De economie zal geen recessie meer kennen en alleen nog maar groeien, menen aanhangers van de Nieuwe Economie. De Informatie- en communicatietechnologie zou de schommelingen egaliseren. Minister Jorritsma gelooft er niets van.
Gaat Nederland in navolging van de Verenigde Staten een periode van louter economische voorspoed tegemoet? Behoren recessies tot het verleden en zijn er inderdaad tekenen dat op de golven van de technologische revolutie een nieuw soort economie aan het ontstaan is?
De uit Amerika overgewaaide theorie van de Nieuwe Economie wint ook in Nederland snel terrein. D66-fractievoorzitter De Graaf riep onlangs zelfs op om het regeerakkoord van Paars II open te breken of in ieder geval aan te vullen, als de economie ook volgend jaar nog zo gestaag blijft groeien. Zijn PvdA-collega Melkert is al even optimistisch over de mogelijkheid om extra te investeren in zorg en onderwijs.
Maar minister Jorritsma van Economische Zaken trapt hard op de rem. De vice-premier van VVD-huize gelooft niet in een economie die vanaf nu alleen maar de lijn omhoog zal volgen, als gevolg van de razendsnelle ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie (ICT). ,,De feiten wijzen er nog niet op en het valt zelfs te bezien of het ooit zover komt.''
Jorritsma ziet ook dat Nederland al vijf jaar een periode kent van meer dan drie procent economische groei, een almaar dalende werkloosheid en een lage inflatie. Toch is dat gegeven volgens haar niet echt uniek. Begin jaren zeventig kende ons land een gemiddelde groei van 4,5 procent per jaar. De huidige hoogconjuctuur is volgens haar veel eerder het gevolg van een een gematigde loonontwikkeling, de herziening in de sociale zekerheid, de geslaagde sanering van de overheidsfinanciën en gerichte pogingen om het bedrijfsleven flexibeler en concurrerender te maken.
Jorritsma ziet wel de grote mogelijkheden van de ICT-sector. ,,De nieuwe technologie biedt enorme kansen voor het bedrijfsleven, omdat daardoor de productiviteit enorm kan stijgen. Maar dat geldt niet voor iedereen. Ik zie niet dat een kapper, een verpleegkundige of een ober daar nou zo enorm van ICT kan profiteren. De kans op hogere productiviteit geldt slechts voor delen van het bedrijfsleven.''
De VVD-minister erkent ook dat ICT de wind mee heeft. In de VS groeit de sector zelfs met 42 procent per jaar. Maar juist die explosieve stijging vertekent volgens Jorritsma het beeld. Aangezien zelfs in de VS de informatietechnologie iets meer dan een procent van de economie uitmaakt, is de conclusie gerechtvaardigd dat de andere bedrijfstakken slechts heel weinig of helemaal niet zijn gegroeid.
Dat de nieuwe technologie voor aanzienlijk grotere stabiliteit zou zorgen, gaat haar dan ook veel te ver. ,,We blijven economische schommelingen houden. Een politieke crisis kan een land zo weer in een recessie brengen. Zie de schommelingen van de laatste jaren als gevolg van de crises in Azië en Brazilië. Wel is het opvallend dat die landen zich veel sneller uit het dal wisten te worstelen dan iedereen had verwacht.''
Om die reden was het afgelopen jaar voor de Nederlandse politiek ook zo verwarrend. Het Centraal Planbureau stelde de groeiverwachtingen in het najaar van 1998 fors naar beneden bij, om in '99 weer steeds optimistischer te worden. Jorritsma: ,,Wij hielden vorig jaar nog rekening met een langdurige dip. De olieprijs was op een dieptepunt en de crises elders in de wereld zouden ook effect hebben op de wereldhandel. Dat dit niet is gebeurd, is vooral te danken aan het verstandige beleid in landen als Zuid-Korea en Brazilië en aan de adequate steun-operaties van het IMF en de Wereldbank. Een Nieuwe Economie heeft daar niets mee te maken.''
Jorritsma wil anderen ondertussen niet verbieden te dagdromen. De Graaf en Melkert mogen van Jorritsma ,,best nadenken'' over wat er allemaal mogelijk is als de hoge economische groei aanhoudt of zelfs extra aantrekt en het financieringstekort van de overheid reeds in 2000 is weggesmolten. ,,Het is niet meer automatisch zo dat er na zeven vette jaren altijd zeven magere jaren moeten komen.'' Maar realistisch zijn de mijmeringen van de coalitiepartners vooralsnog niet, zo meent de liberale vice-premier.
