*

 
dossier

Archief

'Ik zoek emotionele diepgang in omgang met mensen'

JOHAN WOLDENDORP − 06/01/96, 00:00

KIJKDUIN - Met de Nederlandse allroundkampioenschappen begint het schaatsseizoen vandaag pas echt. In hoog tempo volgen de titeltoernooien elkaar op: EK in Heerenveen, WK in Inzell en dan half maart als sluitstuk ook nog de mondiale afstandskampioenschappen in Hamar. Dit alles ingebed in nog tal van andere, min of meer aansprekende wedstrijden.

Van de klassementsproeven is die van dit weekeinde op de Haagse Uithof wellicht de spannendste en boeiendste. De zesde man van de kernploeg zou zich over twee weken in Heerenveen waarschijnlijk ook bij de eerste tien scharen, ware het niet dat de KNSB dan slechts drie rijders mag afvaardigen. De man met het startpistool telt af, tot hedenochtend klokke elf het uur U slaat. Henk Gemser, sinds juli vorig jaar bondscoach allround en lange afstanden bij de mannen, heeft er, in emotionele zin, al bijna een heel seizoen opzitten. Ogenschijnlijk niets bleef de vrijgestelde CIOS-docent bespaard. Hij kon pas laat - de zomertraining had al lang en breed moeten beginnen - met zijn werk aanvangen, zag vervolgens met lede ogen Europees en wereldkampioen Rintje Ritsma uit zijn midden vertrekken, was ongewild partij in een kneuterig juridisch steekspel over sponsorkleding en pleitte, hoe uniek, namens de bondscoaches voor de verkiezing van het alternatieve bestuur (met Ard Schenk in plaats van Jan Charisius op de post technische zaken) op de tumultueuze jaarvergadering van de bond, een maand geleden in Amersfoort. De bestuursverkiezing moet trouwens nog steeds plaatsvinden. Om in de gekte van de natuurijswinter 1995-'96 te blijven: Gemser moet veel klûnen om nog een beetje te kunnen schaatsen.

De rellen in de soresbond doen er nu even niet toe. “We nemen een radiostilte in acht,” zegt Gemser. “Wat we vonden, hebben we al gezegd. Door dat te herhalen gooien we alleen maar olie op het vuur. Mijn bestaansrecht zijn de prestaties op de ijsbaan.” En dat, zo laat hij merken, vergt al genoeg van een coach.

Het is een stralend zonnige vrijdagmiddag in Kijkduin. Het verstilde leven van een badplaats in de winter ontvouwt zich in al zijn gezapigheid. Een glinsterende zee rolt vredig richting strand, waarop een hooggekraagde enkeling zijn hond uitlaat. Kernploegjongens en -meisjes verlaten in een gelukzalige harmonie het hotel voor een verfrissende wandeling. “Leuk hè,” onderbreekt Gemser het gesprek. “Daar geniet ik van. Hoe die met elkaar optrekken.”

“Tijden onthoud ik niet, de precieze rangorde in de wedstrijden ook niet,” haakt hij er op in. “Ik weet ongeveer hoe het zit, maar ik ben niet iemand als Martin Hersman die exact, met tussentijden, de opbouw van zijn vijf kilometerrace kan oplepelen.”

De intense beleving van het werken met topsporters, daaraan ontleent de Fries zijn motivatie. “Niet aan het feit dat ik een pagina in Trouw vul, of ik dat ik gedurende een aantal minuten op televisie kom. Omdat Herbert Dijkstra (tv-commentator bij de NOS - red.) een oud-pupil van me is, lever ik graag een halve schaatsdag in omdat hij dan mooie beelden kan maken, maar het begint bij het eigenbelang. En hoe zorgelijk ik ook de wijze vind waarop de KNSB zich presenteert, het eigenbelang was van een dusdanige omvang dat ik toch weer ja zei, toen de bond met de helicopter over Nederland vloog en bij mij neerstreek.”

