Van onze wetenschapsredactie AMSTERDAM - Moesten we de eer van kroon op de 'schepping' al met de chimpansee delen, sinds vandaag hebben we er een concurrent bij: een kraai. Op de eilanden van Nieuw-Caledonië vliegt een type rond dat gereedschap maakt.
Tal van dieren verstaan het gebruik van voorwerpen. Apen nemen een tak om mieren uit het nest te lokken en otters stenen om schalen stuk te slaan. Het gebruik van haken, een tak met een zijtak, leek typisch iets van mensen totdat chimpansees dit kunstje bleken toe te passen om onbereikbare takken van vijgebomen naar beneden te trekken.
De vervaardiging van gereedschap volgens een weloverwogen bouwplan reserveren we voor de mens, om te beginnen voor Homo habilis uit de vroege steentijd van een klein miljoen jaar geleden. Van de al daarvoor uitgestorven mensachtige Australopithecus wordt die handigheid betwijfeld. En kraaien dan zeker wel?
Het is even slikken bij wat de bioloog Gavin Hunt van de Massey university in Nieuw-Zeeland vandaag in het vakblad Nature meldt: kraaien die nauwgezet spullen vervaardigen voor de jacht op allerlei ongewervelde beestjes waar ze anders niet bij kunnen. De prooi zit dikwijls verborgen in boomgaten en dan schiet een snavel letterlijk tekort.
De kraaien hebben er wat op gevonden door takjes van een bepaald type schroefpalm af te breken en die zo uit te kleden dat een gehoekte twijg van gemiddeld zo'n vijftien centimeter overblijft. Daarmee reikt de kraai doorgaans ver genoeg in een hol en kan hij ook nog half een bochtje om. Dat is gereedschap 1. Verder ziet de kraai kans om een blad van de palm zodanig te bewerken, dat er een strookje rest waarvan de breedte naar het eind toe trapsgewijs afneemt. Gereedschap 2, een mooie punt om in de kieren te komen.
De kraaien van Nieuw-Caledonië fabriceren niet alleen verschillende werktuigjes, ze doen het ook vrijwel steeds op dezelfde manier. Volgens standaard lijkt het wel en dat is toch al te menselijk. Het mag haast cultuur heten, ware het niet dat Nature bij dit vermogen enkele kanttekeningen plaatst. Hoe komt de kraai namelijk zo ver: door vallen en opstaan of door er 'in de werkplaats' eens voor te gaan zitten?
Het is goed mogelijk dat de huisvesting van de prooi vaak dezelfde eisen stelt aan het gereedschap. Als de gaten in de bomen meestal eenzelfde vorm hebben komt de kraai er gewoon op goed geluk door genoeg twijgjes en bladeren af te rukken tot de hengel lang genoeg is. Hij hoeft geen 'idee' van vorm en lengte te hebben. Maar als de kraai op voorhand zijn spullen in orde maakt, voor de jacht uit, dan lijkt er wel een bouwplan in zijn hersenen te zitten.
Van chimpansees staat vast dat ze soms zo gepland te werk gaan. Maar in het geval van de kraaien is slechts van vier van de ruim driehonderd gevonden voorwerpen zeker dat ze vooraf zijn gemaakt. Dat is te weinig voor een boude conclusie. Wat wij standaardisering van gereedschap noemen vraagt trouwens, naast een bouwconcept, ook om een keuze tussen mogelijkheden: als binnen een populatie chimpansees een bepaalde stok goed bevalt, gebruiken ze alle dezelfde, ook al voldoen andere stokken net zo goed. Van dat sociale gedrag, echte cultuur, wil Nature de kraaien voorlopig nog niet verdenken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.