Een selectie uit de uitspraken van Frits Bolkestein:
Eén ding wil ik nu reeds zeggen: ik bagatelliseer niets! Dit is een duivels moeilijk probleem en daar krijgen we allemaal buikpijn van. U, maar ik ook. Wij komen met voorstellen. Dat zijn fatsoenlijke voorstellen en onze intenties zijn loepzuiver.
Het was een verkiezingsdebat en daarin werd het scenario geschetst dat het doel van het kabinet om de instroom van asielzoekers in te perken niet zou lukken. Ik heb toen in de eerste plaats opgemerkt dat verder nagedacht zou moeten worden over de terugkeer van statushebbende asielzoekers naar het land van herkomst. Daarnaast heb ik gezegd dat gekeken kan worden gezinshereniging van asielzoekers, omdat asiel een persoonlijk recht is.
Welnu, ik had om die vraag heen kunnen lopen door te zeggen: dat is voorbarig, daar geef ik geen antwoord op. Het is echter niet mijn gewoonte om vragen heen te lopen, zeker niet in debatten aan de vooravond van verkiezingen. Ik heb dus geantwoord.
In de boezem van mijn fractie leven geen plannen ter aanscherping van de mogelijkheden van gezinshereniging voor mensen die in Nederland op legale titel verblijven.
Ik zeg alleen maar, probeer bij de toewijzing van woningen rekening te houden met de achtergrond van asielgerechtigden en zet daar, indien mogelijk, iets over in het inburgeringscontract. Het is best mogelijk dat dit niet kan. De integratie gaat ons zozeer ter harte dat wij ons vrij voelen om met suggesties te komen. Als u die suggesties van de hand wijst heeft u misschien gelijk, maar misschien valt er ook iets in te herkennen dat van waarde is.
Op 5 november 1993 zei minister Pronk voor de VPRO-microfoon: 'Ik ben een voorstander van spreiden. Ik zou geen getto's willen in de Nederlandse samenleving, maar dat betekent ook sturen.' Minister Pronk wil dus spreiding in het belang van integratie. Hij ging veel verder dan de VVD. Sprekende over de Grondwet zei hij: als men zegt 'het kan niet', dan moet het maar wel kunnen. Wij zeggen dat niet, maar het mindere dat wij wel zeggen, mogen wij ook niet zeggen. Pronk wel, wij niet.
Het Sociaal- en cultureel planbureau noemt een integratie-proces dat de immigratie niet kan bijhouden, met verschijnselen als inter-etnische animositeit, zwarte scholen, witte vlucht, criminaliteit en verloedering. Ik citeer dus het SCP. Dat rapport ligt ons zwaar op de maag. Dat geldt vooral voor de onheilspellende zin in het rapport: 'Er leeft een wijdverbreid gevoel dat in Europa het beleid niet is opgewassen tegen de grootstedelijke neergang. Eerder faalde zulk beleid in de Verenigde Staten. Tegen deze achtergrond moet mijn opmerking over spreiding van allochtonen worden geplaatst.
Natuurlijk zijn er veel geslaagde allochtonen, gelukkig maar. Natuurlijk zijn zij niet de enigen die een rol spelen bij het ontstaan van dit probleem. Mensen die allochtonen de schuld geven, moeten worden terechtgewezen. Er zijn geen schuldigen, alleen oorzaken. Zonder allochtonen zouden wij ook met een grootstedelijk probleem zitten, maar dat zou kleiner zijn geweest. Alleen al de werkloosheidscijfers spreken boekdelen.
Wij willen nooit mensen tegen hun zin verplaatsen. Ik ben blij dat ik dat hier kan uitspreken.
Wij zijn er inderdaad voor dat in en stad als Amsterdam meer wordt gebouwd in de vrije sector en minder in de sociale woningbouw.
Het zou ons een lief ding waard zijn als wij, zowel met de heer Wallage als met de heer Wolffensperger en hun fracties tot een gemeenschappelijk beleid zouden komen op de lange termijn. Mijn antwoord daarop is: ja.
De wereld staat niet stil en ons denken evenmin, maar wij zullen onze gedachten eerst met de coalitiepartijen delen. Want het is ons heel wat waard als we samen met de coalitiepartners kunnen komen tot een gemeenschappelijk beleid op de lange termijn.
Nieuwe gedachten op dit terrein, over instroming, illegalen, zullen we inbrengen bij de collega's van D66 en PvdA. Ook wij willen dit kabinet tot een goed einde brengen. En dat einde is mei 1998.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.