*

 
dossier

Archief

Brabants Orkest komt niet aan ritmische roes in Bruckner toe muziek

FRANZ STRAATMAN − 06/06/94, 00:00

Nog in Den Bosch (morgen, Casino) en Gemert (9 juni, St Janskerk).

Het tweede deel, adagio, bouwde hij uit tot een breed lamento ter ere van Richard Wagner, die overleed toen Bruckner aan het adagio componeerde. De symfonie dankt haar faam aan dit adagio, een symfonie op zichzelf.

'Zeer plechtig en zeer langzaam' noteerde Bruckner er bij. Sakari voldeed met de grootst mogelijke consequentheid aan die karakteraanduiding. Maar hij moest hard werken om het orkest in de nuanceringen en verglijdende stemmingen mee te krijgen; het zwoegen in de violengroep op zowel de esthetische als technische kant van deze muziek maakte duidelijk dat het Brabants Orkest nog niet all-round is.

Die indruk had het in dit aflopende seizoen willen vestigen onder leiding van zijn chefdirigent Arpád Joó; met niet minder dan Strauss' 'Ein Heldenleben' werd het jaar geopend, en via Brahms, Liszt, Wagner, Mahler en Rachmaninof moest het glorieus eindigen met Bruckner. De blazersfanfares aan het slotstonden inderdaad kleurrijk en fier in de akoestisch goed opnemende ruimte van de Philipszaal, want de blazersgroepen in het orkest vormen het beste deel, met uitschieters als de fluitist José Cervera.

Het Bruckneriaanse uitroepteken werd echter niet opgewekt door Joó. Die moest in januari het veld ruimen, waarna het programma met snel gevonden invallers werd afgewerkt. Een van hen de 36-jarige Sakari, een van de vele talentvolle orkestleiders uit Finland. Hij zou een kanshebber kunnen zijn voor het chefschap vanwege de degelijkheid van zijn directie, en van zijn repeteren, gehoord het gedisciplineerde en goed afgewerkte resultaat in deze veeleisende Bruckner.

Uit de momenten van vervoering die hij overbracht, viel af te leiden dat Sakari een artistiek potentieel in zich heeft dat dit orkest ook goed kan gebruiken. Het zou vooral op de strijkers geprojecteerd moeten worden, want die zijn stijf in de expressie en vertoonden weinig soepelheid in ritmische figuren. Dit manco en een te slepend gekozen tempo maakten het derde deel, scherzo (zeer snel), veel te zwaarwichtig. Terwijl juist hier de ritmische roes zou moeten zegevieren die Bruckner (een fervent danser) beleefde.

mailIcon print |