Ongecontroleerd groepsgeweld van jongeren beangstigt, zeker als we de oorzaak niet kunnen achterhalen. Waarom vernielen zij huizen, telefooncellen en auto's? Waarom slaan, steken, schoppen zij voorbijgangers, soms tot de dood erop volgt?
In de huidige discussie verdwijnen de jongeren en hun belevingswereld onder tafel. We weten weinig over wat er in jongeren omgaat en wat hun motieven zijn van stoer, dreigend en gewelddadig gedrag. De Britse socioloog Hebdidge zei in een interview met Anil Ramdas in 1996: ''...adolescenten houden ervan opgemerkt te worden, maar niet om begrepen te worden. Misschien willen zij niet dat buitenstaanders hun geheimcode breken, omdat het fijn is om onder elkaar te zijn en één gezicht naar de buitenwereld te laten zien.''
De discussie over geweld van jongeren is niet om aan te horen. Meer blauw op straat, collectieve en hogere straffen, sneller inzetten van de ME, contracten met ouders over opvoeding, meer geld voor jongerenwerkers. De media staan vol stereo-typeringen als zinloos pierewaaien, hanggroepjongeren en eindeloze verveling. De publieke discussie bevestigt zo het stigma van jongeren en vergroot ons onbegrip voor jongerengeweld. En niemand doet een serieuze poging te begrijpen waarom jongeren zich gedragen zoals ze zich gedragen.
Het gaat bij geweld van jongeren om jongens. Bij groepsgeweld in Amsterdam en Leeuwarden sloegen en schopten meerdere jonge mannen een leeftijdgenoot in elkaar met de dood tot gevolg. Ook bij de gevechten tussen mannen in het weiland bij Beverwijk viel een dode.
Delinquent gedrag van jongens tussen twaalf en achttien jaar is veelal grenszoekend gedrag. Het blijft beperkt tot de periode waarin ze puber zijn. Meer dan 95 procent van alle jonge mannen houdt zich na hun achttiende jaar niet meer bezig met criminaliteit. Een zeer klein percentage heeft na achttien jaar onvoldoende geleerd zijn vechtlust te hanteren en gaat in geweldssituaties over grenzen.
Volwassen worden is in deze eeuw leuker en moeilijker geworden. Volgens de Franse historicus Phillippe Ariès ontstond rond de eeuwwisseling een positief en begerenswaardig beeld van de adolescentie als levensperiode. De muziek van Wagners Siegfried (1876) ''....drukte voor de eerste keer die combinatie uit van (voorbijgaande) puurheid, fysieke kracht, natuurlijkheid, spontaniteit en 'joie de vivre' die de adolescent de held van de twintigste eeuw zou maken... Jeugdigheid leek het geheim te bezitten om een oude en verkalkte samenleving nieuw leven te geven... We willen zo vroeg mogelijk in de adolescentie komen en er zo lang mogelijk in vertoeven.'' Jongeren krijgen de gelegenheid tot op hogere leeftijd adolescent, onvolwassen, te blijven en leren in veel gevallen pas later hun grenzen, en daarmee zichzelf, kennen.
Vechten in groepen is voor een behoorlijk aantal jonge mannen een 'buitengewoon bevredigende activiteit'. Dat schreef de socioloog René Stokvis vorig jaar maart in het NRC Handelsblad naar aanleiding van de voetbalrel in Beverwijk. Jonge mannen meten hun krachten door onderling en tegen andere groepen te vechten. Het vechten is niet alleen een fysieke aangelegenheid of louter imponeergedrag. Jongeren proberen in groepen op allerlei manieren hun grenzen uit. Vechten met andere groepen jongeren of met de politie vinden zij prachtig.
De verburgerlijking in onze samenleving in de afgelopen eeuwen heeft echter de afweer tegen fysiek geweld doen groeien. Alleen de politie en de marechaussee hebben het recht om geweld uit te oefenen en in uiterste gevallen kan het leger worden ingezet. Een huishouden in Nederland komt tegenwoordig minder met geweld in aanraking dan zeshonderd jaar geleden. Onze samenleving is geweldlozer dan toen. Bescherming van leven, have en goed is een grondrecht geworden.
