*

 
dossier

Archief

Ook de Iljoesjin, Ruslands trots, heeft westerse motoren

Door: redactie − 26/08/95, 00:00

Van onze correspondent ZJOEKOVSKI - Met donderend geraas scheuren vervaarlijk ogende MiGs en Soechois de lucht aan flarden. Het publiek klapt en via de luidsprekers wordt bevestigd wat de mensen al dachten: “Hierop kan Rusland trots zijn.”

Op de internationale luchtvaartshow op het tot voor enkele jaren supergeheime vliegveld in het plaatsje Zjoekovski laat Rusland zien dat het in de lucht nog altijd wat waard is. Terwijl de rest van de Sovjet-erfenis langzaam maar zeker vervalt, proberen de Russische vliegtuigfabrieken manmoedig het hoofd rechtop te houden. Toch zijn de glanzendste presentaties op de Russische show van westerse makelij. Westeuropese en Amerikaanse fabrikanten dringen vooral met motoren en elektronica de Russische vliegtuigindustrie binnen.

De commentator van de show probeert de moed erin te houden. “Als ik de beste auto mag kiezen, dan neem ik een Lincoln. Maar als beste vliegtuig neem ik deze Iljoesjin-96M”, roept hij uit terwijl een zwaar passagiersvliegtuig vlak boven de startbaan van Zjoekovski voorzichtig capriolen uithaalt. Vergeleken met de duizelingwekkend acrobatische MiGs is de Iljoesjin-96 een dikke ballerina op leeftijd, die met haar gratie toch bewondering weet te oogsten. De Iljoesjin laat zien wat de Russische vliegtuigbouw nog vermag, al zijn het westerse motoren die haar vooruit duwen.

Nieuwe modellen en varianten blijven komen van de tekentafels in ontwerpbureaus van Iljoesjin, Antonov, Jakovlev, Mikojan en Soechoi, om de grootste namen van de Sovjet-luchtvaart te noemen. Maar het blijft de vraag of alle bouwplannen ooit werkelijkheid zullen worden en of er ook kopers zullen zijn.

De show op Zjoekovski moet dezer dagen die klanten aantrekken. Op persconferenties maken producenten dagelijks vele nieuwe projecten bekend, maar op vragen of er al klanten zijn is het antwoord steevast: “Dat is nog een probleem”, of “Daar zijn we hard mee bezig”, of nog vager “Dat hangt van de toekomst af”.

Neem fabrikant Sokol in de stad Nizjni Novgorod. Dit bedrijf is een van de bouwers van MiG-gevechtsvliegtuigen, maar het heeft na het wegvallen van de Sovjet-opdrachten hard gewerkt aan alternatieven. Na vijftig jaar gewerkt te hebben voor de topontwerpers van MiG zegt Sokol-directeur Pomolov nu bescheiden: “We hebben de afgelopen jaren veel moeten leren. Het werken voor de markt is heel wat anders dan het bouwen van militaire vliegtuigen voor de Sovjet-Unie. We hebben veel problemen gehad. Maar het collectief van onze fabriek heeft na veel inspanningen nieuwe wegen gevonden.”

Nog altijd komen er MiGs uit de fabriek, maar alleen als buitenlanders ze hebben gekocht. Moskou heeft geen geld. Directeur Pomolov hoopt nu op India, dat land overweegt een modernisering van de MiG-21 (een type van de jaren vijftig) aan te schaffen. Tegenwoordig maakt Sokol ook luchtkussenvoertuigen (ook te gebruiken op ijs- en sneeuwvlakten) en zespersoons turboprop-vliegtuigjes met de naam Gzhel.

Die Gzhel is ideaal voor de Russische zakenman, denkt Pomolov. Het ding vliegt hoog en snel, en kan op provisorische baantjes landen. Dat is vooral handig op het vlakke land van Rusland waar de wegen slecht zijn. Maar de Russische zakenman staat nog niet te dringen aan de poort van Sokol, erkent de directeur. “Alles hangt af van de toekomstige economie”, zegt Pomolov. “Als die goed zal zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat we de Gzhel kunnen verkopen.”

Zijn vertrouwen lijkt echter niet gebaseerd op enig marktonderzoek. Ook in de luchtvaartindustrie wreekt zich de karakteristiek van de Sovjet-economie dat de produktie boven alles gaat. Als de fabrieken maar op “volle toeren” draaiden, als het “produktieplan” maar werd gehaald of liever nog “voorbij gestreefd”,dan waren er verder geen zorgen. Via de staatskanalen kwam de produktie wel ergens terecht waar er geacht werd behoefte aan te zijn. In het nieuwe Rusland werken die kanalen niet meer.

Een andere trots van de Sovjet-luchtvaart, instrumentenmaker Aviapribor, een gigant met duizenden werknemers die weinig meer te doen hebben, probeert in samenwerking met het Duitse Dasa (het moederbedrijf van Fokker) een toekomst te vinden.

In Rusland is nauwelijks een vliegtuig te vinden dat geen enkel onderdeel uit de fabrieken van Aviapribor bevat, al is het maar een eenvoudige hoogte- of snelheidsmeter. Maar die Russische klandizie is verdwenen. De honderden afzonderlijke bedrijfjes die zijn voortgekomen uit de versplinterde luchtvaartmaatschappij Aeroflot, hebben geen geld voor nieuwe spullen. De weinige vliegbedrijven die wel kunnen investeren, kopen navigatie- en besturingsapparatuur in het westen. Dat zit vol microprocessors, een zwak punt van de Russen die uitmunten in kloeke mechanica.

Het lijkt erop dat Dasa en Aviapribor elk een andere kant opkijken in hun samenwerking. De Duitsers lijken vooral belangstelling te hebben voor afzet van hun elektronica via Aviapribor in Rusland, waar wellicht ooit zelfs vrachtwagens hun positie in het uitgestrekte land zullen bepalen aan de hand van Dasa's satellietsysteem. De Russen daarentegen, hopen via Dasa een weg naar exportmarkten te vinden.

Voorlopig biedt de samenwerking met de Duitsers weinig soelaas voor de duizenden werknemers in de zes fabrieken en vier ontwerpbureaus van Aviapribor. Die industriĆ«le reus lijdt onder zijn eigen Sovjet-formaat. Het is veel te moeilijk en te duur om buitenlandse certificaten van deugdelijkheid te krijgen voor apparatuur die afkomstig is uit zulke onoverzichtelijke fabrieken. Daarom is er een nieuw fabriekje opgezet, onder de naam Davia, waar alleen de beste specialisten van Aviapribor werk zullen vinden bij het in elkaar zetten van geïmporteerde Dasa-onderdelen.

“We moeten op veel kleinere schaal leren denken dan we gewend waren in de tijd dat wij de leverancier waren voor heel de Sovjet-Unie en onze bevriende landen”, zegt Vladimir Smirnov, de Rus die naast de Duitse directeur van Davia is gezet. “We hopen de praktijk van het marktdenken van Dasa te leren en natuurlijk ook de technologie, terwijl de Duitsers van ons goed personeel, gebouwen en installaties krijgen. Het al niet eenvoudig worden, maar ik blijf denken dat Rusland in de luchtvaart een grote mogendheid blijft.”

mailIcon print |