*

 
dossier

Archief

'Ik vind het laf om daarmee naar buiten te komen, ja laf'

JOHAN WOLDENDORP − 21/01/97, 00:00

AMSTERDAM - Wanneer meneer Verbruggen slaapt, wordt hij liever niet wakker gemaakt. Het Franse sportdagblad L'Equipe kan enig cynisme niet verhullen wanneer het het weerwoord van de Nederlandse voorzitter van de Internationale wielrenunie (UCI) afdrukt, nadat het blad nogal had uitgepakt met het rapport - zeg maar rustig: aanklacht - van de Italiaanse onderzoeksrechter Sandro Donati.

Donati stelt in het lijvige dossier dat vooraanstaande mensen uit de medische wereld schatrijk zijn geworden van de lucratieve handel in erythropoïetine, kortweg EPO. Hij noemt ook namen: zijn door de wielersport groot geworden landgenoten Conconi en Ferrari, alsmede de Belgische arts Yvan Vanmol, die geneesheer is van de overwegend Italiaanse ploeg Mapei. De laatste heeft aangekondigd Donati voor de rechter te slepen. Conconi en Ferrari hullen zich tot op heden in een beklemmend stilzwijgen. En de bobo's? Die reageren zoals ze meestal plegen te reageren op ernstige, niet rechtstreekse beschuldigingen aan hun adres. Waar praten we eigenlijk over? Dat in L'Equipe en andere bladen (ex-)wielrenners als Graeme Obree en Gilles Delion verklaren dat hun sport kapot gaat aan de EPO - en als het niet de sport is, wel de beoefenaars - doet Verbruggen af als geneuzel van coureurs die aan het eind van hun carrière zijn gekomen. “Ik vind het laf daarmee naar buiten te komen. Ja laf, ik kan er geen ander woord voor vinden,” zegt hij letterlijk in L'Equipe.

Niemand zal Verbruggen verwijten dat hij geen werk maakt van de bestrijding van doping geduide middelen. Trots wijst hij op bijna iedere openbare gelegenheid op het grote aantal controles dat in de wielersport plaatsvindt; zeker als je dat afzet tegen andere 'dopingsporten' en takken van sport waar medici met droge ogen verklaren dat stimulantia in hun wereld een averechtse werking heeft. Maar Verbruggen bedient zich altijd van een typisch official-jargon. Wanneer de controles negatief zijn, is er van een probleem geen sprake meer. Waarna hij zich op zijn andere zij draait, in slaap valt en verder voorlopig niet gestoord wenst te worden.

Er zijn echter al te veel verhalen over de vernietigende werking van de synthetische bloeddoping (EPO) naar buiten gekomen. Vooral ook door bang geworden wielrenners zelf. Omdat de onrust toch groter is dan Verbruggen in een officiële, uiterst pissige reactie laat blijken, zit hij vrijdag in een hotel in Geneve rond de tafel met de ploegleiders en medici van de profstallen uit de eerste divisie, waartoe ook Rabo, TVM en de meeste Italiaanse formaties behoren. Het onderwerp van gesprek is het uitbannen van het uit de klauwen gierende EPO-gebruik. Het middel is in de dagelijkse praktijk (nog) niet in urinemonsters op te sporen. Althans, de coureur moet na afloop van de wedstrijd minstens een liter urine produceren. Via het bloed kan EPO wel worden aangetroffen. Tot op heden weigert de UCI op ethische gronden volgens die techniek controles uit te voeren. Mede op aandrang van veel renners ziet het er naar uit dat die morele bezwaren straks tot het verleden behoren. In dat geval heeft de internationale unie een nieuw wapen in de strijd tegen de doping, zo heeft Verbruggen al laten doorschemeren.

