AMSTERDAM - “Je kunt het niet maken een vliegtuig wél te laten vliegen voor een zieke toerist, maar niet voor een Afrikaan zonder geld die ook medische hulp nodig heeft.”
Constance van Haeften, directeur van Amref Flying Doctors Nederland, vertelt hoe Westerse artsen en Afrikaanse verpleegkundigen naar afgelegen gebieden in Oost-Afrika vliegen om hulp te bieden. “Het is een spreekuur onder de bomen”, zegt ze. “Er komt een klaptafel met de oudste stoeltjes van het Noordwijkse strand. Vervolgens kunnen de patiënten komen.”
De stroom Afrikanen die in de gezondheidszorg wil werken is groot. Uit heel Afrika komen leerlingen naar Kenia om een opleiding te volgen bij Amref in Nairobi. “We kunnen per opleiding vaak maar 30 leerlingen aannemen, terwijl we 150 aanmeldingen krijgen”, zegt Van Haeften.
Om dat te veranderen is de Nederlandse afdeling van de African Medical & Research Foundation (Amref) een campagne begonnen. Met deze actie hoopt Amref geld bij elkaar te krijgen voor een nieuw instituut waar meer Afrikanen als gezondheidswerker kunnen worden opgeleid. Vooral verplegers zijn onmisbaar. “Meestal neemt een verpleger het spreekuur op zich”, zegt de directeur van Amref Nederland. “Een verpleger daar ziet zich voor taken gesteld die een verpleger in Nederland niet zou mogen uitvoeren. Maar in Afrika is er geen keus.”
“Vaccinaties, zwangerschapsbegeleiding, het behandelen van allerlei infecties” somt ze een rijtje met de meest voorkomende taken op. “Vooral infecties aan de voeten komen veel voor omdat mensen vaak op blote voeten lopen.”
In Kenia, Tanzania en Oeganda lopen 97 permanente projecten van Amref. Ruim 600 medewerkers, van wie 95 procent met een Afrikaanse nationaliteit, werken dag en nacht aan de gezondheidszorg. “We hebben ook dokters die langs de verschillende ziekenhuizen gaan, onder andere een Nederlandse chirurg.” De artsen worden naar klinieken gevlogen om daar specialistische operaties uit te voeren. Naast het genezen begeleiden ze afgestudeerde Afrikaanse artsen. “Nu gaat veel aandacht uit naar de cholera-epidemieën aan de westoever van het Victoriameer in Rwanda en Oeganda.” De korte hevige regenbuien die deze landen normaliter kennen zijn, door het fenomeen El Nino, momenteel lang en hevig. Dat heeft een cholera-epidemie veroorzaakt. Van Haeften: “We hebben 25 000 gulden voor noodhulp gestuurd.”
“Inmiddels zijn we veertig jaar bezig”, zegt ze. “Het begon met een paar dokters die hulp gingen verlenen in het oostelijke deel van Afrika.” Met oude vrachtwagens die dienst deden als klinieken probeerde men kennis over gezondheid over te brengen naar de bevolking en waar mogelijk mensen te genezen.
In 1960 kwam het eerste vliegtuigje. Vanaf die tijd werden de Flying Doctors ingeroepen bij spoedgevallen. “Inmiddels hebben we zes vliegtuigen. En vier piloten. Maar dat moet je niet te idealistisch zien. Je moet een verdomd goede piloot zijn. Als zo'n vliegtuigje landt, gaat het boem, boem, boem.” Ook Prins Willem-Alexander heeft meerdere malen meegevlogen. “Hij is erg geïntereseerd in ontwikkelingshulp. Als hij in de buurt is brengt hij altijd wel een bezoekje, incognito.”
“Het nieuwe opleidingscentrum wordt prachtig”, meent Van Haeften. “Voor Afrikaanse begrippen zijn de opleidingen daar uniek. Er zijn cursussen van zes weken maar ook opleidingen van een jaar.” Het nieuwe drie verdiepingen tellende centrum moet 1,6 miljoen dollar (3 miljoen gulden) gaan kosten.
Amref-vestigingen over de hele wereld dragen bij in de kosten. Het perceel waarop het gebouw wordt neergezet is geschonken door de Keniaanse president Moi. Als alles goed loopt is het centrum in 1999 gereed. “Vorig jaar hebben we in Nederland 900.000 gulden voor het opleidingscentrum opgehaald.” De Nederlandse radio en televisie zenden deze weken spotjes van Amref uit. “We betalen nooit voor onze reclame”, zegt Van Haeften. “Dat is te kostbaar.” Daarom is de organisatie afhankelijk van de Ster, die de spotjes belangeloos uitzendt.
“Nederlanders zijn heel vrijgevig”, vindt Van Haeften. “Iedereen heeft zo zijn eigen motief. Elke donateur mag van mij hier binnenstappen om vragen te stellen over hoe het geld wordt besteed.” Momenteel is ze bezig met het jaarverslag. “Vorig jaar hebben we 1,7 mijoen gulden aan giften binnen gekregen, terwijl we 1,3 miljoen hadden begroot. Dat is een goed gevoel.”
Voorlopig heeft Van Haeften haar handen vol aan het nieuwe opleidingsinstituut. Toch denkt ze stiekem vooruit. Omdat de toekomstige gezondheidswerkers uit de meest afgelegen gebieden komen, is er vaak een tekort aan woonruimte. “Er is nog ruimte om er een gebouw naast te zetten”, peinst Van Haeften. “Maar dat is een volgend project.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.