*

 
dossier

Archief

Chinezen bergen zich voor Indonesische woede

ESTHER LAMMERS − 20/01/98, 00:00

JAKARTA - “De hele familie heeft een open vliegticket naar Singapore, zodat we kunnen vluchten, zodra de onrust echt uitbreekt”, zegt de 36-jarige bankwerknemer Sum Dee. “We houden ons zeer gedeisd en gaan zo min mogelijk uit. Want we weten dat in Indonesië alle frustraties meteen op ons Chinezen wordt gebotvierd.”

Ibu Di zegt onlangs haar personeel te hebben ontslagen en vervangen door Chinees personeel. “Als de onrust uitbreekt kan zelfs je eigen personeel zich tegen je keren. Dat heeft mijn familie al eerder meegemaakt en een herhaling daarvan wil ik voorkomen. Ik voel me nu een stuk veiliger.” Di woont in een afgesloten wijk in Zuid-Jakarta, die dagelijks door vier man wordt bewaakt. Maar niettemin heeft ze haar woning electronisch zwaar beveiligd en bovendien twee Chinese bewakers ingehuurd.

De ongeveer 5 miljoen Indonesiërs van Chinese afkomst bereiden zich voor op een nieuwe geweldseruptie, waarbij zij traditioneel het belangrijkste doelwit vormen. In de afgelopen anderhalf jaar ging er al vrijwel geen week voorbij, of er was wel ergens in het land een plotseling ontstane rel tegen een of meerdere Chinezen. Meestal bleek een vaag gerucht of een opmerking van een Chinees die in het verkeerde keelgat schoot, al voldoende om een hele groep etnische Indonesiërs in woede te doen ontsteken.

Zo trommelde de politie in december nog in een dorp op Oost-Java met spoed een paar moslim-leiders op, omdat er “uit het niets” een heksenjacht op een lokale Chinese mongool was ontstaan. De geestelijken werden door de straten gereden om per mobilofoon de woedende moslim-bevolking tot rust te manen. Volgens de plaatselijke commandant wisten ze “op het nippertje” het gerucht te ontzenuwen dat de mongool een moslim-meisje zou hebben verkracht. Hoe het gerucht was ontstaan, kon de commandant niet achterhalen.

Het is een van de vele oprispingen die aantonen dat anti-Chinese sentimenten wijdverspreid zijn in Indonesië. “Een Chinees moet voortdurend bewijzen dat hij een echte, getrouwe Indonesiër is”, zegt Tan, die als docent werkt aan een buitenlands taleninstituut. “Er rust op ons een voortdurende bewijslast, terwijl mijn familie al meer dan 200 jaar in Indonesië woont. We krijgen het als kind al met de paplepel ingegoten om altijd op te passen, uit potentieel gevaarlijke situaties te blijven en vooral niets te doen wat de etnische Indonesiërs kan ergeren.”

Die houding hebben vrijwel alle Chinezen zich aangeleerd. Afgelopen weekend wist een groep rijke Chinese zakenlieden niet hoe snel ze naar de bank moesten rennen om voor het oog van de Indonesische pers royaal dollars aan te bieden. Ze moesten daarmee bewijzen dat ook Chinezen zich aansloten bij de door Soeharto's dochter Tutut in gang gezette campagne 'I love the rupiah'.

Brigade-generaal van het leger, Wahab Mokodongan, had de dag daarvoor openlijk kritiek op de Chinezen geuit omdat zij nog steeds geen dollars hadden ingeleverd. “Als ze van hun land houden, dan halen ze hun dollarspaargeld uit het buitenland terug. Deze mensen hebben zoveel profijt getrokken toen het goed ging, dat we nu wat extra's van ze terug verwachten”, aldus Mokodongan.

