Herhalingen (er zijn nog kaarten) op 3, 6, 10, 14, 18, 21 en 25 februari.
De kolossale produktie van Harry Kupfer en Hartmut Haenchen maakte dinsdagavond weer net zo'n verpletterende indruk als in 1992. De oplossingen die Kupfer voor deze problematische opera bedacht, zijn al even geniaal als Haenchens uitwerking van de ruim drie uur durende partituur.
Kupfer was overigens niet zelf teruggekomen voor de herinstudering. Hij liet het over aan Monique Wagemakers, die al een hele staat van dienst heeft bij de Nederlandse Opera en die volgend seizoen met Verdi's 'Rigoletto' eindelijk haar eigen produktie krijgt. De verschillen met Kupfers oorspronkelijke regie waren (in herinnering althans) gering, al vielen wel een paar bijzonderheden op.
Allereerst was daar de door Kupfer gehate boventiteling. De tekstbalk nam wel het zicht op de punt van de piramide weg en de vliegende valk moest nog behendiger laveren, maar aan het begrip van de opera voegde de projectie van de tekst beslist toe.
Een nog opvallender verschil was dat bij het applaus halen niet Baraks Frau als laatste voor het doek mocht verschijnen (Kupfer zag haar als het hoofdpersonage). Wagemakers liet zoals het hoort de vertolkster van de titelrol, de Keizerin, als laatste het stormachtig applaus en geschreeuw tegemoet treden. Die Keizerin was wederom sopraan Ellen Shade.
In de vier tussenliggende jaren heeft Shade (die destijds de rol voor het eerst zong) de rol echt in haar bloed gekregen. Haar grote scène in de derde akte (voorafgegaan door een schitterend gespeelde vioolsolo van Olga Martinova) was van een beklemmende schoonheid. Met bravoure wierp Shade zich in de gevaarlijke registerovergangen die haar stem van heel laag tot schrikbarend hoog moeten brengen. Het was zeer indrukwekkend en ontroerend bovendien.
Gabriele Schnaut maakte als Baraks Frau haar roldebuut. Het mag een wonder heten dat de Nederlandse Opera een zangeres van het formaat van Schnaut voor zo'n debuut heeft weten te strikken. Aan de kracht en straling van Schnauts heldere sopraanstem leek geen einde te kunnen komen. Zelden is een zangeres in het Muziektheater op zo'n verbluffende wijze de akoestische strijd met het orkest aangegaan als Schnaut. Als actrice was zij bovendien uitermate geloofwaardig.
Ook nieuw was tenor Thomas Moser als Keizer. De kleine, maar hondsmoeilijke partij leverde geen enkel probleem op voor Moser. Met gemak was hij de Italiaanse lyriek en hoogte meester in deze Duitse opera. John Bröcheler herhaalde zijn ontroerende vertolking van Barak. Voor die rol (de enige met een echte naam) schreef Strauss zijn meest aansprekende muziek en Bröcheler zette er zich met ziel en zaligheid voor in. Die inzet heeft Bröcheler tot troeteldier van het Nederlandse operapubliek gemaakt, wat aan het ovationele applaus te merken was. Jane Henschel herhaalde haar rol van Amme (eigenlijk de meest lastige rol in de opera) met glorieuze stem.
Deze vijf topsolisten werden optimaal ondersteund vanuit de bak waar het Nederlands Philharmonisch Orkest de Wagneriaanse dimensie van de partituur met overtuiging hoorbaar wist te maken. Haenchen heeft een eigen visie op deze muziek. Zo begint de opera niet met een denderend forte, nee, Haenchen houdt het vanaf het begin licht en doorzichtig, brengt de uitgedijde partituur terug naar kamermuziekniveau met verrassend fraaie resultaten.
En als er dan echt geweld moet klinken (de aftocht van de Amme bijvoorbeeld, of het verschijnen van de bijna versteende Keizer) is het effect in Haenchens handen verbijsterend.
De negatieve visie van Kupfer op het 'Jubel'-slot van Strauss' opera werkt nog even sterk. De piramide wordt weer met de zwarte lap (die aan het begin van de piramide werd getrokken) toegedekt. Daarvoor zingen de twee verenigde paren hun vreugde emotie- en bewegingsloos uit. De drie stokoud geworden stadswachters sturen dan een kind (de schaduw in deze opera is het symbool voor kinderen krijgen) met een brandende fakkel voor de zangers langs. Het licht van de fakkel werpt geen schaduwen op het zwarte achterdoek.
Baraks Frau (die in de opera haar moederschap heeft willen verkwanselen) stapt nog even het kind hoopvol tegemoet, maar dit loopt zonder blikken of blozen het toneel af. Bij Kupfer heeft aan het slot niemand een schaduw meer. Pessimisme ten top, maar mooi...!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.