*

 
dossier

Archief

Schrijnende armoede drijft Bulgaren massaal de straat op

JAN BEZEMER − 14/01/97, 00:00

AMSTERDAM - De armoede is schrijnend. Brood is voor veel Bulgaren al niet te betalen, laat staan kleding en brandstof. De hervormingen in Bulgarije na de val van de muur in 1989 zijn zo'n dramatische mislukking, dat het land in een diep moeras is geraakt en inmiddels als het armste in Europa te boek staat, armer dan Albanië, tot voor kort hekkensluiter.

Economen menen dat de Bulgaren nu nog slechter af zijn dan in de jaren direct na de eerste wereldoorlog, toen voor een dagloon nog negen witte broden konden worden gekocht. Een dagloon is nu nauwelijks voldoende om anderhalf brood te kopen, zo rekende het dagblad Trud uit. Het gemiddelde maandloon bedraagt 35 gulden, tegen 85 gulden in Albanië. Met afgunst wordt gekeken naar landen als Polen en Tsjechië, die na de val van de muur veel succesvoller een markteconomie introduceerden. Vooral het afgelopen jaar was desastreus, met een werkloosheid die opliep naar 14 procent en een inflatie van meer dan 300 procent. De regerende socialisten, die beloofd hadden orde op zaken te stellen, krijgen daarvan de schuld.

Het is, volgens analysten, vooral de economische ontwikkeling die in Sofia tot een politieke crisis heeft geleid, waarin de oppositie demonstreert om nieuwe verkiezingen te eisen. Met onvrede over het functioneren van de democratie hebben de protesten in Bulgarije weinig te maken. Dit in tegenstelling tot de demonstraties in Servië, waar de oppositie al bijna twee maanden dagelijks de straat op gaat om verkiezingsfraude aan de kaak te stellen en erkenning van een 'gestolen' verkiezingsoverwinning verlangt.

De verschillen tussen Servië en Bulgarije lijken dat te rechtvaardigen. Bulgarije is anders dan de Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro) een vrijer en opener land. Er is een vrije pers, een democratische grondwet en een meerpartijenstelsel. In Servië daarentegen zijn de media vrijwel uitsluitend in handen van de staat. De oppositie wordt er dagelijks zwartgemaakt. President Milosevic is er als alleenheerser aan de macht.

De recente ontwikkelingen in Bulgarije zijn in een stroomversnelling geraakt na het aftreden van de socialistische regering van premier Zan Videnov eind december. De socialistische partij, voortgekomen uit de communistische, denkt er echter niet over nu al de macht uit handen te geven. Formeel hoeft dat ook niet, want de partij is twee jaar geleden met een klinkende verkiezingsoverwining aan de macht gekomen en kan nog twee jaar voortregeren. De socialisten zeiden gisteren weliswaar 'het principe van nieuwe verkiezingen' te onderschrijven, maar willen toch zeker nog een jaar voort, omdat het land naar hun oordeel economisch gesproken nog even op de pijnbank moet om uit het slop te komen. Het zoeken is nog naar een nieuwe premier, om een nieuw kabinet te leiden.

Maar de bevolking is het meer dan zat en dat hun sympathie nu elders ligt dan twee jaar geleden, bleek al bij de presidentsverkiezingen van 3 november toen een grote meerderheid een kandidaat van de oppositie tot president koos; de gematigde anticommunist Petar Stojanov. Sinds zijn uitverkiezing ruikt de oppositie kansen. De president heeft in Bulgarije weliswaar weinig macht, maar hij kan als spreekbuis wel goed politieke zaken doen voor de oppositie en Stojanov, die op 22 januari zal worden beëdigd, buit die rol dan ook maximaal uit. Zondag nog zei hij voor de tv, dat hij niet van plan is een nieuwe premier te beëdigen, als niet vast staat dat er snel nieuwe verkiezingen komen.

De verschillen tussen Belgrado en Sofia zijn groter dan de overeenkomsten. Sofia is zonneklaar democratischer dan Belgrado. Toch valt ook in Sofia het verwijt dat een oude garde, die nog immer vasthoudt aan communistische strategieën, aan de touwtjes trekt. Zeker het laatste jaar is in Sofia opnieuw een sfeer van intimidatie ontstaan. Zo werd begin oktober oud-premier Loekanov voor zijn huis doodgeschoten. Loekanov gold zowel voor als na de val van het communisme in Bulgarije als één van de belangrijkste politici van het land.

De dood van Loekanov is nooit opgehelderd, maar veel mensen geloven dat het om een politieke moord ging. Het slachtoffer had kort tevoren ernstige kritiek geuit op de socialistische regering. Loekanov hekelde de socialistische partij, waar hij zelf ook deel van uitmaakte, omdat die volgens hem het stalinisme in ere wilde herstellen en de geheime dienst versterkte. Er zijn het afgelopen jaar meer 'politieke' moorden gepleegd in Bulgarije en de bevolking is ook die intimidatie, die meestal eufemistisch wordt aangeduid met criminaliteit, zat.

De Servische oppositie in Belgrado roept trots dat haar methode van demonstreren - het dagelijkse geweldloos de straat op gaan en met fluitjes trommels en toeters herrie maken - school maakt 'in de hele wereld'. Ook opposanten in Sofia noemen Belgrado wel als voorbeeld. Maar in Belgrado loopt de burgerlijke middenklasse te hoop tegen een muur, die nog weinig barsten vertoont. Het heeft er veel van weg dat de alleenheerser Milosevic de touwtjes voorlopig in handen kan houden, zeker als hij uiteindelijk onder buitenlandse druk de verkiezingsoverwinning van de oppositie erkent.

In Sofia staat ook voornamelijk de middenklasse op straat, omdat de echte paupers het te druk hebben met dagelijkse zorgen als eten. Maar de kans dat de macht valt is reeël, omdat de toestand onhoudbaar is geworden en de kritiek op de regering uit alle hoeken van de samenleving komt. Dan zijn nieuwe verkiezingen in een democratie een voor de handliggende oplossing.

mailIcon print |