*

 
dossier

Archief

Dagelijkse dwang

RUUD VERDONCK − 04/04/98, 00:00

De televisie in Nederland bestaat dezer dagen 50 jaar. Een tamelijk vaag jubileum, dat ook niet opzichtig te Hilversum wordt gevierd: Nuis rijdt niet op een praalwagen door het dorp. Het is ook ongeveer als het herdenken van de bezorging in Nederland van de eerste afbeelding van een automobiel. Vanaf 18 maart 1948 was sprake van enkele, slechts door een handvol Philips-medewerkers te ontvangen, experimentele uitzendingen.

Drie jaar later bezaten amper 400 mensen een tv-toestel, maar vanaf toen was er ook al twee keer per week 's avonds een echte uitzending van een van de omroepverenigingen. Officieel wordt 1951 dan ook aangehouden als het beginjaar van de Nederlandse televisie.

Voorlopig wordt alleen maar de aankomst herdacht van de techniek, die behoorlijk was opgehouden door de Tweede Wereldoorlog. Als die datum van 1948 dan toch moet worden aangekruist, dan zou het zijn als introductiedatum van een medium dat de potentie bezat om de hele samenleving te veranderen. Het zal wel nooit beslist worden wat de afgelopen eeuw de meest ingrijpende vernieuwing was. De aankomst van elektriciteit in alle huizen, de explosie van de mobiliteit, een medische ontdekking, de televisie of misschien wel bij ons de goedkope volksijskast van Albert Heijn. Om maar enkele van de vele mogelijkheden te noemen.

Maar de televisie zal inderdaad in de meeste Top 10-lijstjes komen te staan. Want de televisie veranderde niet alleen het uitzicht op de omgeving, de televisie veranderde ook de manier van leven. Niet eens om wat er werd uitgezonden, maar omdát er werd uitgezonden. De radio had een aantal uitzendingen waar mensen weloverwogen naar luisterden. 'Heel Nederland' luisterde naar Wim Kan, de 'Bonte Dinsdagavondtrein' of de 'Familie Doorsnee'. Maar 'heel Nederland' zat niet aan bij 'het socialistisch strijdlied' of 'Moeders wil is wet'. En 'heel Nederland' zette niet 's avonds om zeven uur de radio aan en zat daar ingespannen bij te luisteren tot de laatste tonen van het Wilhelmus klonken.

Dat is het verschil met de televisie, die ook uitzendingen kende waar 'iedereen' naar keek, maar er na tientallen jaren nog steeds voor zorgt dat elke avond zo'n vijf miljoen mensen dik twee uur in elk geval naar hetzelfde soort apparaat zitten te kijken. (Want 'heel Nederland' mag dan wel kijken als Ajax de Europa Cup-finale speelt, in werkelijkheid kijken er dan nog geen vier miljoen). Aan één kant heeft de televisie het aantal mogelijkheden vergroot, aan de andere kant heeft het apparaat ook mogelijkheden verkleind. De dwangmatige aanwezigheid van een toestel dat altijd wel iets beters te bieden heeft dan het kijken naar een plukje voorbijtrekkende wolken, zorgt ervoor dat er ook gekeken wordt. Dankzij de wasmachine kregen vrouwen ineens uren (vrije) tijd, maar dat wilde niet zeggen dat vervolgens alle vrouwen die vrije tijd op dezelfde manier gingen benutten. De televisie zorgde ervoor dat mensen in de op allerlei manieren en dankzij allerlei vernuft verworven vrije tijd, juist wel allemaal hetzelfde gingen doen.

Dat duurt al een jaar of dertig. En dat is een veel grotere revolutie dan de mogelijkheid die het apparaat ook biedt om nu te zien wat op hetzelfde moment duizenden kilometers verderop gebeurt of, indien gewenst, vermaakt te worden door een herhaling van een uitzending met een ondertitelde, reeds jaren geleden overleden komiek. Of te genieten van schone kunsten.

Als er bij vijftig jaar televisie in Nederland iets herdacht moet worden, dan is dat het begin van de massale aanwezigheid van het dagelijks dwingende ontsnappingsapparaat.

Het kan geen toeval zijn dat deze herdenking samenvalt met het jubileum van 'Goede tijden, slechte tijden' dat aan de 1500ste uitzending toe is. Nog steeds kijken daar dagelijks bijna twee miljoen mensen naar, wat wij mogen vertalen als: iedereen kijkt naar GTST.

Ik kijk heel soms en dan lijkt me de revolutie van het apparaat dat televisie heet alleen maar wonderlijker.

mailIcon print |