*

 
dossier

Archief

Documentaire verstoort zelfbeeld Israël

Door: redactie − 04/04/98, 00:00

TEL AVIV - Geen evenement ter ere van Israëls 50-jarige bestaan is zonder conflicten verlopen. Of het nu gaat om de inhoud, de plaats of de centen, er is steeds ruzie.

In Jeruzalem wordt dezer dagen, hoogst onverwacht, keihard gewerkt aan een overkapping van het stadion om daar aan het eind van de maand de feestelijke openingsceremonie te houden. Het feestje is onder zware druk van de burgemeester van Jeruzalem op het laatst van Tel Aviv naar Jeruzalem verhuisd. De zangeres Rita, die het volkslied moet zingen, stapte kwaad op omdat iedereen commentaar had op haar te hoge gage. Premier Netanjahoe moest haar persoonlijk ompraten. Ruzie over een prestigieuze documentaire, Tkoema (Herrijzenis), over de geschiedenis van Israël, was al helemaal onvermijdelijk. Het conflict is in volle gang.

Al tijdens de productie klonken er beschuldigingen over politieke inmenging en tendentieuze regie. Maar na drie jaar was eind vorige zomer de serie toch gereed. Vier miljoen dollar had het gekost: het meest ambitieuze project ooit door de Israëlische televisie ondernomen. In 22 hoofdstukken zou de kijker bijna een half jaar lang elke zondagavond de geschiedenis van Israël aan zich voorbij zien gaan. Met alle oorlogen, immigratiegolven, leiders, de vrede met Egypte, de kolonisten, Vrede-Nu, de Palestijnse opstand, tot en met de moord op Jitschak Rabin. De meeste Israëliërs gingen er van uit dat de serie de bekende beelden zou brengen, met de bekende teksten en het er al op school in gepompte geschiedverhaal. Het verhaal van idealistische Joodse pioniers, die naar een zo goed als leeg Palestina kwamen om daar hun eigen land op te bouwen. Het verhaal over 'de weinige Arabieren' die er woonden, die alleen maar baat zouden hebben bij het tot bloei brengen van het land. Het verhaal over de vredelievende Joden, die op de Arabische onwil stuitten, de agressie van de hele Arabische wereld over zich heen kregen en tegen hun wil oorlog moesten voeren. Kortom het verhaal van David tegen Goliath.

Minister van communicatie, Limor Livnat, vertelde onlangs dat zij zich werkelijk verheugd had op de serie. Ze had haar nog vrij jonge kinderen zondagavond voor de buis gezet. Nu, drie maanden later, laat ze haar kinderen niet meer kijken en eist ze dat de serie onmiddellijk gestopt wordt. Want 'Tkoema', 'herrijzenis', zoals de serie heet, is allesbehalve wat zij - en velen met haar - ervan hadden verwacht. “Ik ken geen ander normaal volk dat in een documentaire over zijn herrijzenis de tegenpartij in zo'n sympathiek licht stelt”, luidt de kritiek van de minister. Haar eigen ministerie heeft meebetaald aan de productie. De serie is nog niet gestopt, wel is de presentator inmiddels opgestapt, en ontvangen de programmamakers dreigbrieven van woedende kijkers.

In de serie komen niet alleen de Joodse 'helden' aan het woord. Ook de vijand, de Arabieren, mag zijn zegje doen. Al in een van de eerste afleveringen kreeg de traditioneel gangbare versie dat de Arabieren in 1948 waren gevlucht op aanraden van de Arabische landen 'om na de overwinning op de joden weer terug te keren' een behoorlijke knauw. Persoonlijke verhalen over uitzetting en verjaging door de Israëlische soldaten drongen de huiskamer binnen. Israëlische Arabieren vertelden hoe ze jarenlang hadden geleden onder de militaire repressie, hoe ze hun dorpen niet uit hadden gemogen zonder speciale vergunning, en hoe ze van hun landerijen beroofd waren.

