*

 
dossier

Archief

Vissen kunnen wak missen als kiespijn

Door: redactie − 16/01/97, 00:00

Van een onzer verslaggevers NIEUWEGEIN, HINDELOOPEN - De vissen hebben het nog best onder hun dertig centimeter dikke dak. Ook als het ijs nog weken blijft liggen, wat zelfs bij het huidige dooiweer best zou kunnen, krijgen ze niet te lijden van zuurstofgebrek.

“In het IJsselmeer is het watervolume zo groot, daar zit voldoende zuurstof in”, zegt binnenvisser Sipke Bootsma in Hindeloopen. En bij kleinere wateroppervlakken speelt het riet weer een belangijke rol om een voor hem belangrijke zoetwatersoort als de baars in leven te houden: “In de rietkragen zit geen vast ijs, daarlangs kan er nog zuurstof het water in.”

Ook J. Walder, voorlichter van de Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij, ziet geen problemen voor de baars, of voor de snoek en de ruisvoorn, waar de sportvisser nu door gaten op moet hengelen: “Dat hebben we eigenlijk geleerd van de strenge winter van vorig jaar. We hebben toen erg op vissterfte gelet en het is ons meegevallen. Als er al berichten over waren, dan was daar een andere oorzaak voor te vinden.”

Was dat vorig jaar dan iets nieuws voor de vissers, dat vissen er tegen kunnen als de winter in Nederland een echte is?

Walder: “Ja, want in de strenge winters van '62/'63 en '78/'79 gingen er veel vissen dood. We denken dat het verschil hem zit in de kwaliteit van het water en de bodem. Er is gewoon meer zuurstof. Ook is de controle op gierlozingen strenger geworden: toen gebeurde het nog veel vaker dat een boer zijn kans schoon zag en mest onder het ijs liet lopen.”

Organisch afval dat gaat rotten is namelijk een van de grootste vijanden van vissen onder een ijsdek: de bacteriƫn die voor het rotten zorgen, vragen zuurstof. Die wordt normaal gesproken geleverd door algen en door uitwisseling van zuurstof via het wateroppervlak. Die laatste zuurstofbron is nu geblokkeerd.

Walder: “Zeker wanneer de waterschappen alvast weer gingen malen, in afwachting van de grote hoeveelheden dooiwater die zouden gaan komen, werd zo'n partij gier over grote afstanden onder het ijs doorgetrokken, een spoor van vernietiging achterlatend. Rottend organisch afval op de bodem kan nu nog voor soortgelijke problemen zorgen, maar er wordt tegenwoordig redelijk op tijd gebaggerd, dus ook dat is geen groot probleem.

Echt nijpend zou het pas kunnen worden wanneer het weer opnieuw winters wordt en het gaat sneeuwen: dan wordt het donker onder het ijs en houden de algen op met de zuurstofproductie. Hoewel de vissen zich in de winter heel rustig houden en weinig zuurstof nodig hebben, zouden ze dan in ademnood kunnen komen.

Sneeuwruimen is dan een betere manier om ze te helpen dan bij voorbeeld een wak maken, aldus Walder. “Het hakken verontrust de vissen, waardoor ze actiever worden. Ze worden daarna wel naar het wak toegelokt, maar daar kunnen ze dan slachtoffer worden van aalscholvers, sommige soorten eenden en reigers. En al die watervogels in zo'n wak gaan daarin poepen en dat levert weer organisch afval op.”

Ook visser Bootsma laat de vissen de vissen, zo lang het IJsselmeer dicht ligt. Het is lastig, voor sommige vissers zelfs erg lastig, dat er een tijd lang niks verdiend wordt, maar in feite is zo'n lange winter een zegen: “Wij dreigen het water leeg te vissen en dan zie je dat de natuur dat weer voor ons corrigeert. Dat wij niet kunnen vissen is natuurlijk vreselijk goed voor de visstand. Straks in mei zijn er veel meer vissen die gaan paaien omdat wij nu die 210 000 pond in de week niet vangen. En wat ook erg mooi is: de aalscholvers kunnen er niet bij.”

mailIcon print |