Volgens de socioloog Norbert Elias bestaat er een directe relatie tussen vechtlust van jonge mannen, onze geciviliseerde afkeer van geweld en het ontstaan van allerlei (mannelijke) sporten. Onze tegenwoordige (mannelijke) teamsporten, als rugby, voetbal, handbal zijn sociale structuren waarbinnen jonge mannen hun individuele fysieke kracht op een geciviliseerde manier kunnen meten in een groep. Honkbal, cricket, tennis en volleybal zijn voorbeelden waarin zelfs direct lichamelijk contact is verdwenen als gevolg van de met de civilisatie verbonden afkeer van lichamelijk geweld.
Geweldsimpulsen werden in de riddercultuur in West-Europa al langzaamaan omgevormd tot gereguleerde gevechten in toernooien en tot aristocratisch-geweldloos hoffelijk gedrag. Geweld is vanaf dat moment 'geritualiseerd'. Maar de Europese civilisatie en al deze sportvormen van 'geciviliseerde agressie' verkleinen niet de vechtlust. Jonge mannen uit het gewone volk vechten nog steeds op kermissen, tijdens carnaval, tijdens nieuwjaar, bij voetbalwedstrijden en in de buurt van disco's.
De overheid heeft de afgelopen twee eeuwen een grote rol toebedeeld gekregen om - via onderwijs en maatschappelijk en sociaal-cultureel werk-het gewone volk te beschaven. Ook die vechtlust van jonge mannen dient bij elke nieuwe generatie opnieuw geciviliseerd te worden. Lik op stuk-beleid en repressief optreden zijn daarvoor niet geschikt. De vechtlust moet in goede banen geleid worden. Het moet een andere vorm krijgen en niet alleen maar onderdrukt worden.
Politici, deskundigen en beleidsmakers - mensen uit de midden- en hogere klassen - vechten niet. Zij debatteren en vergaderen. Boksen, kooivechten en vechtlust vinden zij vies en onbeschaafd. In hun ogen keren we daarmee terug naar de Middeleeuwen en zelfs naar het niveau van primitieve stammen.
Die primitieve culturen ritualiseren lichamelijk geweld ook in wat wij westerlingen sport noemen. Onder de Nuba in Sudan worden elk jaar worstelwedstrijden georganiseerd waarbij elke stam zijn kampioen afvaardigt. Dat is zoiets als de Elfstedentocht in Nederland toen die nog een Friese aangelegenheid was en de verschillende regio's tegen elkaar reden. Enkele dagen lang vinden onder de Nuba strikt gereguleerde maar harde wedstrijden plaats. Daarbij identificeren de toeschouwers zich volledig met hun kampioen omdat allerlei (onopgeloste) spanningen en conflicten tussen personen en families van verschillende stammen met het winnen of verliezen verbonden worden. Wanneer de uiteindelijke kampioen bekend is, wordt een groots feest gehouden waarbij de conflicterende partijen zich verzoenen onder overvloedig gebruik van licht alcoholische drank.
De inspanningen van de worstelaars staan bij de Nuba in dienst van de lokale gemeenschappen. Sporters uit de meeste steden en buurten in Nederland zijn echter geen vertegenwoordigers van hun gemeenschap. Sportverenigingen hebben voor een deel hun groeps- en buurtvertegenwoordigende karakter verloren. Voetbalsupporters van de grote clubs wonen over het hele land en hebben nauwelijks binding met de gemeenschap die een club vertegenwoordigt.
Wanneer zo'n groep vechtlustigen op stap gaat in een stad ver weg van hun woonplaats is het risico op gevaarlijke confrontaties groter dan wanneer zij zich in eigen stad of wijk bevinden. Anoniem geweld verhoogt de kans op escalatie en onbegrensd geweld.
