*

 
dossier

Archief

Sportieve ambities Ritsma onveranderd hoog

JOHAN WOLDENDORP − 19/01/96, 00:00

HEERENVEEN - Kort nadat hij met verbluffende overmacht voor het eerst in zijn carrière de Nederlandse allroundtitel had veroverd, deed Rintje Ritsma een op het oog boude uitspraak: “Ik ben de enige allrounder in Europa.” Dat niemand hem toen tegensprak, was geen overdreven vorm van hoffelijkheid jegens de kampioen. Niemand kon zo snel een ander bedenken.

Ruim anderhalve week later tipt Ritsma Ids Postma als Europa's nummer één. Niet het komende weekeinde, wel op enige termijn. Zijn trainer Wopke de Vegt en kernploegcoach Henk Gemser tellen op de deelnemerslijst voor het EK liefst drie tot vier allrounders. Later naar een concrete invulling gevraagd, tipt De Vegt de schaats-Belg Bart Veldkamp als de gevaarlijkste outsider en stijgt ook de Rus Sajoetin hoog in zijn achting. Anoefrienko komt niet op zijn lijstje voor. “Want die valt er op de tien kilometer buiten.” Het is geen verheffende opsomming, en het lijkt - driemaal twaalfduizend oranje uitgedoste schaatsgekken ten spijt, die blijven denken dat Thialf de noordelijke equivalent van Oeteldonk is - een doem te leggen op een toernooi dat al bij voorbaat als het minst interessante van de grote schaatsevenementen van deze winter wordt getypeerd. Minder boeiend zelfs dan het NK in Den Haag, dat op papier een betere bezetting kende dan de Europese titelstrijd.

Het EK is bovendien bijna letterlijk een opwarmertje voor het WK dat over twee weken in Inzell plaatsvindt. Die ongelukkige programmering betekent voor Ritsma een bijzondere inspiratiebron om op de eerste drie afstanden (vanavond de 500 en 5000 meter, morgenmiddag de metrische mijl) het beste te geven. “In dat geval heb ik geen zin om me op de tien kilometer nog total-loss te rijden.” Het blijft bovendien niet bij twee tien kilometer-ritten in kort tijdsbestek. Op het NK kregen de twaalf beste schaatsers immers ook al een 10 000 meter voorgeschoteld, in het tweede weekeinde van februari staat het vermaledijde nummer op de nationale afstandskampioenschappen in Groningen wederom op het programma. Ritsma hoopt er dan van gevrijwaard te blijven. Met mogelijk wederom het grand slam, een Europese en wereldtitel, op zak hoopt hij op een vrijgeleide voor de WK afstanden, half maart in Hamar. Zo niet, dan moet hij er ernstig over nadenken of hij het tripje naar Noorwegen nog wel zo boeiend vindt. De enige allrounder van Europa heeft zijn prioriteiten gesteld: het klassement. “Het EK en WK allround hebben voor mij meer waarde dan een wereldtitel op één of meer afstanden. Volgend jaar zal ik daar niet anders over denken. Dan zijn de WK afstanden in Warschau. Ik moet nog zien of daar überhaupt schaatsers naar toe gaan.”

Speerpunten

Dat zal binnenskamers tot boeiende discussies met De Vegt - en mogelijk het commerciële management van de ploeg - leiden. De coach houdt staande dat de wil van Ritsma in principe wet is, maar tegelijkertijd maakt hij van de WK afstanden wel één van de drie speerpunten. Kort na 'Groningen' vertrekt het gezelschap naar Calgary om op de Olympic Oval de snelheid aan te scherpen. De World Cup-wedstrijden in Milwaukee en Calgary zelf gelden als een plezierig intermezzo. “De WK afstanden zijn in mijn programma minstens zo belangrijk”, stelt De Vegt. “Het is pertinent niet waar dat het seizoen voor Rintje na Inzell voorbij is.”

