Van een onzer verslaggevers AMSTERDAM - Ze hebben het gehele proces amper hun mond opengedaan, maar zo tegen het einde van de strafzaak vraagt de president aan drugsbaron de Hakkelaar en zijn companen Koos R. en Lambertus K. expliciet of zij nog iets willen zeggen. De rechtbank is namelijk aangekomen bij de behandeling van de persoonlijke omstandigheden van de verdachten.
De Hakkelaar, die volgens het dossier dat voorzitter F. Lauwaars voordraagt tot nu toe slechts verkeersovertredingen op zijn naam heeft en een 'boetetje' voor een zakmes dat in zijn auto is gevonden, wil zijn persoonlijke omstandigheden wel aan de president kwijt, zo zei hij gisteren, maar niet aan het Nederlandse volk. En hij weigert ook inhoudelijk op de feiten in te gaan waarvoor hij terechtstaat.
Maar wat hij wel kwijt wil: “Dit proces is een schande voor de Nederlandse rechtsstaat, voorzitter.” En, gaat hij verder, “de zaak is geheel ten onrechte opgeblazen in de media. Al sinds 1993 verschijnen er verhalen over mij in de kranten als zou ik de leider zijn van een criminele organisatie. Maar die verhalen zijn in werkelijkheid advertenties van justitie geweest. Zij heeft daarmee een sfeer geschapen waarin er kroongetuigen zijn gekweekt. In die sfeer ben ik ook ruw opgepakt in bijzijn van mijn kind, terwijl ik eerder zelf naar de politie was gestapt. In die sfeer is mijn zieke vrouw gevangen gehouden, terwijl verdachten die tegen mij getuigden, direct konden gaan.”
Brave jongen
Ook Koos R. en Lambertus K., die beiden een serie vermogens- en geweldsdelicten op hun naam hebben staan, hekelden de werkwijze van justitie. En waarom is zo gehandeld, vroeg Koos R. zich af? “Ik word alleen beschuldigd van handel in wat softdrugs, een stof die overal in Nederland wordt getolereerd. Vergeleken met eerdere zaken tegen mij, ben ik een brave jongen geworden. Ik schijn van mijn fouten te hebben geleerd.”
Justitie heeft in de zaak tegen de Hakkelaar volgens Koos R. geprobeerd de Mount Everest te beklimmen, “maar zo'n expeditie moet je wel goed voorbereiden. Als justitie dat had gedaan, waren er geen kroongetuigen nodig geweest. Dan hadden we een eerlijk proces gehad”, aldus R. die trouwens niet ontkende strafbare feiten te hebben begaan.
Voordat de officieren van justitie maandag met hun requisitoir beginnen en hun eis kenbaar zullen maken, wil de rechtbank nog meer weten over de deal die justitie met kroongetuige Fouad Abbas heeft afgesloten. Tijdens diens verhoor in een zwaar beveiligde militaire sporthal op 18 december liet de rechtbank al doorschemeren twijfels te hebben bij de rol die Abbas heeft gespeeld in de internationale drugshandel. Hij zegt zelf slechts bemiddelaar te zijn geweest, maar de rechtbank vroeg zich tijdens die zitting openlijk af of ook hij geen grote jongen was.
Uit de aanvullende vragen die de rechtbank gisteren stelde en die justitie uiterlijk vrijdagochtend dient te beantwoorden, blijkt dat de rechters nog steeds bedenkingen hebben. Zo moet justitie opheldering verschaffen over het feit dat Abbas al sinds juni 1995 op verzoek van Nederland internationaal gezocht werd met de opmerking hem aan Nederland uit te leveren. In 1996 echter, toen Abbas zelf contact had gezocht en hij als kroongetuige aan de hoge justitie-autoriteiten moest worden 'verkocht', schreven officieren Teeven en Witteveen opeens dat een zaak tegen Abbas een 'hoog procesrisico' zou hebben. Met andere woorden: laten we hem maar als kroongetuige gebruiken, want veroordeeld krijgen we hem toch niet.
De rechtbank, zo blijkt uit de serie vragen, vindt dit tegenstrijdig en is niet overtuigd van de stelling dat Abbas niet in Nederland vervolgd had kunnen worden. Waarom, aldus de rechtbank, heeft justitie bijvoorbeeld wel de VS, maar niet BelgiĆ« om opsporing en uitlevering van Abbas gevraagd, terwijl hij toch in Antwerpen diamantair was. Verder moet justitie antwoord geven op de vraag of, en in welke mate, bij de deal met Abbas rekening werd gehouden met de terughoudende geluiden die in de IRT-enquête-nasleep uit parlement en kabinet zijn gekomen.
Vliegangst
Vrijdag wordt het proces voortgezet. De verdachten zullen dan in ieder geval niet met een helikopter worden aangevoerd. Koos R. die gisteren 'uit veiligheidsoverwegingen' vanuit de gevangenis in Vught geblindoekt werd overgevlogen, deelde de rechtbank mee dat tijdens de vlucht 'zijn maagsappen uit zijn neus waren gespoten'. Hij bleef gisteren met pilletjes op de been. De Hakkelaar zelf had geweigerd in te stappen omdat hij 'vliegangst' zou hebben. Hij kon daarop alsnog per auto worden vervoerd, wat het proces een halve dag vertraging opleverde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.