*

 
dossier

Archief

'Facelift van Europa'

ANDREA BOSMAN − 16/01/97, 00:00

'De Facelift van Europa' begint morgenavond met een film- en videoprogramma in De Balie in Amsterdam. Informatie: 020-6223645

Zo gaat het gedicht 'Moeilijk antwoord' van de Iraanse schilder/dichter Ali Renani, die volgende week uit eigen werk zal voordragen in het Amsterdamse Goethe-Institut. Renani woont sinds 1975 in Frankfurt, een van de vijf steden die centraal staan in 'De facelift van Europa', naast Amsterdam, Birmingham, Brussel en Milaan.

'De Facelift van Europa: kunst en cultuurpolitiek in beweging' is een multicultureel project, dat vanaf morgen twee weken lang de gevolgen van de groeiende cross-overs van culturen in deze steden zal belichten op verschillende plekken in Amsterdam. Op het programma staan onder meer een rap-poetry festival, een popmusical uit Birmingham, films van zwarte filmmakers, Afrikaanse vertelkunst en Duitse migrantenliteratuur. Daarnaast zullen beleidsmakers, politici en kunstenaars uit de diverse steden met elkaar debatteren over stedelijk cultuurbeleid en kunsteducatie in de multiculturele metropool.

Projecten over migrantencultuur zijn erg 'in', geeft Gerda Mentink, voorzitter van de stichting 'Facelift van Europa' en in 1993 bedenker van de eerste editie van het project, onmiddellijk toe. Daarom heeft ze ook lang moeten nadenken of een herhaling wel zinvol zou zijn. “Moet je niet eens ophouden om die thematiek in een apart laatje te stoppen, terwijl het allang vanzelfsprekend zou moeten zijn dat migranten in je dagelijkse programmering opduiken?”, zegt Mentink, verbonden aan het Amsterdamse Goethe-Institut. “Wat voor mij de doorslag gaf was het feit dat de migrantenkunstenaars zelf nog steeds behoefte blijken te hebben aan een dergelijk platform.”

'De facelift' is een gezamelijk project van het Goethe-Institut, het Istituto Italiano di cultura, The British council, het Vlaams cultureel centrum en Soeterijn/Kit. De eerste 'Facelift' duurde twee maanden en had als ondertitel: 'een nieuw cultureel gezicht'. Doel was vooral om het publiek kennis te laten maken met het werk van migrantenkunstenaars, dat was toen orgineel. Afgezien enthousiaste reacties beaamt Mentink dat het moeilijk is de werkelijke effecten van de eerste 'Facelift' te meten, of na te gaan wat er gebeurde met de aanbevelingen die de toenmalige minister D'Ancona van WVC in ontvangst nam: “Maar het zijn allemaal steentjes in het water, die in ieder geval een rimpeling te weeg brengen.”

Inmiddels zijn er vier jaar voorbij, een eerste kennismaking met migrantenkunst is niet meer nodig. Het begrip raakt voorzichtig ingeburgerd, Nederland heeft bijvoorbeeld al een eerste 'hype' rond jonge migrantenauteurs als Moustafa Stitou en Hans Sahar achter de rug. Toch is er bij veel kunstenaars nog steeds een gevoel dat ze vanuit een achterstand werken, constateert Mentink. “Ik richt me vooral op de situatie van schrijvers in Duitsland. Het feit dat veel duitstalige migrantenauteurs nog steeds niet worden uitgenodigd vanwege hun literaire kwaliteiten, maar vanwege de sociaal maatschappelijke thematiek, is voor velen een doorn in het oog. Dat hun honorarium uit een potje welzijn, en niet uit een potje cultuur wordt betaald.”

Tijdens de eerste 'Facelift' ontmoette Mentink een jonge Turkse acteur, die een rol had gespeeld in de film 'Happy birthday Türke' van regisseur Dörris Dörrie. “Die jongen had besloten om nooit meer een rol aan te nemen als 'migrant', daar had hij zo ontzettend genoeg van. Hij wilde gevraagd worden als acteur, en niet vanwege zijn culturele achtergrond. Ik kan het begrijpen, maar tegelijkertijd denk ik: je kunt ook niet helemaal om die identiteit heen. Datzelfde geldt voor de auteurs, bij wie de dubbele culturele identiteit ook deel uitmaakt van hun thematiek.”

De culturele instituten hebben ieder een stad uitgekozen die de afgelopen jaren een sterke demografische verandering heeft doorgemaakt door de komst van migranten. De steden vertonen overeenkomsten, maar ook veel verschillen in de manier waarop beleidsmakers en politici met de nieuwe bevolkingssamenstelling omgaan. Mentink: “In Birmingham zijn plannen voor het opzetten van een cultureel centrum, het Black arts centre, dat plaats moet bieden aan tentoontellingen en workshops van migrantenkunstenaars. In Frankfurt bijvoorbeeld zouden ze nooit voor zo'n opzet kiezen. Vanuit het beleid heerst het idee dat je migrantenkunst niet apart moet behandelen: kwaliteit bewijst zich vanzelf. Sinds vijf jaar is er wel een 'Amt für multikulturelle Angelegenheiten', dat een veel bredere opzet heeft. Daar kunnen alle migranten terecht met hun vragen, ook als het gaat om een uitkering of het vinden van een woning.”

“De vraag tijdens de symposia zal vooral luiden: hoe moet de cultuurpolitiek er in het jaar 2005 uitzien? Hoe gaan de podia, de musea, de uitgeverijen dan om met migrantencultuur? Zolang zij geen spiegel vormen van het straatbeeld is het doel nog niet bereikt. Een belangrijk deel van het programma gaat ook over kunsteducatie aan migrantenkinderen. Diverse voorbeelden van kunstprojecten waar scholieren aan meedoen wijzen uit dat het het zelfbewustzijn erorm stimuleert. Maar wie moet dat doen, een docent of een kunstenaar? En waar komt het geld vandaan? Uit de cultuurbegroting? In Birmingham is een cultuureducatieproject gefinancierd uit een pot reclasseringgeld. Dat klinkt nogal wrang, maar het laat wel zien hoe verschillend beleidsmakers er tegenaan kijken.”

mailIcon print |