Ritsma doet dit weekeinde in meer dan een opzicht tentamen. Drie carnavaleske dagen betekenen ook het gelijk of ongelijk van zijn bedankje voor de kernploeg. De nationale titel viel nog buiten de begroting. De Lemster genoot tot dan voornamelijk bekendheid door het badderen in ijsblokjes en had in zijn gedachten het KNSB-goud voor Postma of Zandstra gereserveerd. Stralend van gezondheid meldt de gebruinde schaatser dat het buitengewoon goed gaat. Het trainingskamp in Davos was perfect getimed. Het kon niet beter, ook al werden de wereldbekerwedstrijden wegens dooi afgelast. “Davos is sowieso een prettig oord om te zitten. Ik heb daar een beetje gefietst, aan krachttraining gedaan en intensief duurgelopen, zonder dat ik stramme benen voelde. Ik ben er beter van geworden.”

Rintje Ritsma betitelt dit seizoen als een tussenjaar richting Nagano, in 1998 het decor van de Olympische Winterspelen. Tussenjaar in organisatorische zin, bedoelt hij, sportief zijn de ambities onveranderd hoog. Door de vorming van de Sanex-formatie kwam hij pas later aan schaatsen toe. “Alles loopt nu perfect”, stelt hij zijn critici gerust. Commerciële beslommeringen, zoals het maken van Ster- en IP-spotjes, verstoren het ritme niet langer. “Dat heeft me één trainingsdag gekost. Maar in deze tijd houd ik me uiteraard uitsluitend met schaatsen bezig.”

Sollicitatie

Praten met Ritsma ontaardt echter onvermijdelijk in praten over zijn ploeg. Begin deze week solliciteerde Falko Zandstra openlijk naar een plaatsje in het 'fabrieksteam' (waar de afgelopen zomer al sprake van was, totdat de KNSB aan de eisen van de gespierde spijker tegemoet kwam - red.). Zandstra maakte met die opmerking heel wat los. Zozeer dat alle betrokkenen zich in allerlei kronkels wringen om er maar niets over te hoeven zeggen. Maar ook nu lijken de visies van Ritsma en De Vegt enigszins met elkaar in tegenspraak. Ritsma: “De ploeg staat open voor een aantal jongens. Op die manier kunnen we elkaar naar een hoger niveau stuwen.” De Vegt: “Zoals het nu gaat, is er geen behoefte aan uitbreiding. Sanex was trouwens alleen geïnteresseerd in Rintje. Hij straalt precies het imago uit waar ze naar op zoek was. Als het zo mocht zijn dat we een sparringpartner nodig hebben, dan gaan we ernaar op zoek. Maar het is nu niet aan de orde.”

Het duo Ritsma-De Vegt sprak de afgelopen week in Davos herhaaldelijk met Zandstra. Echter niet over de ploeg, bezweert het tweetal. Niet over schaatsen dus, maar over zijn gevoelens. “Ik heb hem als vriend toegesproken”, doet De Vegt verslag. “Ik ken hem al jaren, langer zelfs dan Rintje. Hij heeft een warm plekje in mijn hart. Misschien redeneert Falko in zijn achterhoofd dat hij een kans heeft laten lopen. Dat hij achteraf een verkeerde keus heeft gemaakt. Dat kan, maar daar hebben we het niet over gehad.”

Ritsma en De Vegt geloven heilig in hun missie, die uiteraard Heerenveen en Inzell verre ontstijgt. Beiden tekenen ook voor het failliet van de kernploeg in de huidige vorm. Er is veel voor te zeggen met een select groepje echte toppers de toernooivelden af te struinen. Nederlands kampioene Annamarie Thomas liet zich na het NK ontvallen dat teveel schaatssters de geborgenheid van de elitegroep alleen maar als een sociaal dak boven hun hoofd zien. En daar heeft ze geen ongelijk in. Ritsma: “Je zou de kernploeg moeten onderverdelen in een A- en B-groep. Die A-categorie is dan de ploeg met drie, vier toppers.” Wat de Friese badman betreft zouden Aegon (de bondssponsor) en Sanex daarvan de geldschieters mogen zijn, maar dat lijkt hem in dit stadium wishful thinking.

De Vegt vindt het argument van het groepsproces als versterkend en stimulerend element een lachertje. “Vorig jaar heb ik als kernploegtrainer voor een groep van acht gestaan. Er zijn mensen die zich absoluut niet hebben ontwikkeld. Je praat niet over een team, maar over een groep individuen. Het elkaar aanmoedigen is een opgeklopt verhaal. Je moedigt alleen een teamgenoot aan wanneer je zelf de beste Nederlander bent.”

mailIcon print |