AMSTERDAM - Van Rudi Fuchs is bekend dat hij de vaste collectie van zijn Stedelijk Museum in het beleid een minstens even belangrijke plaats wil geven als de wisseltentoonstellingen. Zijn besluit om straks, na voltooiing van de nieuwbouw, de gehele oudbouw van het museum voor het eigen bezit te bestemmen, lag dan ook voor de hand. Om te laten zien wat de mogelijkheden zijn die het museum aan de permanente collectie te bieden heeft, is nu het hele gebouw ingericht met eigen bezit. Dat gebeurt andermaal, want de plannen voor de nieuwbouw die er nu eindelijk lijkt te komen, dateren al van vele jaren her. En Fuchs liet eerder zien wat hij met de eigen collectie wil.
Een herhaling van zetten derhalve? Het lijkt er op, maar deze nieuwe presentatie is toch net anders. Fuchs is, maar dat is ook niets nieuws, altijd geporteerd van een associatieve kijkwijze. Toon kunst zodanig dat ze verbanden legt tussen verschillende manieren van kijken, zodat zij de kijker opnieuw leert kijken. Bovenal wil Fuchs dat er met aandacht wordt gekeken, dat de kijker er tijd voor uittrekt. 'Zappen', ook in de museale wereld geen onbekend fenomeen, is voor Fuchs een vloek. Hij wil dat de kunst met respect wordt bejegend. Kunst is geen bamibal die even lekker is weg te happen.
Met zijn associatieve wijze van exposeren is de presentatie van de vaste collectie al bijvoorbaat geen gemakkelijk kijkshow. Je mag dan tal van favorieten zien (De Kooning, Kandinsky, Mondriaan, Vedova, Scholte om er een paar te noemen) die regelmatig de muren van het Stedelijk halen, in de context waarin ze nu te zien zijn, worden tal van vragen opgeroepen. Dat wordt bewust gedaan. Niet om na te denken over hun bestaansrecht,maar om er achter te komen wat de beweegredenen zijn hoe en waarom ze zijn gemaakt.
Fuchs stelt overigens heel cryptische vragen. Neem de zaal waarin het met werken van Mulders, Lüpertz, Vedova, Appel, Constant en Schnabel nogal kabalerig is. Het gaat in die ruimte om 'veel', de zwaarte van het bestaan wordt je hier aangereikt. Zaken als huid, oppervlak zijn even belangrijk als historie en religie, zaken die op zich weinig met elkaar te maken hebben. Maar Fuchs' wijze van associëren is zo onnavolgbaar dat je in deze ruimte moeiteloos zelf werken zou kunnen bedenken.
Minder gelaagd kan ook: in een zaal waarin een marmeren kop van Giacometti wordt geflankeerd door Schoonhoven, Ryman, Akkerman, Matisse en Braque, is het onderlinge onderscheid terug te voeren op monochromie versus veelkleurigheid. Matisse wordt daarmee niet getoond als kleurvernieuwer, maar botst in vorm op de fragiliteit van Giacometti, het minimale van Akkerman en de gecompliceerdheid van Braque.
En het kan nog eenduidiger: de weinig in het Stedelijk geëxposeerde Kenny Scharf (typisch Californische pop art) laat een voorstelling van vrolijk door elkaar opgehangen voorwerpjes met een triviale achtergrond zien, die gecombineerd wordt met een abstracte voorstelling van Sigmar Polke. Transparantie is het sleutelwoord in deze zaal, waar ook Rothenberg, Birza en Warhol hangen.
Het aantal ideeën dat je op deze manier uitkiest, is legio. Toch blijkt er aan al het associëren een eind te komen. Beperkingen worden opgelegd door de kwaliteit van de collectie. Er zitten in het voor-oorlogse deel nogal wat zwakke steeën. Opvallend is het ontbreken van het kubisme, van Picasso en Braque uit deze periode. Ja, wordt gezegd, het Stedelijk zit toch in Malevitsj, vlak die uitstekende Kandinsky ook niet uit - maar dat kan toch niet verhelen dat de aanzet tot de vorming van de moderne kunst ontbreekt.
Het ontbreken van de nieuwe zakelijkheid (alleen aanwezig door Charley Toorop) en het magisch realisme is overkomelijk, maar ronduit pijnlijk is het gemis van Beuys, die overal wel eens is verzameld, maar nooit in het Stedelijk. Dat zegt veel over het aankoopbeleid in het verleden, maar het blijft een omissie waarin eens eindelijk moet worden voorzien.
Welk werk ook van Beuys zal worden aangekocht, het verdient zeker een plaats in de Erezaal. Fuchs wil daar in de toekomst Cobra-schilders hangen. Als bewijs dat Nederland in Cobra zijn belangrijkste na-oorlogse vernieuwingsbeweging heeft gevonden. Met die opvatting is niets mis, maar het blijft twijfelachtig of dit nu echt het summum van het museum is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.