Het plezier in het werk, dat is bijvoorbeeld een door en door hartverwarmende conversatie met Jeroen Straathof of willekeurig welk kernploeglid. “Weet je wat ik tot dusver in dit seizoen een hoogtepunt vond? Het mooie gesprek dat ik met Jeroen heb gehad, pal na zijn wereldbekerwedstrijd in Berlijn. Het was leeg in de hal. Monteurs hadden de elektronische tijdwaarneming al weggehaald. Het was een aftakelend evenement. In die desolate ambiance hebben Jeroen en ik nog drie kwartier op de binnenbaan geschaatst en intens gepraat over de manier waarop hij zijn sport beleeft. Daar ben ik zijn geschiedenis tegengekomen. Door zijn kwetsbare kanten te tonen, schonk hij mij zijn vertrouwen. Dat ik dat met topsporters meemaak, vind ik uniek. Uiteraard gaat dat niet vanzelf. Toen ik in juli begon, wist ik niet welke relatie ik met die jongens zou kunnen opbouwen. Dat moet je verdienen. Ik had slechts een kleine pré. Door je ervaring, door je kale kop en je grijze haar, komt dat proces iets gemakkelijker op gang, maar dat neemt niet weg dat je het toch moet verdienen.”

“Sommige sporters gedijen in een conflictsfeer, die gaan bewust de confrontatie met de omgeving aan. Ik ben niet zo'n harde. Ja, als een schaatser op de training de start moet oefenen en bij de tweede of derde keer is de kniehoek nog niet goed, dan kan ik exploderen. Dan krijgt hij van mij te horen dat het waardeloos is. Gaat het goed, terwijl de persoon er motorisch veel problemen voor moet overwinnen, kan ik enthousiast zijn alsof zo iemand wereldkampioen is geworden. Dan kan ik verschrikkelijk van genieten. En dat is niet gemaakt. Ik hecht erg aan de emotionele diepte in de omgang met mensen. Een Froukje Jongsma, die ondanks haar astma tweede wordt op een WK (voor junioren, in 1970 - red.), daar heb ik grenzeloze bewondering voor. Ik kan me daarentegen herinneren dat ik indertijd maar niet in gesprek kon komen met Henk Groen. Ook met Lia van Schie heb ik nooit contact kunnen krijgen, hoewel we aan dezelfde tafel zaten. Het zijn er maar twee in al die jaren dat ik coach ben, maar het zijn er twee te veel. En ik wil mij daarin zelf niet vrijpleiten.”

Henk Gemser is onder trainers de kampioen van de beeldspraak. 'In gesprek raken met het ijs' en 'Wonen in de vijf kilometer' zijn al even gevleugeld als het 'Stond ik op de tramhalte' van Jos in Debiteuren, crediteuren. “Ik bedien mij soms van omslachtig taalgebruik, omdat ik op die manier duidelijk probeer te zijn. En omdat ik merk dat ze soms mijn manier van handelen niet verstaan. Pas ten tijde van de wereldbekerwedstrijden begrepen de rijders echt goed wat ik bedoel. In deze fase van het seizoen communiceren we verbaal niet zoveel meer. Ik voer korte, intensieve gesprekken. Als ik ze nou nog moet vertellen wat er op het spel staat, is het te laat. Alleen als het vastloopt, grijp ik naar de parkeerplaats.”

Ook - beter: vooral - in die zin was in juli het seizoen al veel te ver gevorderd om aan een nieuw avontuur als mannencoach te beginnen. In 1988 rondde Gemser als zodanig een termijn af, daarna was hij een paar jaar verantwoordelijk voor de vrouwen. Tussendoor hield hij via zijn bedrijfje Pro Action, maar ook als betrokken televisiekijker en krantenlezer binding met het schaatsen. “Toch was ieder kernploeglid eigenlijk een onbeschreven blad voor mij. We kenden elkaar van een afstandje. Ik had een ander winkeltje, en er is in dat opzicht een redelijk protectionisme. Je gebruikt kniebuigingen, trainingsmethoden en trainingskampen als middel om nader kennis te maken. Ik hoef de tweede of derde avond niet direct te vragen: hoe zit het met je meisje, of: hoe steek je mentaal in elkaar? Ik weet dat er zaken zijn, zo privé, die nog geen onderwerp van gesprek waren. Misschien verandert dat nog. Misschien moet het blijven zoals het is. Ik voel me daarin niet gepasseerd. Maar ik kan niet ontkennen dat ik vanuit een achterstandssituatie begon. Toen ik in 1994 stopte als vrouwentrainer, heb ik de zaken gekopiëerd en aan mijn opvolger Krook gegeven. Ook nu verstrek ik mijn schema's aan de jongens en de gewestelijke trainers. Ze hebben er recht op. Van Wopke de Vegt (Gemser's voorganger en momenteel privécoach van Ritsma - red.) heb ik niets kunnen overnemen. Ik heb de nodige moeite gedaan om met hem in contact te komen. Het bleek niet mogelijk. Toen hij het medium krant (Algemeen Dagblad - red.) gebruikte, heb ik middels dat medium (De Telegraaf - red.) antwoord gegeven. Het is uitgesproken, klaar.”

