Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Van bijnamen wil architect Lucien Lafour niet horen. Het combinatiegebouw Nederlandse ambassade annex consulaat dat hij samen met zijn collega Rikkert Wijk in opdracht van het ministerie van buitenlandse zaken (Dienst gebouwen buitenland) voor Paramaribo ontwierp, heet nou eenmaal De Kanselarij.
Paramariboërs of anderszins Surinamers kunnen verzinnen wat ze willen, maar Lafour blijft even eigenzinnig als streng: zijn gebouw is een schip op het droge noch een gestrande mammoettanker, ook al geen pagode en, in weerwil van de volksmond, vallen er evenmin parende schildpadden in te herkennen.
Lafour begrijpt die zucht naar bijbenamingen wel. De Kanselarij bestaat immers uit drie over elkaar heen schuivende ovalen - een tamelijk ongebruikelijk straatbeeld voor Paramaribo. “Afwezigheid van een rechthoek of vierkant leidt al gauw tot desoriëntatie.”
Het ministerie van buitenlandse zaken had een beter en ruimer ambassadegebouw nodig, waar tevens de over Paramaribo verspreide kantoren onderdak moesten vinden. Rijksbouwmeester Rijnbout verwees naar het Amsterdamse architectenbureau Lafour & Wijk aangezien beide oprichters jarenlang in Suriname bouwden. Behalve bewezen kundigheid, verlangt het ministerie betrokkenheid zoniet affectie met het land waarin Nederlandse archtitecten een ambassade gaan bouwen. Lafour, zo Surinaams als kouseband maar desalniettemin geboren en getogen in Amsterdam, wilde om meerdere redenen in Suriname bouwen.
Als er al 'Surinaamse architectuur' bestaat, ziet die er niet al te best uit; daar willen Lafour en Wijk een manifeste tegenklank van laten horen. De zilverkleurige ovalen van De Kanselarij moeten naast esthetische en functionele argumenten, “de Surinaamse architect ook leren dat-ie wel eens wat losser kan ontwerpen. Er bestaat bijna geen architectuur in Suriname, het zijn vrijwel kopieën uit tijdschriften of films. Mooie huizen heb je er wel, maar die zijn meestal door timmermannen, niet door architecten gemaakt.”
Hoewel de ambassade en het consulaat eigen toe- en ingangen hebben, is De Kanselarij toch één gebouw, het zijn geen twee gebouwen met één scharnierpunt. “Zoals”, licht Lafour toe, “mijn vingers ook niet zomaar uit m'n pols schuiven”. Lafour en Wijk lieten in hun gebouw veel licht en lucht toe, binnenin suggereren talrijke vides ruimte die feitelijk kleiner is dan hij oogt. De gangen zijn met anderhalve meter zelfs opmerkelijk smal. De schuine dakvlakken zijn voorzien van roodkoperen dakbedekking, zogeheten felsdak. Ten behoeve van de zonwering is rondom het gebouw per verdieping een voile van stalen roosters aangebracht. Hoewel de ramen open kunnen, is De Kanselarij volgens Lafour, die in Nederland onder andere bij Aldo van Eyck werkte, zijn eerste airco-gebouw in Suriname.
De gevels bestaan uit doorgaande aluminium puien en betonnen borstweringen bekleed met geglazuurde tegels. De Kanselarij is hoofdzakelijk door Surinamers gebouwd. Voor onderdelen, zoals de natuurstenen vloeren en de systeemplafonds, zijn specialisten uit Nederland overgevlogen. Bouwen in Suriname is nogal wat complexer dan in Nederland, weet Lafour; hij prijst de samenwerking tussen de bouwvakkers - Creolen, Guyanezen, Javanen, Hollanders, Friezen - die elkaar tijdens de bouw onderling 'les gaven'.
De Kanselarij staat op Nederlandse grond, aangekocht van het bisdom, en is omringd door scholen met zadeldaken. Doorgaans staan ambassades in de buitenwijken van residenties, maar De Kanselarij aan de Rooseveltkade bevindt zich aan de andere kant van de Palmentuin, waar de oude ambassade zetelde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.