De interne Israëlische verhoudingen bleven evenmin onberoerd: Joodse immigranten uit Arabische landen verhaalden hoe ze waren gediscrimineerd door 'westerse' Israëliërs.

De programmamakers kwamen onder vuur te liggen: dit was 'geschiedvervalsing'. Voor de nationalistische en rechtse Israëliërs betekent de serie de bevestiging van wat ze al wisten: de televisie is in handen van een linkse maffia die geen enkel respect heeft voor de eigen natie en altijd stem geeft aan de vijand. Ook de presentator, Joram Gaon, een zanger van het nationale lied, vond het welletjes en stapte op. In zijn ontslagbrief legde hij uit dat hij zich bij de eerste uitzendingen prima had gevoeld, het had hem teruggebracht naar zijn jeugdjaren. “Maar bij de afleveringen over de meest recente gebeurtenissen vind ik het moeilijk mijn gevoelens te onderdrukken.”

Wat voor Gaon de deur dicht deed, was het hoofdstuk dat aanstaande zondag uitgezonden wordt en nu al weken in alle praatprogramma's de decibellen tot ongekende hoogte voert. 'Biladi, biladi' (mijn vaderland) heet de aflevering, naar de woorden uit het Palestijnse volkslied. Het programma gaat over de Palestijnse terreur. En hoewel de uitzending nog niet geweest is, dreigen anonieme bellers de maakster van deze aflevering te zullen verbranden omdat zij de ''Palestijnse terreur verheerlijkt''.

Nog voor de serie begon vertelde regisseuse Roniet Weiss Berkovitz in een interview met de krant Ha'arets dat het haar duidelijk was dat zij de meest problematische aflevering toebedeeld had gekregen. “Ik was er op gebrand te proberen de emotionele en politieke drijfveren van de Palestijnse gewapende strijd te begrijpen.”

Weiss maakte gebruik van een ongekende bron: opnames van de PLO zelf die Israël in 1982 buit had gemaakt in het PLO-hoofdkwartier in Beiroet. Het is voor het eerst dat de Israëlische kijker ze ziet. Ze laat ook terroristen van weleer aan het woord. Zoals Bassam Aboe Sjarief, die ondermeer nauw betrokken was bij vliegtuigkapingen. Aboe Sjarief veroordeelt in de documentaire de moord op de Israëlische sportlieden bij de Olympische Spelen in München, in 1972. “Het was beter geweest om de Knesset aan te vallen. Sportlieden moet je niet vermoorden.”

De Palestijnen komen er uit als een goed georganiseerde vijand met durf, en dat past niet in het beeld dat vele Israeliers hebben, gewend als ze zijn Palestijnen te zien als bouwvakkers, schoonmakers en bordenwassers in restaurants. Net zo goed als de Israëliërs gewend zijn zichzelf alleen als slachtoffers van de terreur te zien. In de serie worden ze geconfronteerd worden met het leed aan Palestijnse zijde.

De discussie rond Tkoema weerspiegelt in vele opzichten een debat dat tot nu toe voornamelijk in academische kring, vooral door de historici, is gevoerd. De afgelopen jaren is een groep 'post-zionistische' historici vraagtekens gaan plaatsen bij de traditionele zionistische geschiedschrijving. Haast alle mythen pakken ze aan. Zo beschrijven ze Israëls founding father, David Ben Goerion, en premier Golda Meir als mensen die fouten hebben gemaakt. Ze beschuldigen hun ervan niet genoeg te hebben gedaan om Joden te redden tijdens de Tweede Wereldoorlog en verwijten hen kansen om vrede te stichten te hebben laten liggen.

Dat blijkt ook de lijn van Tkoema te zijn, tot ongenoegen en woede van degenen die zionisme en geen post-zionisme op het scherm willen. Velen vinden een dergelijke serie, bekostigd door de staat, allesbehalve geschikt als geschenk voor het jarige Israël. Maar de kijkcijfers varen er wel bij.

mailIcon print |