De bijstandsregeling voor zelfstandigen werkt niet goed. Weinig zelfstandigen kennen de regeling en maken er gebruik van. Jammer, vindt het Instituut Midden- en Kleinbedrijf, dat een plan lanceert de regeling te veranderen en zo meer banen te creëren. 'Kleine bedrijven nodeloos in handen louche hulpverleners' 'Nieuwe aanpak kan duizenden starters opleveren'
Dat zegt J. Stotijn, die zich bezighoudt met gemeentelijk en provinciaal beleid bij het Instituut Midden- en Kleinbedrijf. De bijstandsregeling voor zelfstandigen (de BBZ), nu nog uitgevoerd door de gemeentelijke sociale diensten, verdient een eigen aanpak met een nieuwe uitvoerder, vindt Stotijn. Niet omdat de sociale diensten slecht werk leveren, maar simpelweg omdat de problematiek van de zelfstandigen een eigen benadering verdient.
Jaarlijks wordt in Nederland 12 miljard gulden uitgekeerd in het kader van de Algemene bijstandswet. Een zeer klein deel daarvan, 165 miljoen gulden, gaat naar de kleine zelfstandigen. En van dat bedrag werd vorig jaar ook nog eens bijna 70 miljoen terugbetaald.
Er kan meer geld naar zelfstandigen, vindt J. Stotijn, zonder dat de staat nu direct op hogere kosten wordt gejaagd. Immers, veel van de steun aan de kleine zelfstandige, grofweg een derde, wordt terugbetaald. De nood en de kansen in het midden- en kleinbedrijf rechtvaardigen zelfs een groter gebruik van die bijstandsregeling. Daardoor kan het aantal banen groeien en wordt de economische activiteit van de zelfstandigen geprikkeld.
“Een prachtige regeling, die BBZ”, vindt Stotijn. Maar waarom dan toch zo onbekend en zo weinig benut? Stotijn duikt daarvoor in de historie. De BBZ is sinds 1965 een onderdeel aan de Algemene Bijstandswet. Daardoor hangt de regeling er maar een beetje bij. Stotijn: “Zo van: oh ja, dat moeten we ook nog regelen. En je ziet dan ook dat er met deze regeling vanuit de centrale overheid niet bewust beleid wordt gevoerd.”
Een tweede reden voor de geringe bekendheid - en dus matige effectiviteit - is volgens Stotijn dat de BBZ wordt uitgevoerd door de gemeentelijke sociale diensten. En hun deskundigheid is niet gericht op de hulp aan kleine bedrijven, vindt Stotijn. Bij veel kleine gemeenten doet een ambtenaar de BBZ erbij, naast bijvoorbeeld zijn portefeuille huisvesting. “Iemand die een uitkering aanvraagt, neemt alleen zichzelf en zijn arbeidsverleden mee. De kleine zelfstandige torst ook zijn bedrijf op de schouders mee. En dat vergt toch echt extra deskundigheid.”
Niet bekend
Jaarlijks worden er ongeveer 20 000 aanvragen voor een BBZ-uitkering gedaan, de helft daarvan is afkomstig van starters. Van alle aanvragen worden er 9 000 toegekend. Naar schatting 5 000 aanvragers van de 11 000 afwijzingen verkeren in ernstige financiële problemen en “dat zijn dus 5 000 potentiële kandidaten voor louche schuldsaneringsbureaus. “Als die mensen eerder waren gekomen dan hadden we die bedrijven kunnen redden. Hoeveel? Je kunt geen percentages geven hoeveel er gered konden worden. Dat zou een slag in de lucht zijn.”
Zo op het eerste oog lijkt financiering van kleine zelfstandigen eerder een taak van de banken dan van de sociale dienst. “Ik erken dat het voor zelfstandigen makkelijker zou zijn als zij niet bij de gemeentelijke sociale diensten hoeven binnen te lopen. Dat geeft nogal wat drempelvrees. Aan de andere kant denk ik ook dat het niet goed is als kleine zelfstandigen afhankelijk worden van banken. We zien in de praktijk dat banken niet zitten te wachten op deze categorie zelfstandigen. Het zijn vaak tijdsintensieve aanvragen. Iemand achter het bankloket heeft niet altijd tijd om de sociale sores van een kleine zelfstandige aan te horen. Daarbij speelt ook dat banken puur zakelijk denken. Ze zoeken altijd naar dekking van hun kredieten en dat is nu precies wat deze groep niet kan bieden. Ze hebben geen vermogen achter de hand. We zien in de praktijk dat de grens voor banken ligt bij 50 000 gulden. Als het bedrag lager is en er zit ook nog een hoop sores aan vast dan is dat voor een bank niet aantrekkelijk.”
“Wat ik een goede oplossing vind? Dat de uitvoering van deze regeling in handen komt van aangewezen gemeenten. Dat systeem kennen we bij de regeling voor de binnenschippers. Die gemeenten zijn daarvoor ingericht. Je zou voor de kleine zelfstandigen in elke provincie een gemeente met een gespecialiseerde afdeling kunnen inrichten. En ik zou dan ook willen pleiten voor verplichte advisering door het Instituut voor het midden- en kleinbedrijf. Door meer dan negentig procent van de gemeenten worden we al ingeschakeld. Een verplichte inschakeling van een onafhankelijke instantie zie je ook bij de regeling voor de kunstenaars.”
“Maar je kunt de regeling ook weghalen bij de gemeenten. Ik weet dat zij dat niet prettig zullen vinden. De regeling wordt dan uitgevoerd door een apart instituut. Je krijgt zo de kans om gericht beleid te voeren, goed te letten op bijvoorbeeld concurrentievervalsing. Dat niet de slager mét uitkering de concurrentie vervalst met de slager zónder uitkering. Als je diep in mijn hart kijkt, is dat de beste oplossing: een aparte regeling met een eigen instituut voor de kleine zelfstandigen.”
Stotijn vindt zijn eigen organisatie, met een netwerk van kantoren over geheel Nederland, geschikt voor die rol. “Ik preek dan voor eigen parochie. Maar we zijn onafhankelijk. We zijn niet commercieel gericht, we hebben geen aandeelhouders tevreden te stellen. Wij zouden die gelden kunnen gaan beheren, maar dat is een kwestie van een technische uitwerking. Een apart betalingskantoor kan ook. Wij zouden dan de advisering kunnen doen.”
Het jaarlijkse aantal aanvragen van 20 000, gedaan vanuit een groep van 870 000 zelfstandigen, zou met een dergelijke aanpak volgens Stotijn makkelijk kunnen verdubbelen. En daaronder kunnen best drie- tot vierduizend starters zitten. “Mensen die nu op zoek zijn naar een baan in loondienst, maar die het best eens als zelfstandige willen proberen.” En op die manier heeft de regering er naast 'Melkert 1, 2 en 3' er met een geheel aangepaste BBZ een mooie en goedkope regeling bij om werk te behouden en te creëren, vindt Stotijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.