Want de wortels van het succes zitten niet diep genoeg, vinden drie ministeries (Onderwijs, Sociale Zaken, Economische Zaken). Wil het huidige economische hoogtij aanhouden, dan moet er veel gebeuren. Werknemers moeten 'employable' worden, breed inzetbaar. Om dat te worden is nodig dat ze zich permanent blijven bijscholen. Scholier zijn tot je 18de, en student tot je 27ste, is niet meer voldoende om je tot je 65ste op de arbeidsmarkt te handhaven. Ook verderop tijdens het leven zal de toekomstige Nederlander moeten zorgen dat hij of zij bijblijft.
Nederland is bepaald niet het enige land waar ze dat vinden - of, op z'n minst vinden dat ze dat zouden moeten vinden. Aan de overkant van de Noordzee, in Engeland, zijn ze het ook heel erg van mening. Michael Barber, de gewichtigste adviseur van Labourleider Tony Blair als het om onderwijs gaat, schreef koud twee jaar geleden in zijn boek 'The Learning Game' al warme woorden over The Learning Society, de lerende samenleving, waarin levenslang leren eveneens een feit moet zijn.
“De notie van 'de leeftijd om school te verlaten' moet een schilderachtig anachronisme worden”, schreef hij. Maar de Engelse werkelijkheid is daar, net als de Nederlandse, nog wel een eindje van verwijderd. Barber is de eerste om dat te erkennen: “Nu nog is de typische student van een postgraduate cursus aan de Universiteit van Londen een 37- jarige vrouw die fulltime of parttime werkt, en die haar eigen opleiding betaalt.”
Ligt het aan hem, dan verandert dat. “Als je actief leren wilt stimuleren bij mensen met minder financiële zekerheid en minder motivatie, dan moet je nadenken over de Individual Learning Account.” Elke Engelsman zou zo'n eigen onderwijsgiro moeten krijgen, vindt Barber. Die werkt volgens het principe van de volksverzekering: de werkgever en het individu storten er maandelijks allebei een bedrag op. Het geld op die giro kan worden besteed aan onderwijs. Alleen al omdat je zo'n rekening bezit, zal iedereen gaan piekeren over de vraag: welke cursus, welke opleiding zal ik eens gaan volgen? Bovendien brengt het mensen die werkloos worden onmiddellijk op een idee hoe ze hun tijd nuttig kunnen doorbrengen: ze hebben immers al geld klaarliggen om een opleiding te gaan volgen. Wat de financiering betreft heeft Nederland plannen voor een constructie die daar wel wat op lijkt. De spaarloonregeling voor werkende mensen, nu alleen te gebruiken voor zulke materiële doelen als de aanschaf van een huis, krijgt er in de volgende eeuw een nieuwe toepassing bij: de kosten van scholing mag je er ook mee voldoen, volgens het Belastingplan voor de 21ste eeuw. Maar als het gaat om zo'n eigen, individuele bom onderwijsduiten voor werkelijk iedereen, dan is Nederland terughoudender. Jawel, de studiefinanciering moet in de toekomst ophouden een slagboom te vormen die op je 27ste verjaardag op je hoofd naar beneden komt. Wie in de toekomst voor z'n 25ste aan een studie begint, zou tot z'n 35ste geld uit Groningen moeten kunnen krijgen, adviseerde afgelopen herfst het rapport-Hermans.
Maar verder dan dat 'leerrrecht' voor iedereen op elke leeftijd op elk onderwijsniveau, gaan de Nederlandse plannen niet. De vrees ervoor in Nederland hinkt op twee gedachten. De ene: dat alleen mensen die toch al geneigd zijn tot een cursus, een training of een complete opleiding wél hun persoonlijke onderwijsgiro zouden aanspreken, maar de groep die het 't hardste nodig heeft niet. In die laatste groep zitten de mensen die 'school' zien als iets heel vervelends waar je liefst ver van moet zien te blijven. De andere vrees: dat het onderwijs een onplanbare chaos tegemoet gaat wanneer elke burger, op ieder moment dat haar of hem uitkomt, aan elke opleiding zou kunnen beginnen. Die twee vrezen wringen weliswaar met elkaar (immers: ofwel er ontstaat inderdaad een horde onderwijsvragers, of er komt juist helaas een te kleine groep op af), maar in combinatie werken ze als een doeltreffend voorbehoedmiddel: in Nederland geen algemeen leerrecht op een onderwijsgiro, geen 'knipkaart', geen vouchers.
Inhoudelijk is 'Een Leven Lang Leren' evenmin zonder problemen. Als een school niet langer de leverancier is van een pakket kennis dat een leven lang mee moet, maar van een basispakket dat je verderop in het leven blijft aanvullen met telkens nieuwe kennis en vaardigheden, dan heeft dat consequenties voor de aanpak van het onderwijs. Voor de docenten, dus. Bestond er ooit een doeltreffend mechanisme dat maakte dat leraren tijdens hun loopbaan als vanzelf de ene akte na de andere bleven halen (met elke akte ging het salaris een beetje verder omhoog), dat is twaalf jaar geleden afgeschaft. Voor de bijscholing van leraren moet nu dus minstens 215 en hoogstens 380 miljoen gulden worden uitgetrokken.
Aan de vooravond van die ontwikkeling, het afscheid van 'onderwijs is uitsluitend iets voor jongeren', ging de redactie van Trouw op zoek naar de toestand van het moment, wat betreft dat leren verderop in het leven. We troffen een gevarieerde werkelijkheid aan. Een modestyliste, die zich niet op tijd het werken met de computer eigen maakte en die daarvan nu bij sollicitaties fors last heeft. Twee chemisch technologen, die onder druk van een reorganisatie in hun bedrijf anders tegen 'vakkennis' gingen aankijken. Een qua cultuurkennis onverzadigbare 65-plusser. Een energieke bijna-jurist die eerst een paar jaar in het echte leven rondkeek voor hij de zin zag van een studie rechten - maar die die nu wel zelf moet betalen. Je kunt ze opvatten als voorlopers in een ontwikkeling die ons binnen een paar jaar allemaal zal raken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.