*

 
dossier

Archief

SAOEDI ARABIE

EILDERT MULDER − 02/01/97, 00:00

AMSTERDAM - De Saoedische koning Fahd is machtig. Toch zal niet hij, maar een Australische taxichauffeur de uiteindelijke beslissing moeten nemen in een moordzaak, die sinds enige weken de Britse en Arabische pers hevig bezig houdt.

Het schuldig is nog niet uitgesproken, maar toch is er een reële kans dat een Saoedische rechtbank een Schotse en een Engelse verpleegster ter dood zal veroordelen, wegens moord op een Australische collega. Saoedi-Arabië past in het strafrecht de islamitische sjariahwet toe. Over moord is de sjariah duidelijk: doodstraf.

En die voeren ze uit in Saoedi-Arabië, in het openbaar, door onthoofding, vrijdags, op een plein voor een moskee. Bij lichtere vergrijpen kan koning Fahd gratie verlenen maar bij moord niet. Want zelfs een koning staat niet boven een wet van God. En ook kan geen mens namens iemand anders vergiffenis schenken. Daarom ligt het lot van een ter dood veroordeelde in handen van de familie van het slachtoffer. Die kan executie eisen, maar ook vergelding in de letterlijke betekenis: betaling van (bloed)geld in ruil voor genade.

Het zal wel nooit bij Frank Gilford, een taxichauffeur uit het zuiden van Australië, zijn opgekomen dat hij ooit eens een hoofdrol zou spelen in een moordzaak, die volgens de sjariahwet wordt berecht. Toch drukt hem nu al, terwijl hij nog rouwt om zijn zuster Yvonne Gilford (55), de zeggenschap over leven en dood van haar vermoedelijke moordenaressen als een loden last.

Yvonne Gilford had 25 jaar als verpleegster in Zuid-Afrika gewerkt. Ze wilde naar een veiliger land. In het oosten van Saoedi-Arabië vond ze emplooi in een militair ziekenhuis, genoemd naar koning Fahd, in Dahran. Op elf december liet ze daar het leven. Ze was viermaal met een mes gestoken, er was met een hamer op haar hoofd geslagen en ze was gewurgd. De Saoedische politie arresteerde twee collega's van haar, Lucy McLauchlan (31) uit de Schotse stad Dundee en Deborah Parry (41) uit de Engelse stad Nottingham.

De motieven zijn mistig. Volgens het Britse weekblad The Observer schijnt er een louche business te bestaan in het medische complex, waarbij oudgedienden aan nieuwkomers geld lenen tegen een hoge rente, om de tijd voor de eerste salarisbetaling door te komen. Een andere theorie is een uit de hand gelopen orgie. Saoedi-Arabië is een diep zedig land, maar de geïsoleerde complexen van buitenlanders kunnen een wereld apart vormen. Volgens The Observer laat de Saoedische politie doorschemeren dat het drama een combinatie moet zijn geweest van lesbische jaloezie en alcoholgebruik.

Die voorstelling van zaken biedt misschien een kansje om te ontkomen aan de eerste executie in Saoedi-Arabië van Europese vrouwen. Bij een even kille als wrede moord, enkel gepleegd uit winstbejag, wordt het voor nabestaanden wel erg moeilijk om over het hart te strijken. Een uit de hand gelopen toestand kan wellicht op een greintje meer begrip rekenen.

Saoedi-Arabië heeft belang bij goede betrekkingen met Groot-Brittannië, een bondgenoot en een wapensmid. Die betrekkingen zouden onder een executie krijgen te lijden. De eerste aanzetten voor een campagne tegen de islam zijn er al. Zelfs The Observer liet zich meeslepen. 'In de naam van Allah, laat ons leven' zette het boven het verhaal, waarbij de vraag rijst of de krant het opperwezen erbij zou slepen als twee Britse verpleegsters in Amerika de doodstraf boven het hoofd hing. De Saoedische ambassadeur pleit als brugmans bij de Britse pers om de zaak niet op de spits te drijven. Er is nog geen veroordeling, het hoeft geen doodvonnis te worden en als het dat toch wordt betekent dat niet automatische executie, luidt zijn boodschap.

Volgens de Saoediërs hebben McLauchlan en Parry bekend. McLauchlan zei in een telefoongesprek met haar familie alleen te hebben bekend om contact met de buitenwereld te kunnen opnemen. Een bekentenis is wezenlijk. Volgens de sjariah is een veroordeling louter op basis van forensisch bewijsmateriaal onmogelijk. Er moet een getuige zijn of een bekentenis. Tegenover die vergaande waarborg voor de verdachte staat het ontbreken van een officiële advocaat. Wel kan een verdachte de hulp inroepen van een 'agent' met een onduidelijke status.

De broer van het slachtoffer eiste eerst de uitvoering van een eventueel doodvonnis. Maar nu lijkt hij ook met levenslang genoegen te nemen. Misschien hoeft hij de beslissing niet te nemen. Hij wijst erop dat in eerdere gevallen buitenlandse misdadigers in Saoedi-Arabië zijn ontsnapt aan het zwaard. Maar als het toch tot een terdoodveroordeling komt moeten de families van de daders en het slachtoffer onderhandelen.

In Saoedi-Arabië zelf is dat heel gewoon. Mensen weten hoe het moet. De hoge bedragen aan bloedgeld kunnen ook worden betaald, doordat grote familieclans als een 'verzekering' optreden voor leden die een misstap begaan. Maar leg eens uit aan doorsnee-families in Australië en Groot-Brittannië hoe je zoiets aanpakt.

De broer van het slachtoffer reageerde menselijk toen hij zei geen geld te willen in ruil voor genade, omdat “het leven van mijn zuster meer waard is dan geld”. Maar het uitdrukken van letsel, zelfs dodelijk letsel, in geld is wel de kern van de manier waarop in de woestijn verzoeningen tot stand komen. 'Vergelding' betekent daar niet bloedvergieten, maar juist het voorkomen daarvan door geld te betalen aan de gekwetste partij.

mailIcon print |