*

 
dossier

Archief

'Met elkaar praten over dromen kan je relatie verbeteren'

LOES SMIT − 09/01/96, 00:00

Tweeduizend jaar geleden al had je in het oude Jeruzalem keus te over, als je wilde weten wat een heel enge of juist prachtige droom te betekenen had. Niet minder dan vierentwintig droomuitleggers woonden daar in die tijd, en eigenlijk is de droomwerker, zoals Jankees van Dijk uit Edam zich noemt, dus een oeroud beroep.

Droomwerk, licht Van Dijk toe, houdt wel wat meer in dan het uitleggen van dromen. Naar schatting een paar honderd mensen houden zich in ons land op een of andere manier bezig met dromen, soms zijdelings, soms full-time. Wetenschappers bijvoorbeeld, die de REM-slaap of andere aspecten van dromen bestuderen, psychologen die de droom gebruiken bij de behandeling van patiënten, mensen die droomcursussen geven, al dan niet helderzienden, die dromen verklaren: in feite zijn het allemaal droomwerkers. Voor hen is de Vereniging voor de studie van dromen bedoeld, die zaterdag tijdens een droomsymposium in Amsterdam wordt opgericht.

Jankees van Dijk (50) is overigens de enige in het land die zich officieel als droomwerker presenteert. Met zijn vrouw geeft hij in het centrum Kamala in Edam en in buurthuizen in verschillende plaatsen in Noord-Holland weekends, avonden en privé-consulten, waar geschreven, getekend, gedanst, gevisualiseerd en vooral samen over dromen gepraat wordt. Hij volgde daarvoor zelf eerst opleidingen, bekwaamde zich onder andere in meditatie en intuïtief tekenen, trok naar India en verdiepte zich in boeddhisme, hindoeïsme, Freud en Jung.

Dat van die 24 Jeruzalemse droomuitleggers in de tijd van Jezus, las hij in een boek van een jungeriaanse joodse psycholoog over droomduiding in de Talmoed. “Daar hoort een aardige anekdote bij, van een man die met zijn droom al die zieners afloopt. Hij komt dus met 24 droomduidingen thuis, die allemaal kloppen. En zo is het ook. Wat je echt aanspreekt, waar je zo'n aha-Erlebnis bij krijgt, daar gaat het om.”

Alle mensen en alle dieren dromen, althans zoogdieren, want reptielen, is wetenschappelijk vastgesteld, dromen niet. Bij honden en katten is zonder apparatuur te zien, dat ze dromen. Bij mensen zijn de door dromen veroorzaakte snelle oogbewegingen - rapid eye movements - al in de jaren vijftig ontdekt. Dat niet iedereen z'n dromen onthoudt, is iets heel anders. Wel jammer voor ze, vindt Van Dijk, want ook al verwerk je je emoties dan evengoed, bewust heb je er niets aan. “Als je ze niet onthoudt, is daar een reden voor. Daar loopt nog veel onderzoek naar. Zelf word ik altijd even wakker om mijn droom op te schrijven. Zo kan ik vijf dromen per nacht onthouden. Vaak hebben ze met elkaar te maken, dat weet ik uit eigen ervaring. De verhalen kunnen verschillen, maar dan is toch het onderliggende thema hetzelfde.”

Over dromen zijn veel goede boeken geschreven en Jankees van Dijk heeft er heel wat verslonden. “Maar dan bedoel ik niet die over droomsymbolen. Best aardig, maar ik gebruik ze niet. Ze geven alleen collectieve droomsymboliek, terwijl symbolen in de eerste plaats in verband met de dromer gebracht moeten worden. Neem bijvoorbeeld een koffer. Die staat waarschijnlijk in het algemeen voor reizen. Maar zal de één meteen concluderen daarover te dromen, omdat hij veel op reis moet, de ander zal juist bang zijn om te reizen. Of misschien moet die koffer open, gaat het om de inhoud, of heeft-ie een slechte sluiting, wat weer iets anders kan betekenen. Jozef, die door toedoen van Potifars vrouw in de gevangenis terecht was gekomen, was gezien vanuit hedendaagse principes, eigenlijk een heel goeie therapeut; hij werkte met symbolen, maar betrok daar de omstandigheden bij en kende de farao, de bakker en de schenker voor wie hij dromen uitlegde.”

