Van onze redactie economie UTRECHT - Het simpele feit dat een hoge-snelheidstrein op bepaalde halteplaatsen stopt, is niet genoeg om dat station in die stad extra aantrekkelijk te maken voor nieuwe bedrijven. Het “effet-TGV”, zoals de Fransen het noemen, ontstaat niet vanzelf.
Investeringen in het station en de stationsomgeving zijn onontbeerlijk om optimaal te profiteren van de komst van de hoge-snelheidstrein. Dat vindt de werkgroep High Speed Train, een pro-flitstreinclub die voornamelijk bestaat uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Spoorwegen aangevuld met afgevaardigden van de Kamer van Koophandel Amsterdam/Haarlem, het knooppunt Arnhem/Nijmegen, de provincie Overijssel en de gemeente Utrecht. Het rapport 'De wereld van de hogesnelheidstrein' werd gisteren gepresenteerd in de Thalystrein die vanaf 2 juni nog langzaam maar vanaf 2003 op volle snelheid heen en weer zal suizen tussen Amsterdam en Parijs.
Het Nederlandse bedrijfsleven en lagere overheden als gemeenten, regio's en provincies moeten zich inspannen om verdere vertragingen in de procedures voor hoge-snelheidslijnen naar het zuiden (Parijs en Frankfurt) en het oosten (Berlijn) te voorkomen. Als het even kan moeten de procedures versneld worden.
Volgens NS-planoloog en voorzitter van de werkgroep Lex van der Hoeven ontstaan de positieve effecten van de hoge-snelheidstrein op stations en de omgeving alleen wanneer de noodzakelijke infrastructuur voor de hoge-snelheidstrein op tijd klaar is. Is dat niet het geval, en moet de exploitant te lang met duur hoge-snelheidsmaterieeel over gewone sporen kruipen, dan zal hij besluiten diensten te beperken of op te heffen, vreest de werkgroep. “Nederland wordt daarmee een 'loser', het Jutland van Europa.
Het moet maar eens uit zijn met alle (negatieve) aandacht voor de tracés voor de hoge-snelheidslijnen, vindt de club. “De hoge-snelheidstrein biedt nieuwe (economische) kansen voor steden of stedelijke regio's waar de trein gaat stoppen”. Daar gaat Van der Hoeven vast van uit. Om die kansen volop te benutten is het volgens hem van groot belang dat bedrijfsleven en vervoersmaatschappijen de durf hebben samen voorinvesteringen te doen in stations en de stationsomgeving. De werkgroep vindt dat het belang van de hoge-snelheidstrein in Nederland onvoldoende wordt erkend. In steden waar de flitstrein 'aanlandt', moeten zo snel mogelijk ,netwerken van publieke en private partijen en sleutelfiguren' worden gevormd. “Alleen samen kunnen zij de positieve effecten van de komst van het nieuwe fenomeen verzilveren ”, meent de werkgroep. Nieuwe bedrijven, toerisme in de regio, groeiende werkgelegenheid. “Dat kan allemaal.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.