*

 
dossier

Archief

Ruurd Visser zet bewoners in het zonnetje architectuur

ROBBERT ROOS − 07/01/95, 00:00

ZUIDWOLDE - Een gebouw als dorpsplein met straatjes. Het principe is niet nieuw, maar blijkt steeds weer bruikbaar wanneer voorzieningen van verschillend pluimage tot een geheel samengesmeed moeten worden. Ruurd Visser heeft er in ieder geval succes mee in zijn ontwerp voor de psychiatrische woonvoorziening 'De Waringin' in het Drentse Zuidwolde.

Wanneer je vanuit het dorp over de Meppelerweg komt aanrijden duikt achter een bomenrij ineens een lange, iets gekromde, monumentale bakstenen wand op. Als ruggegraat van het gebouw is deze muur zowel de blikvanger als de architectonische drager van het complex. Langs de lange as zijn de diverse voorzieningen gegroepeerd. Aan de kop bij de entree bevinden zich de gezamenlijke verblijven (zitkamer, recreatieruimtes, keuken, kapper) met aan de westzijde van de muur drie tentakels met de woonunits voor de patiënten. Een simpele en doeltreffende opzet, die zowel ruimte biedt voor privacy als aan groepsactiviteiten.

Intern is er een grote samenhang tussen de diverse gebieden. Je komt rechts van de lange wand binnen (het 'openbare' gebied), wordt door een s-vormige wand naar de andere zijde geleid en komt daar uit op een soort laan met zijstraten, waaraan de 'huisjes' liggen. Dit zijn kleine units met een eigen doucheruimte, een klein keukentje en een zitgedeelte met in een nis het slaapgedeelte. Iedere bewoner heeft een eigen brievenbus, deurbel en naambordje, zodat zoveel mogelijk een dorpsgevoel wordt gecreëerd. Het gevoel van groepsbewoning, dat in veel beschermde woonvoorzieningen overheerst, wordt hiermee doeltreffend doorbroken. Iedere vleugel (met vijftien units) heeft daarnaast een eigen ingang en een eigen zit-/eetkamertje, waardoor ook in kleinere groepen gerecreëerd kan worden.

'De Waringin' (een tropische boom die veel op Indonesische dorpspleinen staat) is na de onafhankelijkheid van Indonesië opgezet als een psychiatrische woonvoorziening voor Molukkers en Indische Nederlanders die met psychische en lichamelijke problemen emigreerden uit Nederlands-Indië. Nog steeds komt een belangrijk deel van de bewoners uit die groepen, maar de bevolking vermengt steeds meer.

Zo coherent als de opeenvolging van diverse soorten ruimtes van binnen is, zo diffuus is de architectuur van buiten. Vooral bij de hoofdingang wreekt zich dit. Het dienstengedeelte ligt in drie hoogteniveaus tegen de centrale muur aangeplakt, er is een parkeerplaatsje en op de achtergrond duikt een schuur op. Het totaal is bij de eerste aanblik nogal rommelig. Een felrode brandtrap naast de entree is in dit verband ook een storend element.

Aan de andere zijde van de wand is het beeld eenduidiger. De lage bebouwing van de drie vleugels met wooneenheden strekt zich gemoedelijk uit in een park-achtig gebied en heeft door een iets scheefstaande gevelwand een vriendelijk karakter. Ook deze diversiteit en speelsheid van vorm doorbreekt weer het gesloten karakter dat normaal gesproken bij besloten woonvormen hoort. Het complex heeft hierdoor eerder de uitstraling van een bejaardenhuis dan een psychiatrisch tehuis.

Alleen de lange wand is aan de ingang wel erg hoog en daardoor bijna confronterend monumentaal. De robuuste baksteen roept associaties op met middeleeuwse stadsmuren en statige kloosters en dat maakt de wand nogal introvert. Alsof het complex zich erachter verschuilt. Pas wanneer je bij het gebouw bent, verzacht deze aanvankelijk niet uitnodigende sfeer en wordt de wand een markant beeldelement in het conglomeraat van losse bouwdelen.

De architectonische kwaliteit van 'De Waringin' ligt vooral in de detailering. De zit-/eetkamers aan de kop van de vleugels zijn bijvoorbeeld bedekt met een dessin dat sterk doet denken aan een circustent, een zeer aardig lichtvoetig accent voor een psychiatrische woonvoorziening. Ook de toevoer van zonlicht in de wooneenheden is mooi opgelost. Boven de verbindende gang is een gepunte dakkapel van glas gemonteerd, waardoor het zonlicht via een raampje boven de deur de noordwoningen binnen komt.

Ook stedebouwkundig is op de details gelet. Zo is de lange dragende wand zorgvuldig in het landschap geplaatst. Het complex ligt tussen twee wegen die niet helemaal parallel lopen, maar door een lichte kromming in de wand staan beide zijden toch haaks op de beide straten. Het gebouw voegt zich hierdoor natuurlijker in het stratenpatroon.

Duidelijk is in 'De Waringin' te zien dat architect Ruurd Visser (die eerder een bejaardentehuis, scholen en woningen ontwierp, vooral in de noordelijke provincies) goed heeft nagedacht over de functie van het gebouw en de zorg die daarbij hoort. Het complex is vanuit die zorgvraag bedacht en dat komt tot uiting in de ruimte die de bewoners wordt geboden. Zo zit een van de bewoonsters in een lange gang met glaswand genoeglijk in het zonnetje op een bank die in Indonesië nog op een spoorwegstation heeft gestaan.

mailIcon print |