Als veel trainers vindt Gemser de sportpagina of het sportjournaal niet het geijkte podium om zijn gelijk te halen. “Je ontkomt er niet aan dat er soms hele verhalen worden gepubliceerd. Als ik daarop moet reageren, doe ik dat door veel te praten, maar weinig te zeggen. Wordt het anders geïnterpreteerd, dan sta ik machteloos. Dat is dan niet te verdedigen. Dat is mij met Sandra Voetelink overkomen. Waar ik haar in het openbaar hard op aansprak, was puur haar falen. Ze presteerde niet wat van een kernploegschaatsster mocht worden verwacht. Zij is op dat moment beroeps, iedereen mag weten dat ze tekort schoot. Toen Jan Ykema zich een keer uit de wedstrijd liet schieten door starter Mulder, vond hij desgevraagd in de krant terug wat ik tegen hem had gezegd. Namelijk dat hij een amateur was. Maar met betrekking tot Rintje Ritsma onthoudt iedereen zich van commentaar. Ik laat die polarisatie niet toe. Ik heb tegen de groep gezegd: jullie zijn schaatsers uit de tweede lijn. Jullie zijn geen kampioen, jullie moeten je mond houden.”

Henk Gemser gunt Rintje Ritsma als fabrieksrijder het allerbeste. Het komt uit de grond van zijn hart. “Iemand die wereldkampioen is, moet twee ton per jaar verdienen. Als Rintje daar binnen zijn werkwijze aan voldoet, ben ik gek als ik het daar niet mee eens ben. Ik heb dat Ton Elias (manager sponsorzaken van geldschieter Aegon - red.) ook verteld. Er wordt ten aanzien van Rintje Ritsma gesproken over een fabrieksploeg, maar in de kernploeg hoort het niet anders te werken.”

Daarom kantte Gemser zich de afgelopen maand in zijn kwaliteit van woordvoerder van de coaches tegen de bestuursvoordracht van de KNSB. “Ik ben met tussenpozen vanaf 1969 werkzaam bij de bond, maar nog nooit werd er zo'n stuk betrokkenheid uitgesproken door de coaches. Ik weet niet in welke mate dat gewicht in de schaal legt. Maar de disharmonie tussen de technische staf en het management van de bond is te groot.”

Was het nog nooit zo erg, of speelt ook de tijdgeest een rol? Gemser: “Dat laatste zeker, maar de randvoorwaarden, de rechtspositie, zijn ook in het geding. In het verleden moesten trainers redelijk gecensureerd functioneren. Als ze niet deden en handelden zoals de bond het wilde, kwam meteen de werkgever-werknemer relatie om de hoek kijken. Als het de KNSB niet welgevallig was, kon je ontslagen worden. Daarom moet de zekerheidsstelling groter zijn dan hij nu is. Ik wil daarover binnenkort van gedachten wisselen met Erica Terpstra en NOC*NSF. Wanneer je een nieuw huis bouwt, krijg je gemeentegarantie. Als trainer-coach zou je een garantiestelling van drie jaar van het NOC moeten krijgen. En niet dat je, zoals nu, bent overgeleverd aan de subjectiviteit van een sportbond.”

Gemser heeft in het verleden wat moeten soebatten om drie maanden per jaar onbetaald verlof te krijgen van zijn feitelijke werkgever, het CIOS in Heerenveen. In dat opzicht baadt hij nu in een oase. “Voor het eerst in mijn leven hoef ik niet de onderwijstaken erbij te doen. Vroeger kende ik naast mijn dagschema nog een ander werkritme: 's nachts proefwerken nakijken en sloten koffie drinken om maar wakker te blijven. En nu? Ik lees meer, ik kijk meer en ik observeer meer.”

mailIcon print |