*

 
dossier

Archief

Artsen: straffeloosheid bij correcte euthanasie

Door: redactie − 23/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers UTRECHT - De haast waarmee het kabinet met een nieuwe opzet van de meldingsprocedure bij euthanasie is gekomen, kan worden verklaard uit de wens van de ministers Borst en Sorgdrager de nieuwe procedure te laten ingaan voor het einde van de huidige - paarse - kabinetsperiode.

Dat zei Borst gisteren op een congres van de artsenkoepel KNMG. Uitstel tot de regeling uitvoeriger doordacht kan worden ingevoerd, zou de artsen welkom zijn geweest. Nu bleek gisteren in Utrecht, waar de KNMG congresseerde over euthanasie, dat de medische wereld niet onverdeeld gelukkig is met de deze week aangekondigde wijziging in de meldingsprocedure. De KNMG liet al weten nog onvoldoende tegemoet te zijn gekomen. Zij wenst weliswaar dat onzorgvuldige euthanasie strafbaar blijft, maar hoopt dat in de wet tevens een passage komt waarin staat dat de arts bij een correct toegepaste euthanasie vrijuit gaat.

Daarvoor is het volgens Borst echter nog te vroeg. Bovendien zou een wetswijziging niet meer binnen deze kabinetsperiode lukken. Zij hoopt met de nieuwe opzet te bewerken dat het aantal artsen die een levensbeƫindigende handeling melden, groter wordt. Wanneer dat doel is bereikt, als er weer rust aan het front is en ook de palliatieve zorg is verbeterd, zou volgens Borst verwijdering van euthanasie uit het Wetboek van strafrecht in het verschiet komen.

De Rotterdamse lijkschouwer H. Cremers (“Ik heb in mijn leven 50 000 doden gezien”) ziet weinig in de nieuwe regeling, omdat de lijkschouwer daarin wordt verplicht de geheimhoudingsplicht van de arts geweld aan te doen en hij het collegiaal vertrouwen moet doorbreken.

De medisch jurist prof. dr. H. Leenen vreest dat de regionale toetsingscommissies onderling verschillende criteria zullen hanteren. Minister Borst liet echter weten dat de commissies niet politiek, hoogstens levensbeschouwelijk representatief zullen worden samengesteld en dat de voorzitters elkaar frequent zullen ontmoeten om de eenheid van beleid te bewaken.

100 procent melding

Ook prof. dr. G. van der Wal, een van de auteurs van het recente euthanasierapport dat als uitgangspunt diende voor het kabinetsbesluit van vrijdag, stelde vast dat er bij de voorgestelde regeling “nog wel enkele losse eindjes” zijn. Zo'n los eindje is bijvoorbeeld dat de officier van justitie er nog altijd aan te pas kan komen. Hij betwijfelt daarom of de nieuwe procedure zal leiden tot de verhoopte 100 procent melding. “Er zal, net als in de afgelopen jaren, een doorgaande stijging van het aantal meldingen zijn, maar of dat door de nieuwe procedure zal worden veroorzaakt, moet worden afgewacht.”

Van der Wal vindt de nieuwe procedure op dit punt kwetsbaar, omdat “het systeem mislukt zodra een officier van justitie ingrijpt”. “Euthanasie moet een keer uit het Wetboek van strafrecht. Pas dan kan je erop vertrouwen dat het percentage meldende artsen zal stijgen.”

Zover de plannen nu strekken, komen er voor het eind van de kabinetsperiode een landelijke en enkele regionale toetsingscommissies. Dat plan heeft de steun van de socioloog prof. dr. C. Schuyt. Wat de euthanasiepraktijk betreft kan de maatschappelijke regulering niet uitsluitend aan de artsen worden overgelaten, meent Schuyt. Hij pleitte gisteren daarom voor gemengde medisch-ethische commissies, waarin steeds meer niet-professionals worden opgenomen.

mailIcon print |