Op 13 januari zal de Eerste Kamer de behandeling van de Koppelingswet afronden. Na maanden van overleg tussen de coalitiepartners, waarbij de belangrijkste vraag schijnt te zijn geweest: wel of niet voor de verkiezingen invoeren (en wie weet hebben het tentenkamp van de Raad van Kerken en de affaire-Gümüs ook nog een rol gespeeld), heeft het kabinet in december jongstleden het besluit genomen deze wet per 1 juli 1998 in te voeren.
De kern van de wet is dat vreemdelingen die een sterke verblijfstitel hebben, in aanmerking blijven komen voor overheidsprestaties (voorzieningen) zoals uitkeringen, huursubsidie, studiefinanciering en dergelijke. Vreemdelingen met een minder sterke (tijdelijke) verblijfstitel komen soms in aanmerking voor deze prestatie, terwijl, om in termen van deze wet te blijven, niet rechtmatig hier verblijvende vreemdelingen daarvan worden uitgesloten.
Het middel om dit onderscheid te kunnen maken is de koppeling tussen de bestanden van de vreemdelingendiensten (het VAS-systeem) en de gemeenten (het GBA-systeem). De uitvoerders van deze wet (uitvoeringsinstellingen sociale zekerheid, gemeentelijke sociale diensten, scholen, zorgverzekeraars) kunnen op hun beurt gebruikmaken van de gegevens van het GBA. Alle verblijfstitels (zo'n dikke 200!) zijn in het GBA-systeem teruggebracht tot een tiental coderingen.
Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is door het kabinet gesteld, dat de uitvoerders gemakkelijk kunnen beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een overheidsprestatie: “Daarom zullen de uitvoeringsorganen die belast zijn met de verstrekkingen, het bieden van voorzieningen enzovoort onmiddellijk kunnen weten of een vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft.” Eind vorig jaar is dit nog herhaald bij brief van de staatssecretaris van Justitie aan de Tweede Kamer: “De GBA-codes zouden voldoende onderscheidend dienen te zijn, zodat op eenvoudige wijze daaruit de actuele verblijfspositie zou kunnen worden afgelezen als het bepalende gegeven voor het al dan niet kunnen toekennen van een materiële voorziening.”
De realiteit is echter anders. Het voorgespiegelde beeld bestaat niet. Sterker nog, de huwelijkspartners VAS en GBA hebben beide gebreken. Wat is er aan de hand?
Een aanzienlijk deel van de gegevens die in het GBA over de verblijfstitel van de vreemdeling staan vermeld, is verouderd en/of onvolledig. Dat kan variëren van: geen GBA-code maar wel (gedeeltelijk) informatie over de datum van ingang van het verblijfsrecht, of sterk verouderde informatie over de beëindigingsdatum van het verblijfsrecht.
De GBA-codes zijn bovendien zo ingericht, dat de uitvoerder alsnog allerlei onderzoeken moet gaan verrichten. Het betreft dan vreemdelingen voor wie de werkgever een tewerkstellingsvergunning nodig heeft (deze vreemdelingen zijn alleen verzekerd voor de sociale wetten als de werkgever zo'n vergunning heeft). Deze groep vreemdelingen is echter ingedeeld in een GBA-code waarin vreemdelingen zijn opgenomen voor wie het vergunningsvereiste niet geldt (voor de fijnproevers: GBA-code 12). Gevolg van deze indeling is dat bij alle vreemdelingen uit deze code moet worden nagegaan:
- mag deze vreemdeling vrij arbeid verrichten of heeft de werkgever een vergunning nodig;
- en als de werkgever zo'n vergunning nodig heeft, is deze dan ook daadwerkelijk verleend?
Tenslotte zijn er ook nog problemen te verwachten met de EU-onderdanen en hun gezinsleden. Deze personen zijn op grond van het EU-recht niet verplicht zich te melden bij de Vreemdelingendienst. In het GBA-systeem zal het voorkomen dat bij een dergelijk persoon, bijvoorbeeld een Engelsman, niets is ingevuld bij de rubriek code verblijfstitel. In beginsel zou dit duiden op een niet-rechtmatig verblijf in Nederland. En dus uitsluiting van het recht op verzekering en het recht op uitkering. Aan de hand van de nationaliteitsvermelding in GBA kan gelukkig geconstateerd worden dat het een EU-onderdaan is, die dus rechtmatig in Nederland verblijft.
Niets aan de hand dus, zal men zeggen. Maar wat nou als een Engelsman gehuwd is met een Letse vrouw? Op basis van het EU-recht hoeft ook die vrouw zich niet te melden bij de Vreemdelingendienst. En op grond van het EU-recht mag deze vrouw in Nederland werken en is zij verzekerd voor de sociale wetten. Maar bij de aanmelding van het dienstverband door de werkgever toetsen wij de verzekeringsstatus aan de hand van het GBA. En het GBA-veld is leeg! Navraag bij de Vreemdelingendienst zal niets opleveren, want deze dienst kent deze vrouw niet.
Uit het bovenstaande is het duidelijk geworden dat de koppeling tussen VAS en GBA gebreken vertoont. Informatie is niet compleet, informatie moet bij andere organisaties worden nagetrokken; informatie moet overbodige beoordelingslagen doorlopen. Dat verhoogt de kans op vertragingen of fouten. En die mogen gezien de consequenties daarvan niet gemaakt worden. Stelt u zich de situatie maar voor, dat u van de ene op de andere dag niet verzekerd bent voor ziektekosten, dat u een uitkering wordt geweigerd en de woonvergunning niet meer geldig is. En dat terwijl u volkomen rechtmatig in Nederland verblijft!
Wat zou de Eerste Kamer moeten doen? De behandeling van deze wet staken totdat beide huwelijkspartners in orde zijn. En wie weet lukt dat nog net voor de Tweede-Kamer-verkiezingen in 2002.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.