Zij verwijst daarbij, net zoals premier Kok eerder, naar regeerakkoord van Paars II. Daarin wordt aangenomen dat het financieringstekort pas aan het einde van de huidige kabinetsperiode is weggewerkt. Tot die tijd geldt de keiharde afspraak dat inkomstenmeevallers uitsluitend worden gebruikt voor lastenverlichting en vermindering van het financieringstekort.
Jorritsma: ,,Begrotingsevenwicht komt waarschijnlijk pas in zicht bij een constante economische groei van 3 procent tot 2002. In het behoedzame scenario van het regeerakkord gaan we uit van een gemiddelde groei van 2,25. Wat dat betreft is er heel weinig veranderd ten opzichte van de situatie vorig jaar. Melkert kan zijn tekst voor de algemene beschouwingen van toen zo weer tevoorschijn halen.''
Jorritsma erkent dat de economische werkelijkheid sinds het aantreden van Paars ieder jaar weer gunstiger uitpakt dan de voorzichtige minister Zalm van financiën tevoren had aangenomen. ,,Maar stel nu dat het CPB gelijk krijgt en het tekort in 2000 inderdaad op een luttele 0,2 procent uitkomt. Dan nog loopt het het jaar daarna weer op vanwege de vijf miljard gulden aan lastenverlichting die wij inzetten als 'smeergeld' bij de grote belastinghervorming. Als ik de eerste politieke reacties op het belastingplan zo eens op mij in laat werken - inclusief de roep om nog iets extra's te doen voor de middeninkomens -kan dat effect in de praktijk zelfs nog forser zijn wij nu al voorzien. Het is dus alleen maar verstandig van het kabinet dat het voor deze wensen wat geld spaart.''
Praten over een toekomst met begrotingsoverschotten is volgens Jorritsma kortom ,,meer iets voor de onderhandelingen over het volgende regeerakkoord''. Ook de afgesproken lastenverlichting staat wat haar betreft niet ter discussie. De kritiek van de oppositie, die meent dat dit instrument zo langzamerhand vooral de consumptie aanwakkert en nauwelijks meer helpt in de strijd tegen de werkloosheid, legt zij naast zich neer.
,,Het kabinet heeft niet voor niets besloten om volgend jaar het arbeidskostenforfait te verhogen, het fiscale extraatje voor werkenden. Daarmee vergroot je het aanbod van arbeid, omdat je mensen een extra prikkel geeft om actief te worden op de arbeidsmarkt. Niet alleen vrouwen, maar ook mensen met een uitkering. Daarnaast nodigt zo'n maatregel sociale partners uit om gematigde loonafspraken te maken.''
In kringen van werknemers en werkgevers klinkt steeds meer het geluid dat de natuurlijke grens van het arbeidsaanbod zo'n beetje in zicht is. ,,Dat is een schande'', reageert Jorritsma fel. ,,Dat zou betekenen dat je een groot deel van de 1,6 miljoen inactieven laat zitten. Terwijl we juist nu alles uit de kast moeten trekken. Natuurlijk kost het meer inspanning om moeilijk bemiddelbare mensen aan de slag te krijgen. Je zult meer moeten doen, via scholing, bemiddeling op de arbeidsmarkt en andere maatregelen. Maar niemand gelooft toch dat van de 900 000 WAO'ers niemand meer zou kunnen werken? Misschien niet meer in hun oude baan, maar in veel gevallen wel in een andere.''
Jorritsma gaat ondertussen onvervaard door met het stimuleren van de ICT-sector. ,,ICT kan in ander bedrijfstakken zeker nog bijdragen aan meer groei. Sterker nog: het is voor bedrijven een absolute voorwaarde om te kunnen blijven concurreren. De retailhandel bijvoorbeeld zal echt een tandje bij moeten zetten. Ik vrees het ergste voor de boekhandels als die het internet als verkoopkanaal blijven mijden. Nu nu al blijkt 36 procent van de Nederlandse gebruikers van internet ook daadwerkelijk aankopen via dit medium te doen. En dat percentage neemt alleen maar toe. Ik heb het zelf nog niet gedaan, maar mijn collega Monique de Vries - staatssecretaris van verkeer en waterstaat - koopt haar boeken meestal via de computer. ''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.