Naam: E. Bijl, J. van der Vaart (foto) en G. van den Berg Bedijf: Brandweercorps Rotterdam Beslist over: brandweerlieden Benodigd diploma: minimaal niveau VBO-C
De werkelijkheid is net even anders. Stoer zijn helpt een aanstaande vuurbestrijder niet door de tests die hij moet doorstaan om zelfs maar aan de interne opleiding te mogen beginnen. En ben je eenmaal brandwacht, word je nog regelmatig fysiek getest. Bovendien moet je geestelijk bestand zijn tegen de minder heldhaftige kanten van het werk. Zoals dodelijke slachtoffers ontzetten na een ernstig ongeluk.
Er zijn verschillende wegen om het brandweerkorps binnen te komen: als vrijwilliger of als beroepskracht. Op de afdeling personeelszaken selecteren Elza Bijl, Julian van der Vaart en Gerrit van den Berg van de afdeling personeel en organisatie (P & O) de nieuwe brandwachten.
De selectie- en testprocedures maken geen onderscheid tussen aanstaande beroeps en vrijwilligers. Want, zo meent het korps, brand is brand.
De aanstaande brandwachten moeten minstens een VBO-c niveau diploma hebben. Hoger mag ook, dat is weer handig voor de doorstroom naar het middenkader. Ze moeten in Rotterdam wonen en geen oogafwijking hebben die sterker is dan plus of min anderhalf. Een (groot) rijbewijs of zwemdiploma mag later worden gehaald.
Maar diploma's zijn niet zo belangrijk. De selectie is vooral gebaseerd op motivatie, lichamelijke conditie en geestelijke stabiliteit. Die worden in verschillende fases op de proef gesteld.
Na de aanmelding volgt een gesprek met een personeelschef, een instructeur en een brandwacht. En daar vallen velen door de mand. “Ik noem het altijd het Femina-effect”, vertelt Gerrit van den Berg. “Op de Femina-beurs ziet het apparaat er leuk uit, maar thuis heb je geen idee hoe het werkt. Zo gaat dat ook bij de brandweer. Veel mensen komen enthousiast hier, maar hebben geen idee wat we doen. Dat is opmerkelijk. Brandwacht zijn is meer dan een vak, het is een roeping. Maar van het beeld van de mannelijke Florence Nightingale willen we af. Dat kunnen ook vrouwen zijn trouwens.”
P & O'er Elza Bijl noemt haar selectie - criteria 'wat dubbel'. “Ze moeten actief èn bedachtzaam zijn. Eerst denken dan doen, maar niet bang zijn en direct aanpakken.”
“Als de bel gaat, moet - ie denken: 'O, o, iemand is in gevaar”', beschrijft Julian van der Vaart het profiel van de ideale brandwacht. “Ik vraag altijd of het thuisfront achter de keuze voor het vak staat. Je bent tenslotte 24 uur van huis en je begeeft je in gevaarlijke situaties. Verder kun je aan bepaalde hobbies en sporten aflezen of iemand graag alleen of in een groep werkt. We zijn niet op zoek naar atleten of spierbundels. Met enkel sportiviteit red je het niet.”
“Ik zet vraagtekens bij mensen die denken dat ze het werk makkelijk aankunnen. Macho - figuren mogen meteen weer vertrekken. Ik zoek doorzettingsvermogen”, benadrukt Van der Vaart. “Wanneer alle drie de leden van de selectie - commissie twijfelen, valt de kandidaat af”, zegt Bijl.
Een batterij aan tests volgt voor de kandidaten die door mogen naar de tweede ronde. De Coopertest meet de conditie van de kandidaten. Minimaal 2400 meter binnen twaalf minuten moeten ze rennen, meer is altijd beter. Het komt voor dat de helft afvalt, het komt ook voor dat iedereen er doorheen fietst. “Het is treurig gesteld met de lichamelijke conditie in Nederland”, is Van den Bergs commentaar.
Bij de sporttest - een stormbaan in het klein - telt voor de commissie meer dan alleen sportiviteit. Zoals gezegd: atleten worden niet gezocht. De kandidaten krijgen een groepsopdracht: met vier personen vijf grote objecten over een circuit vervoeren. Wie helpt wie. Samenwerking is een sleutelwoord, want de beroeps-brandwachten moeten het op de kazerne straks 24 uur met elkaar kunnen uithouden. Vrijwilligers 12 uur.
Natuurlijk is er ook een brandweertest: klimmen en hijsen. Een dertig meter hoge ladder beklimmen èn weer terug. Vier verdiepingen in een gebouw omhoog rennen met een pak aan, perslucht op de rug, een slang onder de arm en een spuitstuk in de hand. Alles bij elkaar weegt dat zo'n 25 kilo. Boven aangekomen moeten ze een zware zak omhoog hijsen, dan snel weer terug. En dit alles drie keer.
“En dan te bedenken dat het gebouw nog niet eens in brand staat”, merkt Van den Berg droogjes op.
Om de paniekdrempel van de kandidaten te testen is er de claustrofobie - test. Geblindeerd en met een zuurstofmasker voor moeten ze door een kruipdoor-sluipdoor-parcours. Over ladders met schuine sporten, langs gaten in de vloer moeten ze na een korte aanwijzing hun weg vinden. Dat duurt gemiddeld een half uur. “Wanneer je in een brandend huis komt, vol rook, zie je ook niet waar je kunt lopen”, redeneert Van den Berg.
Dan nog door een tunnel van ruim een halve meter hoog waar ze doorheen moeten. Ontsnappen is mogelijk. Maar dan is het direct afgelopen, einde oefening. Ook als iemand probeert z'n masker af te doen, of er zelfs maar naar wijst, is het over.
“Je brengt namelijk niet alleen jezelf, maar ook je maat in gevaar”, zegt Bijl over de strenge regels. “Je wordt getest zoals het in de praktijk ook gaat. Het is niet om te pesten”, verduidelijkt Van der Vaart.
Een zwemdiploma is niet verplicht, maar watervrees is uit den boze. Dus volgt de zwemtest, als laatste fysieke test.
Hoe zwaar al deze beproevingen ook lijken; het kaf is nog niet van het koren gescheiden. Nog steeds kunnen er fakers tussen zitten, die doen alsof.
Het scherpe oog van een psycholoog moet de geschikten er uit pikken. Want het instinct van een goede brandwacht zit tussen de oren. Een hele dag wordt de evenwichtigheid van de kandidaten beproefd. Na een test op VBO - c niveau volgt een hele rits persoonlijke vragen. Niet alleen de antwoorden, maar ook de geestelijke stabiliteit telt mee.
De gebruikelijke medische keuring door een arts, waar onder andere moet worden gefietst, en de verklaring van gedrag - of je geen strafblad hebt - ronden de selectieprocedure af.
Slechts één op de tien mag uiteindelijk beginnen aan de interne opleiding tot aspirant - brandwacht. En zelfs dan is een plaats binnen het korps niet zeker.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.