Bij diersoorten bestaan instinctieve mechanismen om te voorkomen dat ze soortgenoten doden. Controle van agressie vormt daarin een onontbeerlijk onderdeel. Het mijden van agressief dodelijk gedrag bij het verdedigen van je territorium, van je kroost, en vechten om de gunst van een vrouw noemt de etholoog Lorenz: ritualiseren van gedrag. Er ontstaat een gestructureerd gedragspatroon waardoor de uiteindelijke dodelijke aanval in meeste gevallen uitblijft. Katten in onze achtertuinen laten dit prima zien. Katers vliegen elkaar voluit in de haren om grondgebied en om toegang tot vrouwtjes en ze verwonden elkaar regelmatig. Maar op de een of andere manier vallen er weinig doden tussen katers.
Het gevaarlijke gedrag is door een 'ketting van voorgeprogrammeerde gedragspatronen' tot een minimum beperkt. Bepaalde gevechtskunsten uit Azië kunnen op die manier worden bekeken. Voorgeschreven bewegingspatronen bij Aikido en Tai-Chi worden tot in den treure solo geoefend. Dan pas mag een leerling in een echte gevechtssituatie zijn 'geritualiseerde' agressie in praktijk brengen.
Veel culturen buiten Europa, maar ook verschillende migrantenculturen en plattelandsregio's in Nederland, kennen 'initiaties' of 'rites de passage'. Initiaties zijn overgangsrituelen. Het zijn routekaarten voor jongens op weg naar volwassenheid. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze zich als man kunnen gedragen, hoe en in welke stappen ze een meisje kunnen benaderen en hoe ze zich kunnen voorbereiden op het vaderschap.
In traditionele samenlevingen zijn initiaties met normen en waarden geladen. Volwassen worden is ook een stevige herordening van familiaire en sociale bindingen. Initiatierituelen hebben volgens de vergelijkend mytholoog Joseph Campbell tot doel de ongebreidelde seksuele behoeften van jonge mannen te herordenen voor sociale en maatschappelijke doeleinden. In ons eigen land is nog een aantal ondersteunende structuren te vinden voor de overgang van jongens naar volwassenheid. Tot voor kort was de dienstplicht een structuur om 'man te worden'. Ik was tien jaar arbeidstherapeut bij defensie en begeleidde mentaal vastgelopen dienstplichtigen. De roep om hulp bij het volwassen worden, heb ik in vele klanken gehoord.
De werkkampen, bedacht door onze toenmalige premier Lubbers, om jonge delinquenten op het rechte pad te brengen, kunnen worden gezien als (schamele) pogingen om hen te initiëren. Dit geldt ook voor de vele survivaltochten voor jongeren in problemen. Ontberingen, beproevingen en voor elkaar leren opkomen in groepsverband kunnen een uitstekende manier zijn om grenzen te leren kennen en een stap naar volwassenheid te maken. Jeugdbendes kunnen, bij gebrek aan beter, als pogingen van jongeren worden gezien om zichzelf te initiëren. Vechten tegen andere groepen is een plezierig en belangrijk tijdverdrijf in het leren kennen en handhaven van grenzen. In de hogere klassen herkennen we in het universiteitsleven aspecten van, soms negatieve, initiatie in de ontgroening bij toetreding tot studentenverenigingen. Zij meten zich door overvloedig drinkgedrag. Voor jongens uit hogere milieus is dit een belangrijke voorbereiding op hun beroepscarrière, als introductie in de latere 'old boys networks'.
Ten slotte biedt het platteland ondersteuning aan zijn jongeren. In dorpen in Zuid-Limburg bestaat de 'Jonkheid', de gemeenschap van alle ongetrouwde mannen. Als groep hebben zij een naam, een plaats en een taak. Gedurende het jaar spelen zij een rol in de gemeenschapsfestiviteiten. Vanaf het verlaten van de lagere school treden jongens toe en ze verdwijnen als ze trouwen. Ongetrouwde mannen blijven hun hele leven bij de 'Jonkheid'.
Initiatierituelen, gestructureerde gedragspatronen van mens en dier om te voorkomen dat er doden vallen bij gevechten en geritualiseerde vormen van lichamelijk geweld zoals sporten zijn de sleutels tot oplossingen van onze geweldproblemen. Om groepsgeweld te kunnen voorkomen en aanpakken, is meer begrip van de belevingswereld van jongeren nodig. Het accepteren van hun vechtlust is hiervoor een goed begin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.