar kent - Rosj Hasjannah, Pesach, Sjawoeot, enzovoorts. “Elke joodse feestdag heeft een historische achtergrond. Op Rosj Hasjannah, joods nieuwjaar, wordt de schepping van de wereld herdacht. En tijdens het wekenfeest, Sjawoeot, gedenken we dat Mozes de stenen tafelen ontving op de berg Sinaï. Zo komt de hele geschiedenis van het joodse volk aan bod.”
Tears of Fire componeerde Muller ter gelegenheid van de vijftigjarige herdenking van de opstand in het getto van Warschau. “Het is een heel speciaal werk, meer klassiek dan het vorige. Je zou het een requiem voor de holocaust kunnen noemen.”
Om zijn symfonische werk ook uitgevoerd te krijgen reist de cantor deze maand door de Verenigde Staten, in de hoop daar sponsors te vinden voor zijn project. Muller heeft goede hoop dat Tears of fire zijn weg naar de concertpodia wel zal vinden. Eén van zijn meest hoopgevende contacten is dr. Michael Berenbaum, de voormalige directeur van het Holocaust museum en nu directeur van de Spielberg Foundation.
Cantor worden is niet zomaar een beroepskeuze. “Alleen een mooie stem of een groot talent is onvoldoende. Een mens moet ook de 'geest' van de joodse muziek geërfd hebben. Er zijn joodse zangers, zoals Richard Tucker, die grote operasterren zijn geworden, maar in de joodse liturgische muziek niet veel hebben gepresteerd. De essentie van originele cantorale muziek is expressie geven aan de woorden van de gebeden. Het gaat niet om mooie gezangen met hier en daar een stukje psalm erin verwerkt, maar om uitdrukking geven aan de diepte van de woorden, op een sterk emotionele manier. In theorie kun je cantor worden als je de liederen kent en Hebreeuws beheerst, maar de ware cantor is in staat de muziek te interpreteren zoals ze is bedoeld. Dat luistert heel nauw.”
Cantorale muziek is daarom ook moeilijker, zegt Muller, dan opera. “In de opera zing je een geschreven partituur, je leert jouw stuk en je weet precies wanneer je aan de beurt bent. In de joodse muziek echter heb je de basis-toonsoort, met daarnaast veel ruimte voor improvisatie, gebaseerd op deze toonsoort. Je moet erg muzikaal zijn om dat goed te beheersen - klankkleur en techniek zijn daarom ook van groot belang voor een goede cantor. Deze manier van zingen is enigszins te vergelijken met de flamenco-muziek, die ook improviseert vanuit een vaste basis die niet verlaten wordt. Soms raakt de cantor in extase bij het zingen van de joodse gebeden; ook dat is iets volstrekt anders dan een operazanger die een virtuoze passage zingt. Richard Tucker, die grote tenor waar ik het over had, heeft eens gezegd dat hij liever tien aria's zingt dan één cantoraal stuk.”
Een essentieel verschil tussen christelijke liturgische muziek en cantorale muziek is de positie van de cantor. “De cantor leidt de gebeden en leidt in feite ook het koor, of er nu een koordirigent aanwezig is of niet. Het koor is namelijk ondergeschikt aan de cantor, het ondersteunt, helpt, maar heeft geen zelfstandige rol. In christelijke liturgische muziek daarentegen heb je een koor en solisten, die allemaal een specifiek aandeel hebben, maar die geen leidende rol vervullen.”
Wat Muller echter het allerbelangrijkste vindt aan de joodse muziek is dat ze “uit het hart komt”. “Een opera kan mooi zijn, met mooie muziek en mooie decors, maar joodse muziek gaat van hart tot hart. En mensen voelen dat.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.