De Europese Unie gaat werk maken van een eigen defensiebeleid. In Helsinki wordt daar vandaag en morgen druk over vergaderd. Er komt een interventiemacht, die hier en daar een brand moet kunnen blussen.
Maar in Europa bestaat al zoiets, los van de Navo. Het Eurocorps kan - op papier - al beschikken over 50 000 militairen. Er werken vijf landen in samen: Duitsland, Frankrijk, Spanje, België en Luxemburg.
De Belgische luitenant-generaal Leo Van den Bosch werd eind november als bevelhebber afgelost door een Spaanse officier. De generaal heeft de afgelopen maanden een grotere rol voor het corps bepleit. Dat zou op 1 april 2000 in staat moeten zijn de internationale vredesmacht in Kosovo een half jaar te leiden.
Nu de EU zich met defensie gaat bemoeien, schuiven sommigen het Eurocorps naar voren als de kern van het toekomstige Europese leger. Anderen zijn sceptisch. Generaal Van den Bosch beseft dat er een probleem is met de herkenbaarheid van 'zijn' korps, dat bij de oprichting in 1992 vooral het symbool was van de Duits-Franse samenwerking. Sinds november 1995 is het operationeel, maar de Navo aarzelde er een beroep op te doen. Dat veranderde volgens Van den Bosch in 1997 met het bezoek van Navo-opperbevelhebber Clark aan het hoofdkwartier van het Eurocorps in Straatsburg. Het corps mocht daarna meedoen aan Sfor, het vredesleger in Bosnië.
Het ontbreken van een gemeenschappelijke taal was lange tijd dé grote handicap. Duits en Frans waren de werktalen. Pas enkele maanden geleden is een compromis bereikt over het Engels als taal voor alle operationele taken.
Eerder dit jaar besloten de vijf landen van het Eurocorps hun vier gemechaniseerde divisies om te vormen tot een snelle interventiemacht. Momenteel heeft alleen de Navo die mogelijkheid. Het hoofdkwartier daarvan in het Duitse Rheindalen beschikt in vredestijd over tien parate divisies uit twaalf verschillende landen.
,,Wij hebben op papier de 50 000 man die de EU wil mobiliseren'', zegt de Belgische generaal. Maar de praktijk is anders. Er zal veel moeten gebeuren om kwaliteit en kwantiteit aan te passen aan de behoeften'', beseft Van den Bosch.
De EU presenteert haar voorstel voor een interventiemacht als een legodoos met militairen en (Navo)-materieel, waaruit voor een specifieke opdracht een leger kan worden samengesteld. Daarbij wordt dan rekening gehouden met de aard van de crisis en het mandaat van de VN-Veiligheidsraad.
Tegelijk spoort de Navo de Europese bondgenoten aan te investeren in mensen, opleiding en materieel. Volgens generaal Van den Bosch moet blijken of de Europese ambities niet te hoog zijn. ,,Je belandt al gauw in een technologische discussie. De kloof met Amerika op het gebied van defensie en bewapening is groot, terwijl je rekening moet houden met de nationale belangen op dat punt binnen Europa. De vraag is dan ook met welke opdracht de lidstaten van de Europese Unie na de top in Helsinki naar huis gaan.''
Specialisatie is een mogelijkheid om niet erg veel duurder uit te zijn. Maar dat heeft ook nadelen. Van den Bosch: ,,Stel je voor dat België zegt: wij verkopen onze F16's en wij gaan ons toeleggen op luchttransport. Is dat de bedoeling? Dat je geen tanks meer hebt, maar dat je die bijvoorbeeld bij de Duitsers leent? De keerzijde is dat je daarmee afhankelijk wordt van de ander.''
Van den Bosch trekt de lijn nog door. ,,Zijn de Europese landen bereid hun soevereiniteit op te geven of zelfs te komen tot één gemeenschappelijk Europees defensiebudget? Bewapening en uitrusting behoren nu tot de nationale verantwoordelijkheid.''
Veel vragen nog. Maar de voormalige bevelhebber van het Eurocorps ziet op den duur wel iets van de plannen komen: ,,Het feit dat president Chirac pleit voor een zo groot mogelijke openheid richting Navo en Amerikanen maakt het Europese project in beginsel voor alle partijen acceptabel.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.