In zijn werk past Van Dijk een combinatie van methoden toe, maar nooit gaat het om wat hij van een droom vindt, maar tot welke conclusie hij komt, samen met degene die de droom gedroomd heeft. Dat doet hij niet alleen in de droomgroepen, maar ook in privé-consulten en in de droomrubriek die hij wekelijks voor een huis-aan-huisblad levert. “In het begin ben ik altijd leeg. Pas in contact met de dromer komt het eruit. Daarom bel ik eerst altijd de inzender van een droom op. Er komt dan weleens iets uit waar mensen van schrikken. Zonder hun toestemming publiceer ik ook niet. Ik heb liever dat de droom klopt en niet gepubliceerd wordt, dan andersom.”

Het is dus niet zo, dat je maar met een droom naar Jankees van Dijk hoeft toe te stappen, en met je armen over elkaar af te wachten, wat hij kan vertellen over wat je met je droom kan. Wat je droomt, ben je zelf, het gaat over jezelf, en je zult zelf de blinde vlek in je droom moeten ontdekken, vaak net iets onbeduidends, waar je in je eentje overheen kijkt. “Dat is het paradoxale van droomwerk: je moet het zelf doen, maar je hebt toch een ander nodig om die blinde vlek weg te nemen. Voor mijn eigen dromen heb ik ook een ander nodig. Voor tachtig procent lukt het me wel, maar die andere twintig procent is mijn blinde vlek. Echtparen zouden veel meer met elkaar over hun dromen moeten praten. Vaak droom je over zaken die je overdag maar liever verzwijgt. Bespreek je die samen, dan sta je veel opener tegenover elkaar. Mijn vrouw en ik doen dat al jaren, en onze verhouding is daar zeer door verdiept.”

Van Dijk is er gelukkig mee, dat hij en zijn collega's de tijd mee hebben. “Als ik nu een buurthuis binnenstap voor een cursus, ben ik verbaasd waarvan de mensen allemaal op de hoogte zijn. Voor de meesten is Sai Baba geen onbekende meer en yoga en Gestalt zijn geen vreemde woorden. Nu vind je er volle boekenplanken in de boekhandel over, maar een jaar of tien geleden, toen ik hiermee begon, was dromen nog een beetje gek onderwerp. Net als bijvoorbeeld acupunctuur. Daarover zeiden de mensen vroeger: je laat je toch geen breinaald in je kont steken?”

Nog voordat de VSD echt bestaat, heeft Jankees van Dijk zich al als deelnemer in een intervisiegroep aangemeld. “Daarin proberen we met een paar collega's nieuwe methoden uit, we kunnen oefeningen op het gebied van imaginatie doen of dromen uitwerken. Andere studiegroepen zullen zich misschien op bepaalde thema's richten, dromen en hindoeïsme, dromen en kerk of wat dan ook.”

“De bedoeling is dat wetenschappers en mensen als ik, die zich op een of andere manier professioneel met dromen bezighouden, in de nieuwe vereniging samenwerken. In Amerika werkt dat schitterend. We willen een landelijk platform zijn, waar iedereen, leek en beroeps, alle mogelijke informatie over dromen kan krijgen.”

De eerste zaken waar de VSD zich op werpt, zijn het op poten zetten van een nieuwsbrief en de organisatie van een volgend symposium, want dat moet er voortaan tweemaal per jaar komen. En daarna kunnen de leden zich eindelijk een beetje overgeven aan onderling contact. “Erg leuk, nuttig en boeiend, want zo'n vereniging bezorgt ons natuurlijk ook veel plezier.”

mailIcon print |