De auteurs zijn respectievelijk hoofd en beleidsmedewerker van de sectie beleid van de Consumentenbond.
Wanneer we kijken naar de door dat ministerie uitgebrachte lijst met 60 wetten die mogelijk in aanmerking komen om te dereguleren, valt op dat er eigenlijk maar één motief aan ten grondslag ligt: lastenvermindering voor het bedrijfsleven. Een lofwaardig streven, maar een slag die niet te winnen is zonder bondgenoten.
Door op voorhand alleen het economische motief als leidraad naar voren te schuiven, worden andere zaken die toch niet voor niets ooit belangrijk gevonden zijn, terzijde geschoven. Daarmee wordt het moeilijk voor anderen om in deregulering hun eigen voordelen te onderkennen. De bescherming van consumenten en werknemers op het gebied van gezondheid en veiligheid en kwaliteitseisen aan goederen en diensten worden in feite ter discussie gesteld en misschien wel bedreigd.
Als we iets kunnen leren van anderen, bij voorbeeld Nieuw-Zeeland, die succesvol hebben weten te reguleren, is het wel dat je er goed aan doet zoveel mogelijk maatschappelijke actoren van het nut en het voordeel te overtuigen. Laat je dat na, dan worden inderdaad de loopgraven gegraven. Minister Wijers is al afgeschilderd als de olifant die door de spreekwoordelijke porseleinkast dendert.
Sociale werkelijkheid
Het lijkt ons goed eens over de gevestigde belangen heen te kijken naar de sociale werkelijkheid van alledag. Het kan geen kwaad de vraag stellen of deze georganiseerde belangen nog aansluiting vinden bij die alledaagse werkelijkheid. Of met andere woorden de sociologische en demografische veranderingen van de laatste decennia nog voldoende tot uiting komen in die georganiseerde belangen.
Kijken we bij voorbeeld terug naar het proces rond de laatste wijziging van de Winkelsluitingswet, die met dat oer-Hollandse compromis van een half uur erbij, dan kan men zich de vraag stellen of dat nu was waar de samenleving op zat te wachten. Wat dat aangaat is de huidige aanpak van minister Wijers hoopgevend te noemen. De overheid kijkt nu over de georganiseerde belangen heen naar die sociale werkelijkheid. Toch zal ook deze aanpak falen als niet voldoende bondgenoten gemobiliseerd kunnen worden en velen van het nut overtuigd zullen raken.
De indruk bestaat terecht of onterecht toch dat het kabinet vooral regels wil afschaffen. Maar zonder alternatief voor die spelregels is er geen eerlijke wedstrijd. Met minder regels kan het spel creatiever en dynamischer worden. Maar zonder regels dreigt het gevaar van vals spel of helemaal geen spel bij gebrek aan tegenstanders. Daarom blijven regels en een scheidsrechter noodzaak.
Welke economische orde men ook kiest, bepaalde spelregels zijn altijd nodig. Een keuze voor minder regels en meer marktwerking vraagt wel degelijk om waarborgen dat de markt het dan ook goed doet. Ooit hebben we de overheid instrumenten in handen gegeven omdat de markt faalde of hebben bestaande marktpartijen zelf nuttige regels opgesteld. Laten we nu niet omdat de overheid wellicht faalt of niet meer op haar taak berekend is, weer alleen maar voor de markt kiezen. Dan bestaat het gevaar dat we bij volgende kabinetten tot de conclusie moeten komen dat er weer meer overheidsregels nodig zijn.
Nieuw evenwicht
Het zou goed zijn nu eerst eens af te spreken het woord deregulering te vervangen door herregulering. Op die manier kan duidelijker over het voetlicht gebracht worden dat het niet alleen gaat om het afschaffen van regels, maar juist om het vinden van nieuwe die enerzijds een zeker evenwicht tussen de private en publieke verantwoordelijkheden weerspiegelen en anderzijds een efficiënte en eerlijke werking van de markt stimuleren.
Voor consumenten is met herregulering en marktwerking veel te winnen. Niet alleen op het terrein van flexibeler winkeltijden, maar bij voorbeeld ook van prikkels voor een betere dienstverlening door taxichauffeurs of advocaten. Voor beiden kan gesteld worden dat de verhouding tussen prijs en kwaliteit ver te zoeken is.
Echter meer marktwerking en herregulering kunnen als mogelijk paradoxaal gevolg hebben dat er machtsconcentraties of zelfs monopolies ontstaan. Zo goed als privatisering van publieke monopolies tot private monopolies kan leiden. Daarnaast heeft deregulering in de Verenigde Staten in een aantal sectoren juist geleid tot minder dienstverlening aan de consument. Daarom kan de overheid bij het proces van herregulering en marktwerking niet achterover leunen. Dat betekent dat de overheid tegelijk met haar pleidooi voor marktwerking en herregulering zou moeten aangeven hoe zij vervolgens denkt de markt te ordenen, waar het evenwicht tussen markt en publieke zaak komt te liggen.
Mededingingsbeleid
Naar onze mening vraagt dat van de overheid dat zij aangeeft of en hoe zij als scheidsrechter wil optreden bij marktfalen. Voor ons is herregulering dan ook onlosmakelijk verbonden met een keihard mededingingsbeleid. Dat vraagt bij voorbeeld in de nieuwe mededingingswet dat fusies en machtsconcentraties wel degelijk worden gecontroleerd en desnoods verboden.
Dat betekent in een aantal gevallen ook dat de overheid zelf bereid is haar scheidsrechtersrol af te staan aan werkelijk onafhankelijke toezicht- en controle-instanties, omdat zij zelf te veel partij op de markt is. Denk daarbij bij voorbeeld aan de sector van de telecommunicatie waar de overheid zelf grootaandeelhouder van de KPN is.
Zoals gezegd zien wij zeker voordelen van herregulering en marktwerking, maar zullen we steeds bezien of dit ook daadwerkelijk tot meer keuzevrijheid, lagere prijzen en betere dienstverlening voor de consument leidt. De overheid behoort daarbij ook in de toekomst een cruciale rol te spelen.
Het ministerie van economische zaken zou er goed aan doen zich wat meer te profileren als hoedster van het algemeen belang in plaats van als belangenbehartiger van het bedrijfsleven of de BV Nederland.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.