ARBIL, WASHINGTON (Reuter, AP, AFP) - De strijd tussen rivaliserende Koerdische milities in het noorden van Irak is dit weekeinde weer opgelaaid. De door Irak gesteunde Koerdische DKP breidde daarbij zijn territorium fors uit, ten koste van de tegenstrevers van de PUK.
De DKP (Democratische Partij van Koerdistan), die begin vorige week met hulp van het Iraakse leger de stad Arbil veroverde, nam zaterdag de stad Degala in, en gisteren het strategisch belangrijke Koi Sanjak. De verliezende partij, de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) bevestigde het nieuws.
Woordvoerders van de DKP benadrukten dat zij dit keer op eigen kracht hebben gehandeld. Maar volgens de PUK waren ook deze keer Iraakse troepen betrokken bij de aanval. Waarnemers van de VN nabij het strijdtoneel zeiden ervan overtuigd te zijn dat de DKP-strijders ter zijde werden gestaan door Iraakse militairen. Maar de zware gevechten maakten de toegang voor onafhankelijke waarnemers onmogelijk.
De grootschalige steun die de DKP vorige week kreeg van Iraakse troepen, was aanleiding voor de Amerikaanse regering, om met kruisraket-aanvallen te reageren. Maar de Amerikaanse stafchef John Shaliskashvili zei gisteren dat er nog maar 'zeer, zeer weinig' Iraakse troepen in de buurt van de strijdende partijen waren. “Er blijven berichten binnenkomen over een paar honderd manschappen hier, een paar honderd daar. Onze beoordeling is dat het gaat om honderden, niet om duizenden”, zei Shaliskashvili voor het televisienetwerk NBC. Maar hij waarschuwde dat Washington “niet werkeloos” zal toekijken als Bagdad zijn bevolking of de buurlanden bedreigt.
Een woordvoerder van de DKP zei dat de troepen van Barzani willen verhinderen dat de PUK Halabaja bij de Iraanse grens inneemt. In die stad, waar al enkele dagen wordt gevochten, kwamen in 1988 vijfduizend mensen om bij een aanval door het Iraakse leger met mosterdgas.
Zeker honderd leden van de Koerdische Iraakse Nationale Raad, verbonden aan de Iraakse oppositie, zijn gevangengenomen en gedood tijdens het recente Iraakse offensief. Dat meldt de Washington Post van gisteren, op gezag van officiƫle Amerikaanse bronnen en Iraakse dissidenten.
De krant meldt dat de Iraakse oppositie steun krijgt van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA bij haar pogingen het regime van de Iraakse dictator Saddam Hoessein omver te werpen. De Iraakse Nationale Raad is belast met de doorgifte van militaire gegevens aan Washington. Ze werkt ook mee aan de voorbereiding van een alternatieve Iraakse regering.
De omgebrachte oppositieleden kwamen op 28 en 29 augustus, op verzoek van de Verenigde Staten, in Arbil bijeen om een einde te maken aan het conflict tussen de Koerdische facties en Irak. De Iraakse troepen openden tijdens de inname van Arbil een klopjacht op de leiders van de Nationale Raad. Iraakse ordetroepen verwoestten het hoofdkwartier van de raad in Arbil op 31 augustus.
De New York Times van zaterdag schreef ook al over contacten tussen de Iraakse oppositie en de CIA. President Clinton zou zijn inlichtingendienst opdracht hebben gegeven de Iraakse oppositie te voorzien van wapens en trainingen te verzorgen. De CIA zou elk jaar 20 miljoen dollar aan deze doelen besteden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.