*

 
dossier

Archief

De charme van de zuilen onder de koepel van de SNK

FRANZ STRAATMAN − 07/05/98, 00:00

De vocale muziek van Jan Pieterszoon Sweelinck, is dat nou typisch protestants. Hij becomponeerde meerstemmig alle 150 Psalmen op basis van zowel de Franse hertaling van Calvijn als de melodieen uit de pennen van diens componisten. Maar hij schreef ook vele koorwerken op Latijnse teksten uit de katholieke kerk.

Heeft Wim Ruessink als steunfunctionaris protestantse vocale kerkmuziek van het SNK de psalmen van Sweelinck in de kast staan, en zijn collega Siem Groot die waakt over de katholieke kerkmuziek die Latijnse werken?

Een lastig binnenkomer in combinatie met de vraag wat nou eigenlijk protestantse kerkmuziek is, gesteld aan de kersverse medewerker voor protestantse muziek bij de stichting Samenwerkende Nederlandse Koren (SNK) in Utrecht. Het statige pand waar eertijds het Nederlands Instituut voor Kerkmuziek zetelde, dient nu als onderkomen voor de SNK.

Directe buur is de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging, de organisatie van en voor alle rooms-katholieke kerkkoren. De gevels aan de Plompetorengracht lijken twee gescheiden huizen te markeren, maar binnen blijkt dat er een duidelijke overloop naar elkaar is. Zoals bij Sweelinck de oude kerk en de nieuwe kerk polyfoon dooreenliepen.

De SNK is niet de zuster van de Gregoriusvereniging. Dat is de SLSK, de Stichting Landelijk Samenwerkingsverband Kerkmuziek. Onder andere voor die SLSK werkt Wim Ruessink binnen de koepel van het SNK, zoals zijn collega Siem Groot ondermeer voor de Gregoriusvereniging meewerkt. Heeft laatstgenoemde met één kerkkoren-organisatie te maken, Wim Ruessink telt binnen de SLSK vijf organisaties en binnen de SNK nog eens drie koorkoepels. Ze omvatten allerlei richtingen binnen het protestantisme, wat te zien is aan namen als Bond voor christelijk gereformeerde zangverenigingen in Nederland.

“Een stortvloed aan afkortingen levert dat op,” zegt Ruessink. “Het is binnen het SNK een van mijn taken om de landkaart van al die organisaties in beeld te brengen en de algemene rijkssubsidie voor de koorwereld te distribueren . Dat is een van de charmes van het protestantisme: al die zuilen. De koren functioneren ondanks en dank zij de zuilen. Het kerkelijk verband houdt ze bijeen, maar het werkt ook remmend.”

Terug naar de vraag: wat is protestants in vocale muziek? Ruessink: “Het protestantisme is de kampioen van het strofische lied, van de gesloten vorm. Het is de meest democratische vorm, een vorm die niet veel rollen kent; iedereen kan meedoen in het zingen. Zoals psalm 22 zegt: 'Op ónze lofzangen troont Gij...'. Het is ook een consumerende gemeenschap die afhankelijk was en is van één man: de dominee die de liederen uitkiest.”

Een toon of een drieklank klinkt rechts noch links. Toch zeggen juist katholieken: dat klinkt protestants.

Ruessink: “Ik denk dat het te maken heeft met bepaalde notenwaarden en in de meerstemmigheid met de zettingen zoals Claude Goudimel die in de zestiende eeuw maakte. Daar wordt veel op teruggegrepen. Het heeft ook te maken met de vocaliteit, de zangerigheid die in de katholieke kerkmuziek al vanaf het begin begenadigd is met het gregoriaans.”

“Het is ook een misverstand dat protestantse kerkmuziek langzaam en zwaar is. Dat komt voort uit Calvijns uitspraak dat de psalmzang 'poid et majesté' (diepgang en vorstelijkheid) moet hebben. De zangwijze in Nederlandse kerken draagt bij aan dat misverstand.”

Ruessink heeft (nog) geen directe bemoeienis met plannen voor Liedboek 2000 of de bevordering van nieuwe liederen. Wel zal het SNK dit jaar deelnemen aan de Liedboekdag in Kampen met workshops voor de bezoekers. Als cantor-organist van de gereformeerde kerk in Winterswijk staat Ruessink midden in de praktijk.

“Neen, ik leid geen super-cantorij”, reageert hij. “Ik heb altijd in het gewone koorleven gezeten. Daar componeer ik ook voor: functionele muziek, afgestemd op de mogelijkheden die ik heb, bestemd voor een vierende gemeente. Er wordt wel eens een verdeling gemaakt tussen 'cantus' en 'musica'. Cantus staat voor de functionele muziek met bedding in de gemeente; musica is de esthetische kerkmuziek. Ik voel me aangetrokken tot de cantus; daarvan de kwaliteit te verheffen, stel ik mij tot taak. Onder meer door informatie te verschaffen. Zo hebben SLSK en Gregoriusvereniging een boekwerk uitgegeven 'Vocale kerkmuziek' met artikelen door een groot aantal gespecialiseerde auteurs over componisten, analyse van stukken, overzichten van repertoire. Vanuit het SNK wordt daar het geld voor beschikbaar gesteld.”

Meteen even gekeken naar Sweelinck. Met zijn psalmen gerubriceerd onder 'Protestantse koormuziek'!

mailIcon print |