Het rapport van Donati is niet eens zozeer onthullend - allerlei vermoedens en publieke geheimen worden bevestigd - maar wel hard en schokkend. Met name Conconi, nota bene voorzitter van de medische commissie van de UCI, en Ferrari worden afgeschilderd als gewetensloze criminelen die rijk zijn geworden van de handel in EPO aan 'argeloze' wielrenners. Vanmol wordt aangewreven dat hij als medicus was verbonden aan de ploeg waarvoor de Poolse wielrenner Halupczok (wereldkampioen bij de amateurs in 1989) reed. Halupczok moest vanwege hartproblemen met fietsen stoppen en overleed vrij kort daarna tijdens een zaalvoetbaltoernooitje. Andere sterfgevallen in en naar aanleiding van het wielrennen in de laatste tien jaar worden eveneens in verband met hormonen en spierversterkers gebracht. Dokter Gerard Guillaume, ploegarts van de Franse junioren, stelt met zoveel woorden vast dat Bert Oosterbosch en Johannes Draaijer (overleden in respectievelijk 1989 en '90) het gebruik van “criminele producten” met hun leven moesten bekopen.

“Als het zo doorgaat, gaan er dooien vallen,” sprak oud-renner Steven Rooks op 16 november 1996 in Trouw. Hij wees in dat verband vooral op het onoordeelkundig en veelvuldig gebruik van stimulerende middelen als bijvoorbeeld EPO. “Er zijn er genoeg die maar wat aanprutsen. Dat gaat van kwaad tot erger. EPO maakt het bloed dikker. Een kleine hapering, en het is over.”

Donati komt in zijn rapportage met bizarre getuigenissen over een industrie in opbloei. In Pisa zette een apotheek in een half jaar tijd voor 150 000 gulden aan EPO om. Het is inmiddels qua omvang het vierde verkochte medicijn ter wereld, zij het dat het niet altijd voor geneeskrachtige doeleinden de weg naar de consument vindt. Daags voor de start van de Giro d'Italia in Athene circuleerde op het Apennijns schiereiland het gerucht dat een grote lading EPO naar Griekenland was verscheept. Via Brindisi zou de ongebruikte voorraad weer terugkomen in Italië. Een functionaris van het nationale Olympische comité zou er lucht van hebben gekregen dat de Italiaanse antidrug-brigade de zending wilde onderscheppen. De vracht maakte 'uit voorzorg' een lange omweg door Albanië, Montenegro en Kroatië en werd uiteindelijk in Noord-Italië 'ingeklaard'.

Donati refereert uitvoerig aan bijna-slachtoffers van het gebruik van EPO. Zo dreigde een nog actieve Italiaanse profwielrenner in 1993 te sterven, nadat zijn hartslag tot 25 per minuut was gedaald. Journalisten ontdekten bij toeval hoe om drie uur 's nachts in een kamer in het hotel waar zij logeerden, Italiaanse renners aan het infuus werden gelegd. In L'Equipe vertelt de inmiddels oud-coureur Nicolas Aubier dat schimmige personen er herhaaldelijk bij hem op aandrongen EPO-kuurtjes te volgen. Hij stopte omdat hij met die wereld niets meer te maken wil hebben. Slechts één collega liet weten daarvoor begrip op te kunnen brengen: Chris Boardman.

Delion stelt in dezelfde krant vast dat je zonder EPO een plaatsje in de top vijftig van het UCI-klassement kunt vergeten. Rooks draaide er in Trouw ook niet omheen. Puur met je talent kun je bepaalde uitslagen rijden. Ambieer je meer, dan moet je gebruiken. De prestatiecurve van Erik Breukink ging na de geruchtmakende intralipid-affaire in de Tour de France van 1991 niet voor niets omlaag. Hij wenste geen polonaise aan zijn lijf; hij wil, zo heeft hij zich wel eens laten ontvallen, zijn kinderen gezond groot zien worden.

Vrijdag praat Verbruggen met ploegleiders en -artsen. Het zou van de gekke zijn als de discussie daarna weer wegsterft. Eigenlijk is iedereen die zich in het wielerwereldje beweegt, mede schuldig aan het angstaanjagende dopinggebruik: de sponsors, de renners zelf, de officials, de organisatoren die steeds hogere fysieke eisen stellen en de media die de mallemolen steeds sneller laten ronddraaien. Over twee weken staat in Zuid-Frankrijk de eerste koers van het wegseizoen op het programma. Er zal wel weer een Italiaan winnen.

mailIcon print |