De wat minder welgestelde Chinezen hebben al langer te maken met gevaarlijker oprispingen. Handelaar Kartini van de gelijknamige Chinese toko in pasar Minggu heeft vorige week na de hamsterwoede zijn winkel een paar dagen gesloten gehouden uit angst dat zijn zaak door boze klanten zou worden afgebroken. “Dat doe ik elke keer als de situatie gespannen is. Het is voor ons het veiligst om dan maar even onzichtbaar te worden”, verklaart hij.

Chinese Indonesiërs durven nauwelijks meer te praten. Want elk woord dat ze te veel te zeggen, kan hen onnodig in de problemen brengen. Ook Kartini wil pas na enig aandringen in een donker hoekje achter in zijn toko wat zeggen.

Met verdachtmakingen en wantrouwen jegens zijn bevolkingsgroep heeft de 50-jarige man al zijn hele leven te maken. “Maar de laatste tijd wordt het almaar erger. En ik begrijp het niet, want in alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik een echte Indonesiër ben en alles wil doen om mijn vaderland in deze moeilijke tijd te helpen.”

Onderwijzer Sutono van een christelijke school in Zuid-Jakarta heeft zijn familie al opgedragen zo min mogelijk alleen over straat te lopen. In zijn eigen klas heeft hij de Chinese kinderen op het hart gedrukt extra voorzichtig te zijn.

De antipathie en jaloezie jegens de Chinezen zit diepgeworteld en vindt zijn oorsprong in de koloniale tijd. Onder het Nederlandse bewind werden de Chinezen gebruikt als tussenhandelaren. Ze kregen daarom als burger meer voorrechten dan de Indonesiërs, en werden als vanzelf bliksemafleiders bij spanningen.

Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van het land waren het relatief weinig Chinezen die de wapens tegen de koloniale overheersers oppakten en dat werd hen na de onafhankelijkheid zwaar aangerekend. Toch is vrijwel niemand in Indonesië vergeten waar die houding toe kan leiden. Midden jaren '60 vonden vele tienduizenden Chinezen een gruwelijke dood, omdat ze verdacht werden van communistische sympathieën.

Van hoog tot laag wordt geregeld naar deze donkere dagen van Indonesiës geschiedenis verwezen in een poging te waarschuwen voor een herhaling. Riwanto Tirtosudarmo van het Indonesian Institute of Science denkt dat de oorzaken van het oplopende anti-Chinese sentiment weinig rationeel zijn. “De Indonesiër heeft niet geleerd voor zichzelf te denken. Hij heeft alleen zijn gevoel om op af te gaan en als hij boos wordt, loopt het dus ook direct uit de hand. Als je een gemiddelde Indonesiër vraagt waar zijn antipathie op is gebaseerd, dan heeft hij eigenlijk geen idee.”

Een van de belangrijkste redenen die door Indonesiërs wordt aangevoerd ter verklaring van de jaloezie op Chinezen, is hun rijkdom. De Chinezen maken krap 3 procent van de 202 miljoen tellende bevolking uit, maar ze beheersen het grootste deel van het economisch leven. Van de tien grootste conglomeraten in Indonesië zijn er bijvoorbeeld negen in handen van Chinezen. En hoewel elke Indonesiër in de afgelopen dertig jaar heeft geprofiteerd van de toegenomen welvaart in het land, is het hun niet ontgaan dat een klein groepje wel erg rijk is geworden. “Dat bij dat kleine groepje opvallend veel Chinezen zitten, wekt op zijn minst jaloezie”, zegt Riwanto.

Anderen voeren geregeld het religieuze verschil tussen moslims en christenen als oorzaak aan. De Chinese Indonesiër is in meerderheid christelijk, terwijl het overgrote deel van de bevolking moslim is. Maar volgens Riwanto speelt toch vooral de kloof tussen rijk en arm. “Grote groepen jongeren die al jaren werkloos zijn en niets te doen hebben, reageren hun frustraties af. Als we de sociale problemen aanpakken, dan lost zich het Chinese probleem vanzelf op”.

mailIcon print |